Nederlandse boeren zouden eigen omgeving moeten voeden

In de supermarkten wordt 60% van het voedsel uit het buitenland gehaald en van wat de Nederlandse boeren produceren gaat 80% naar het buitenland. Dat is de manier waarop we de uitspraak van de boeren -dat zij de wereld voeden- moeten begrijpen.

Nu door de coronacrisis de bewegingen op de wereld voor een deel stilvallen komt de vraag op “kunnen de Nederlandse boeren niet beter produceren wat er binnen een straal van 500 kilometer wordt gevraagd”? Indien een boer geneigd is te antwoorden met “ja”, dan kan hij op dit moment nog ander zaaigoed inkopen of de inhoud van de kassen veranderen. Maïs inzaaien en tulpen en rozen per vliegtuig naar het buitenland brengen is niet bepaald een duurzame manier van produceren.

Een gezonde levensstijl vraagt om diversiteit in eten en bewegen. De boer (kweker) kan daarbij aansluiten door die diversiteit op het gebied van voeding op een ecologisch verantwoorde manier te produceren. Dat betekent minder overproduceren, minder spuiten, minder (kunst)mest. Meer balans, meer dierenwelzijn, meer diversiteit, meer lokale afzet, meer hart voor de natuur etc..