Probleemloos voedsel produceren in de toekomst

Twee derde van ons vaste land is in gebruik door boeren. In het buitenland is dat gemiddeld zo’n 30%. Daar is meestal meer natuur. Het overgrote deel van de gewassen op ons land wordt aan het vee gevoerd. Ruim de helft van het land gebruiken we voor de koeien. Nederlandse akkerbouwers en veehouders exporteren (via de verwerkende industrie) zo’n 80 procent van wat ze produceren. Voor die 80% Nederlandse export is heel veel import vanuit het buitenland nodig, zo ongeveer 2x de oppervlakte van Nederland.

De Nederlandse boer werkt dus nauwelijks voor de Nederlandse consument, maar volgens de borden langs de weg vindt hij wel dat wij hem dankbaar zouden moeten zijn. Zijn bijdrage aan de economie is echter veel en veel lager dat hij ons wil doen geloven. Er is een disbalans in economie en ecologisch evenwicht.

Boer en ondernemer Jaap Korteweg vindt deze omweg om voedsel voor mensen te produceren niet efficiënt. Samen met PvdD senator Niko Koffeman heeft hij de Vegetarische Slager opgericht om vleesvervangers te maken die lijken en smaken als vlees. Dat doen zij omdat zij denken dat veel mensen uit zichzelf nauwelijks bereid zijn om vlees te laten staan, maar er uiteindelijk weinig bezwaar tegen zullen hebben wanneer hun vlees direct van planten is gemaakt. Voorwaarde is dan wel dat het ongeveer hetzelfde smaakt. Veel vegetariërs vinden het niet nodig om plantaardige producten te kopen die naar vlees smaken. Dat is ook niet de primaire doelgroep die zij willen bereiken, maar die wel zijdelings kan profiteren van de ontwikkelingen in plantaardige ingrediënten voor voedsel. Ze hoeven dan in recepten alleen het vlees te vervangen door de (bijna identiek smakende) vleesvervanger en ze kunnen dit probleemloos aan vleesetende gasten voorzetten. 

Koffeman en Korteweg zijn er van overtuigd dat wat met vlees kan ook met kaas en zuivel kan. Ze hebben een bedrijf opgericht dat melk zonder tussenkomst van koeien produceert: Those Vegan Cowboys. De boer van de toekomst is dan de leverancier van gras als grondstof voor plantaardige melk. Korteweg vindt ook dat het land niet meer hoeft te worden bemest met mest afkomstig van vee. Dat probeert hij direct met stikstofhoudende planten als bemesting te realiseren. Naast het gebruik van landbouwgrond voor gras, ziet hij toepassing van robots die het land bewerken, onkruidvrij houden en oogsten. En wanneer de technologie van deze robots en van drones verder ontwikkelt kunnen die zelfs voedselbossen onderhouden en oogsten. Voedselbossen bestaan uit gewassen en vruchtdragende struiken en bomen die jaren blijven staan. Er is dan geen jaarlijkse kaalslag. Dat bevordert de biodiversiteit en levenskansen van bijvoorbeeld insecten.

Zo kunnen voedselbossen een ecologische eenheid vormen waarin meer diersoorten in harmonie kunnen leven zonder de productie te verlagen. En daarmee de balans tussen natuur en economie herstellen. Deze manier van voedsel produceren, gericht op het niet meer gebruiken en consumeren van dieren, lost de meeste bedreigingen van het leven op aarde op.

Wie dit verhaal wil terughoren en terugkijken zij verwezen naar de VPRO uitzending De Boer van de Toekomst.

Belangen van mens en dier evenwaardig wegen

Er is redelijke consensus over de bron van het verspreiden van het coronavirus is, namelijk de markten in China waar levende dieren van verschillende soorten afkomstig uit het wild wachten op de slacht. Dit gegeven wordt door elke belangengroep ingezet om de eigen visie op de omgang tussen mens en dier te onderbouwen. De Nederlandse veehouder roemt de intensieve veehouderij, die optimaal ingericht zou zijn om de wereld te voeden. Dierenactivisten en veganisten vinden het een uitgelezen moment om de mensheid op te roepen om te stoppen met diergebruik.
We reizen zo snel over de wereld (zakelijk en op vakantie) dat een virus, dat is losgekomen bij een inbreuk op een habitat (bomenkap of  aaien van wilde dieren), razendsnel en onopgemerkt opgepikt is door een reiziger en meereist naar een willekeurig deel op de wereld, waar het opgaat in een nieuwe massa.

Dit artikel is geschreven om de oproep om te stoppen met diergebruik inclusiever te onderbouwen. Er zijn in de loop van decennia genoeg redenen aangevoerd om meer rekening te houden met dieren, maar telkens leek een nieuwe crisis de vorige argumenten te overschaduwen.

Redelijk nieuw is het inzicht dat het produceren en eten van vlees door de CO2 uitstoot bijdraagt aan de opwarming van de aarde en daarmee aan verslechtering van de leefbaarheid van de aarde.
Recenter is de stikstofcrisis die activiteiten in de economie dreigde stil te leggen. Huizenbouw of handhaving van de veestapel? Veel verkeersbeweging op de weg en in de lucht levert naast de industrie NO2 die samen met de uitstoot van ammoniak NH3 uit de intensieve veehouderij neerslaat als fijnstof en bemesting van natuurgebieden, die daardoor van aard en samenstelling veranderen.
Fijnstof maakt ons ook vatbaarder voor infectieziekten omdat deze vervuiler het functioneren van onze longen aantast. 
De overproductie van de Nederlandse veehouderij, gericht op de export, wordt al decennia gehekeld door de milieubeweging omdat dat naast dierenleed samengaat met overbemesting en daarmee een last is voor de naaste omgeving en de draagkracht van de natuur. Deze inzichten hebben geleid tot strenge regelgeving, die nog weleens wordt aangescherpt zodat veehouders nooit zeker konden zijn van welke bedrijfsvoering een gezond verdienmodel zouden oproepen. Het leidde tot een samenspel van stoppende bedrijven in combinatie met groei in veestapel bij collega's.

De opkomst van vleesvangers gaat samen met het inzicht dat de mens beter minder vlees kan eten dan elke dag en liefst helemaal niet meer. Het is immers door de globalisering van de supermarkten kipsimpel om een diverse en gezonde maaltijd samen te stellen van internationale voedingsmiddelen die niet van dieren afkomstig zijn.

De ethische overweging of dieren eten wel mag is eigenlijk van alle tijden. Steeds meer komt deze overweging te staan in het licht van evenwaardigheid. Niet alleen mensen willen vrij zijn, ook dieren willen dat. Wat of wie zijn wij mensen (meer) dat wij vinden dat we dieren mogen gebruiken om op te eten? Is dat gebaseerd op religieuze gronden dat het dier door God aan de mens is gegeven om er over te heersen? Het hoeft geen nadere betoog dat we zo langzamerhand voldoende autonoom geacht worden om dat zelf te kunnen bepalen. Het is (wederom en tegelijkertijd altijd) tijd om al onze overtuigingen kritisch te bezien. Waar komen onze overtuigingen vandaan en zijn ze wel geldig?
Het is ook niet nodig om dierziektes te mystificeren als wraak van de natuur en zo proberen het gedrag van mensen te beïnvloeden. We hoeven alleen dezelfde principes waarvan we willen dat andere mensen zich aan houden  toe te passen op onze omgang met dieren: "respecteer elkaars grenzen en vrijheid". Dat is wederkerig en evenwaardig.

Een vorm van evenwaardigheid is ook een eerlijke verdeling van het aardoppervlak in delen waar de natuur met rust gelaten wordt, waar we gaan wonen en welk deel we gebruiken voor voedsel te verbouwen. Wat eerlijk is, is ook een vraag naar balans en gezond delen. Ecoducten kunnen open voor alle dieren; levenskrachtig grote en verbonden natuurgebieden voor planten en dieren met een deel voor recreatie voor de mens.

Ook de juiste afstand houden met anderen zouden we door moeten trekken naar dieren. Dieren kunnen dan hun autonomie bewaren en gezonder soorteigen gedrag vertonen. Ook dieren vinden minstens anderhalve meter afstand prettig en zo voorkomt het ook besmetting van mens naar dier.

Nederlandse boeren zouden eigen omgeving moeten voeden

In de supermarkten wordt 60% van het voedsel uit het buitenland gehaald en van wat de Nederlandse boeren produceren gaat 80% naar het buitenland. Dat is de manier waarop we de uitspraak van de boeren -dat zij de wereld voeden- moeten begrijpen.

Nu door de coronacrisis de bewegingen op de wereld voor een deel stilvallen komt de vraag op “kunnen de Nederlandse boeren niet beter produceren wat er binnen een straal van 500 kilometer wordt gevraagd”? Indien een boer geneigd is te antwoorden met “ja”, dan kan hij op dit moment nog ander zaaigoed inkopen of de inhoud van de kassen veranderen. Maïs inzaaien en tulpen en rozen per vliegtuig naar het buitenland brengen is niet bepaald een duurzame manier van produceren.

Een gezonde levensstijl vraagt om diversiteit in eten en bewegen. De boer (kweker) kan daarbij aansluiten door die diversiteit op het gebied van voeding op een ecologisch verantwoorde manier te produceren. Dat betekent minder overproduceren, minder spuiten, minder (kunst)mest. Meer balans, meer dierenwelzijn, meer diversiteit, meer lokale afzet, meer hart voor de natuur etc..

Boeren gebruikten de winterrust voor oorlogvoering

Als rivierdelta kent Nederland veel vruchtbare grond. Die grond is voor 70% in gebruik door akkerbouwers en veehouders en de overheid wil een deel overnemen voor andere doeleinden, zoals huizenbouw en natuur. Er is behoefte aan woningen en in de EU is afgesproken dat ieder land minstens 17% van het grondgebied tot natuur zou bestemmen en op dit moment is 13% van Nederland natuur.
Op de natuurgebieden die er zijn komt ammoniak neer afkomstig uit de landbouw. Dat zorgt voor overbemesting waardoor er andere planten en dieren zijn dan de bedoeling is. Natuurbeheerders hebben belang bij minder uitstoot door nabijgelegen veehouderijen.

Boeren moeten dus inleveren en een deel zou zich graag laten uitkopen om met het geld te gaan rentenieren of een andere onderneming op te zetten, ter plekke of elders in het (buiten)land.
Hoe dat inleveren tot stand moet komen is onderdeel van het politieke debat. Tjeerd de Groot van D’66 gooide aan het eind van de zomer van 2019 de knuppel in het hoenderhok door op te roepen om de veestapel met de helft te doen krimpen. Die krimp zal zeker een aantal problemen oplossen, maar heeft ook veel verzet bij boeren opgeroepen die vinden dat ze niet voldoende financieel gecompenseerd worden en die (net als onder meer de veevoederbedrijven en exporteurs) hun verdienmodel gedwarsboomd zien.
Investering in huisvesting voor dieren moeten terugverdiend worden in de loop van tientallen jaren. Ook financierders denken mee over de haalbaarheid daarvan. En de geluiden dat we over tientallen jaren geen vlees meer eten, afkomstig van dieren gehouden in stallen, komen bij de banken beter aan dan bij de veehouders.

Boeren zijn al 50 jaar gewend dat de politiek wel een oplossing vond die hen ruimte om te groeien opleveren zou. Die oplossingen variëren van directe inkomenssteun, wegkijken en door de vingers zien van fraude bij regelgeving, warme sanering, afwentelen van schade op de belastingbetaler, oncontroleerbare rekenmodellen die schade van uitstoot bagatelliseren, etc..
Sommige van die steun van de overheid is niet goed uitgepakt. Het stimuleren van het jaarrond binnenhouden van koeien op stal met roostervloeren in het kader van schaalvergroting heeft een probleem met ammoniakuitstoot opgeleverd. Poep en pies komen in de ondergrondse mestkelders samen en vormen ammoniak. Die ammoniak ontsnapt door de roosters of wordt later uitgereden op de landerijen. Nu de stallen er staan kost het veel geld om de vloeren aan te passen of andere technologie te ontwikkelen. Oplossingen worden dan ook gezocht in minder eiwitrijk voer dat leidt tot minder problematische mest, het ontwikkelen van koeientoiletten om de urine op te vangen, weer meer in te zetten op weidegang. Maar dat zijn slechts druppels op een gloeiende plaat, heet gehouden door ontvlambare gassen.

Ondertussen protesteren de boeren met hun buitenproportioneel grote tractoren als tanks op de openbare wegen en slaan oorlogszuchtige taal uit tegen de overheid en beschermers van milieu en dierenwelzijn. Het sluit de rijen intern, maar roept extern weerstand op.
Het voornaamste effect is dat het publiek wakker wordt en geattendeerd wordt op de gang van zaken in de agrosector. De media vormen hierbij een informerende en opiniërende rol op een manier die boeren niet goed uitkomt, want meestal ondersteunen de conclusies van hun artikelen de waarschuwingen van activisten die al meerdere decennia eerder werden afgegeven.

De bomen groeien niet meer tot aan de hemel. Positief effect van de protesterende boeren is dat ook andere uitstoters van schadelijke stoffen nu de noodzaak voelen om hun uitstoot te verlagen en de bedrijfsprocessen zo aan te passen dat ze minder schadelijk voor het milieu zijn en minder of niet meer bijdragen aan klimaatopwarming.

Voor concrete oplossingen voor het stikstofprobleem, luister naar Prof. Jan Willem Erisman, hoogleraar in 'de stikstof' en directeur van het Louis Bolk Instituut, in het interview met Dick Veerman van Foodlog.

Weer een extra argument tegen het gebruik van dieren

Het aantal argumenten dat pleit voor het stoppen van diergebruik blijft maar toenemen. Waren er al de gezondheidsproblemen van overmatig vlees eten, de landschapspijn van groene woestijnen door Engels raaigras en het binnenhouden van vee, milieuproblemen door overbemesting, klimaatopwarming door CO2 uitstoot door veevoervervoersbewegingen en vleesproductie, natuurschade door ammoniakdepositie, het kappen van regenwouden voor de productie van veevoer en de export daarvan en zo nog wat meer nadelen van diergebruik. Door overmatig gebruik van antibiotica binnen de intensieve veehouderij raken virussen resistent waardoor zij niet meer zijn te bestrijden bij een menselijke uitbraak.

Culturen die het wat minder nauw nemen met hygiëne en dierenwelzijn zijn vaak ook de plaatsen waar grote ondernemingen hun industrie naartoe hebben verhuisd in verband met goedkope arbeidskrachten. Wanneer er in die productieplaatsen een dodelijke en zeer besmettelijke virusepidemie uitbreekt heeft dat globale gevolgen voor de economie. Dit effect hebben we nog niet eerder op deze schaal meegemaakt en ook dit pleit voor minder diergebruik.
Het is duidelijk dat de groep die financieel profiteert van diergebruik kleiner wordt en de groep die opdraait voor de gevolgen groter. Tijd voor een verandering in ons denken en ons gedrag.

Steeds meer lijkt het verstandig om als mensheid een andere weg te bewandelen voor onze voedselproductie. Een snellere transitie van het gebruik van dierlijk eiwit naar plantaardig eiwit is de oplossing voor vele problemen waar we als mensheid mee geconfronteerd worden. Ook het belang van dieren om een vrij leven te kunnen leiden in een natuurlijke omgeving zouden we daarmee kunnen dienen. Wanneer we bij de inrichting van niet bewoond land, waar ook ter wereld, een betere balans zouden aanhouden bij de belangen van de natuur en de kwaliteit van het leefklimaat wordt het in de wereld een leukere, gezondere en veiligere plaats om te wonen en te overleven.

Die bewustwording vraagt van ieder individu op aarde een simpele overweging: wat kan ik er beter van worden wanneer ik in mijn gedrag bijdraag aan de vrijheid van alles wat leeft? Wat kan ik doen en wat kan ik laten?

Vlees vervangen of dieren rechten geven?

Veel mensen die het dierenleed de wereld uit willen helpen, zoeken een weg via de erkenning van dierenrechten. Er komen dan drie vragen op: wat is de aard van dierenrechten, hoe moet dat worden geregeld en hoe moeten die rechten worden gehandhaafd?
Over de aard van dierenrechten valt veel te zeggen. Vaak wordt geredeneerd “dieren hebben gevoelens en kunnen lijden onder wat hen wordt aangedaan”. Andere redeneren “dieren lijken op mensen en moeten daarom gelijk worden behandeld”. Weer anderen gooien een tegenwerping op “wanneer dieren rechten krijgen moeten ze ook plichten krijgen”. Of komen met tandeloze argumenten “dieren hebben een intrinsieke waarde”. Enzovoort.

Wat helpt in het werkzaam maken van dierenrechten en het zoeken naar een antwoord is dat uiteindelijk mensen het recht moeten kunnen inzetten om andere mensen grenzen te stellen in hoe zij dieren behandelen. Het is duidelijk dat dierenleed ontstaat wanneer dieren pijn worden gedaan, bijvoorbeeld bij de jacht en bij dierproeven. Minder duidelijk is dat er dierenleed ontstaat wanneer dieren gehouden worden in afgesloten stallen. Het leed wat dan wordt berokkend is dan indirect: er wordt dieren iets onthouden wat wij mensen wel ervaren, namelijk vrijheid. Mensen ervaren bij vrijheid leuke en minder leuke zaken.

Toch is vrijheid het overstijgende begrip/concept dat de basis kan zijn van dierenrechten. In de veehouderij kennen we de 5 vrijheden van Campbell.
Dieren behoren:
1. vrij van dorst, honger en onjuiste voeding;
2. vrij van fysiek en thermaal ongerief;
3. vrij van pijn, verwonding en ziektes;
4. vrij van angst en chronische stress;
5. vrij om hun natuurlijke gedrag te vertonen
te zijn.

De meeste veeboeren kunnen de eerste vier vrijheden wel garanderen, maar de vijfde niet. Die zouden ze moeten invullen door de dieren toegang tot een weide of bosschage moeten geven.
De dieren die naar de slacht gaan zullen onderweg kortstondig nauwelijks vrij zijn van ongemakken en zeker in de laatste minuten in het slachthuis veel leed ervaren.
Ben je voorstander van het eten van vlees dan ben je geneigd om dat leed zoveel mogelijk te verdringen en hoogstens aandringen op goede overheidscontrole bij dierentransporten en in slachthuizen.
Ben je veganist en gebruik je helemaal niets van een dier, dan vul je het recht van dieren vooral in doordat er voor jouw voedsel geen dieren hoeven te worden gehouden en geslacht. De wereld functioneert tot nu toe vooral zo dat beide groepen naast elkaar leven. Veganisten en vegetariërs hopen dat mensen zich bewust worden van het leed dat dieren wordt aangedaan en dat zij daarom overgaan tot een levensstijl zonder gebruik van dieren.

Een technologische oplossing wordt ook gezocht door vlees deels te vervangen door of te mixen met plantaardig materiaal. Wanneer dat (globaal) zou doorzetten en al het vlees plantaardig zou maken dan wordt de gehele veehouderij overbodig en zullen er nauwelijks dieren meer gevangen worden gehouden in stallen.
Ondertussen wordt het gebied waarin dieren op aarde nog vrij leven steeds kleiner. Volgens het biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties moet ieder land in 2020 17% van zijn landoppervlakte (inclusief water) reserveren als natuur. In Nederland is dat nu 13,3%. Een verdwijnen van de veehouderij in combinatie van herstel van leefruimte voor vrije dieren in de vrije natuur zou een win-win-situatie opleveren voor mens en dier en worden ook andere problemen zoals klimaatopwarming aangepakt.

Stop oneigenlijke steun van de agrosector

In de Nederlandse akkerbouw en veeteelt worden bedrijven steeds groter. Dat is mogelijk omdat sommige boeren stoppen en er door middel van gewasbeschermingsmiddelen en agrotechnologie er steeds grotere productie kan worden gemaakt in combinatie met minder inzet van arbeid. Het is geen geheim dat er van tijd tot tijd goed wordt verdiend. Een voorbeeld is de varkenssector die profiteert van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in China. 18% van de agrariërs is al miljonair, 60% van de boeren behoren tot de 20% best verdienende werkende Nederlanders. Boeren, die hun schaapjes nog niet op het droge hebben, laten zich niet de kans en vrijheid afpakken om ook rijk te worden. Maar allemaal rijk worden zou het verkeerde signaal afgeven, niet alle investeringen in schaalvergroting waren financieel verantwoord. Het is geen wonder dat boeren de snelweg opgaan met hun tractor om te protesteren tegen inkrimping van de sector. En dat zijn niet alleen de 40% die nog niet financieel binnen zijn. Maar wordt er wel voldoende doorgevraagd of de motivatie van de sector wel klopt? Wordt er wel kritisch genoeg geluisterd? Waarom laten burgers zich overbluffen door boeren die roepen dat ze gelijk hebben ongeacht de feiten? Wat is echte betrokkenheid en wat is onverschilligheid?

Vanuit de belangen van de maatschappij is het minder logisch om de boeren vrij hun eigen gang te laten gaan en ook nog eens extra te steunen met subsidie zonder te controleren of die prikkel wel effectief is. De reden om kritisch te zijn is dat de nadelen van de grote agrosector (die ongeveer 70% van het vaste land in Nederland in gebruik heeft) worden afgewenteld op de belastingbetaler en op de natuur. Effectieve gewasbescherming leidt tot afname van insecten (nu 70%), zorgt voor afname van insecten etende vogels en een te grote veestapel zorgt voor overbemesting. De kwaliteit van de leefomgeving (milieu en natuur) verschraalt, gezondheid en leefkwaliteit komt in gevaar, terwijl de bijdrage aan onze welvaart van de intensieve veehouderij zo gering is (0,3%) dat het logischer is om de sector te doen krimpen. Daar komt bij dat de grote consumptie (en productie tbv de export (80%)) van vlees bedraagt aan klimaatopwarming.
Het is een politieke kwestie of die krimp moet worden ingezet door boeren uit te kopen. Nederland kan ook stoppen met de oneigenlijke manier waarop de sector wordt gesteund. Wanneer de landbouwsubsidie vanuit de EU wordt gestopt is er sprake van gewone marktwerking. Bijkomend voordeel is dat de tendens naar schaalvergroting wordt gestopt, want de grootste bedrijven ontvangen de meeste subsidie.

Ook de manier waarop de vergunningen worden verleend kan meer in lijn met de Europese wetgeving worden gedaan en de criteria kunnen worden aangescherpt met het oog op natuurbescherming en bescherming van de leefomgeving. Het wordt nu aan particulieren als Johan Vollenbroek van Mobilisation for the Environment overgelaten om de werkwijze van de overheid te toetsen aan de eigen en EU regelgeving.
Er is minder natuur in ons land dan we als doelstelling hebben afgesproken met de rest van Europa. Boerenland teruggeven aan de natuur kan op vele terreinen en manieren prettig zijn voor de leefomgeving. Het aaneenschakelen van natuurgebieden kan de noodzaak tot afschot verkleinen en daarmee maatschappelijke onrust en ongenoegen wegnemen. Ook de uitstoot van stikstof (in de vorm van ammoniak) en CO2 kan daarmee sterk worden verminderd.
Een overheidsbeleid dat de toekomst van de agrosector helpt bijsturen in de richting van een ecologisch verantwoorde manier van werken met minder gebruik van pesticiden en minder productie van vlees en zuivel (vooruitlopend op verminderde vraag in eigen land) zal de leefomgeving en de beleving daarvan in ons land met sprongen doen vooruitgaan.

De toekomst van de kat

In zijn boek 'De toekomst van de kat' roept moraalfilosoof Rutger Lazou op tot nadenken over de toekomst van de kat. Het in huis halen van een halfgedomesticeerd, fervent jagend, obligaat carnivoor dier dat zich ook nog eens aan hoog tempo voortplant, brengt vraagstukken met zich mee. We moeten nadenken naar welke toekomst van de kat we willen streven, in het belang van mensen, katten én andere dieren. Het boek biedt een toegankelijke manier om over dierenrechten na te denken!

Dit is de boektrailer:



Je kunt updates over het boek volgen op Facebook en een boek winnen door de pagina te delen.

Aantal vleermuizen en aantal insecten

Op 11 november schrijft De Boerderij: Vleermuizen herstellen zich in Nederland.

Sinds 1985 is er sprake van een bestendig stijgende lijn in het aantal waargenomen soorten van vleermuizen.
Dit blijkt uit gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving. Halverwege de vorige eeuw hadden vleermuizen het lastig en verdwenen er ook soorten. Oorzaken daarvan waren verstoring en verdwijning van verblijfplaatsen, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en het gebruik van houtverduurzamingsmiddelen op kerkzolders. Ook de vermindering van het aantal houtwallen en andere veranderingen in het agrarisch landschap werden als oorzaak gezien van de vermindering van het aantal soorten.

Klarissa Nienhuys van de Groningse vleermuizenwerkgroep reageert:

De kop van bovenstaand artikel dekt de lading niet. Het is ook geen eenvoudig onderwerp. Voor wie het wél interesseert:
In de periode 1945-1980 zijn in vrijwel heel West Europa de aantallen vleermuizen tot ca 1% van de vooroorlogse populaties gedaald. Oorzaken: vooral het gebruik van ddt, lindaan, dieldrin en andere “Dode Lente” gif, niet alléén in de landbouw, bestrijding van boktor in kerken leidde ook tot massaslachting van vleermuizen. Een extra factor was het verlies/aantasting van verblijfplaatsen. Vanaf 1980 is beschermingsbeleid ingezet. Toen waren 2 soorten vleermuizen in ons land al uitgestorven wegens overdadig gebruik van anti/ontwormmiddelen bij vee. Daardoor konden de vliegen, die deze vleermuizen aten, zich niet meer in de poep konden ontwikkelen.
De tellingen zijn vooral gebaseerd op tellingen tijdens de winterslaap in heel Nederland en gelden maar voor 8 van de 20 resterende vleermuissoorten. Dit zijn vleermuizen die meestal in de zomer nabij water en/of bosachtige omgeving leven, niet bepaald agrarisch gebied. De overige vleermuizen willen niet overwinteren in koude, vochtige kelders en bunkers en zijn niet te tellen in holle bomen of spouwmuren e.d..
Deze landelijke tellingen zeggen dus helemaal niets het voorkomen of verspreiding in agrarisch gebied. In grote gebieden met monoculturen zonder zelfs bomen langs de wegen, en bij super “schone” bedrijven met intensieve veeteelt bedrijven zijn vrijwel geen vleermuizen te vinden. Wel enkele soorten bij grote boerderijen met een sloot en bomen erom heen en bij “biologische” bedrijven mits er woongelegenheid voor vleermuizen in de buurt is.
In zijn algemeenheid is de vleermuizenstand na 40 jaar van 1% naar ca. 50% van de vooroorlogse aantallen opgekrabbeld. Dat is inderdaad een stijging. Als je prijs van je producten of de waarde van je aandelen nog steeds maar de helft zijn als waar je mee begon, ben je dan tevreden?
Het achteruitgaan van insecten geldt niet alle soorten insecten tegelijk. Er zijn vleermuizen die vooral op prooien uit koeienvlaaien jagen en achteruit gaan waar de koeien niet meer in de wei mogen. Er zijn vleermuizen die vooruit zijn gegaan omdat sinds 1980 de waterkwaliteit en het beheer van oevers heel erg verbeterd is en dus ook de daarmee verbonden insecten (muggen en vliegen). Als iemand een gedocumenteerd artikel over vleermuizen in agrarisch gebied wil schrijven, willen vleermuisdeskundigen daar graag informatie over verschaffen.

Vleermuizen hebben niets met salmonella en je kan alleen maar rabiës van 1 (één, van onze 20) soort vleermuis krijgen als je zo onverstandig bent om een “zielige” vleermuis zonder handschoenen van de grond op te pakken.

Een rustige uitleg over de oorzaken van de stikstofcrisis

De oorzaken van de stikstofcrisis lijken gecompliceerd, maar dat is het alleen wanneer je niet bereid bent je erin te verdiepen en wanneer je geen rekening houdt met de voorgeschiedenis of een oplossing zoekt die iedereen tevreden stelt.

Je kunt erover lezen maar ook naar luisteren. Onderstaande twee vormen van uitleg kost een half uur luisteren en levert tevens een kijkje op in het spel van politici. Man en paard worden door deze politica duidelijk benoemd en de ander doet het met humor.



Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Esther Ouwehand verstaat de kunst om rustig uit te leggen welke halve waarheden al decennia worden gedebiteerd bij het agrobeleid van pappen en nathouden. Boer noch burger heeft hier op de lange termijn profijt van en het is de belastingbetaler die de rekening betaalt.


Arjen Lubach verstaat de kunst om een omstreden onderwerp met humor te benaderen. In dit filmpje legt hij uit hoe in de veehouderij schadelijke uitstoot van ammoniak ontstaat zonder de oproep om het aantal boeren te halveren, maar wel kritisch te kijken naar de veestapel.

De varkenscyclus en de publieke opinie

Varkenscyclus is het verschijnsel in de economie dat overschotten en tekorten van een bepaald product elkaar afwisselen, doordat aanbieders massaal reageren op de hoogte van de prijzen, maar tegen de tijd dat deze reactie doorwerkt op het aanbod, is de prijs alweer omgeslagen.
Zoals hieronder in het verloop van het inkomen van een varkenshouder is te zien, kan er erg veel worden verdiend en kunnen verliezen behoorlijk oplopen.

https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2019/houdt-nederland-nog-wel-van-zijn-varkensboer/


Het houden van varkens kost niet altijd veel tijd. Veel is geautomatiseerd en sommige varkenshouders hebben er een baan bij om inkomsten te hebben in onzekere tijden. Een varkensbaron zet een Poolse arbeider aan het vuile werk en zoekt met de vrijgekomen tijd in binnen- en buitenland naar nog meer uitbreidingsmogelijkheden.
Zodra een vleesvarken is volgroeid kan deze naar de slacht en de varkenshouder moet beslissen om weer de stal te vullen of nog even te wachten. Het lijkt op gokken in het casino: zet ik nu in of laat ik de stal nog even leeg? De varkenshouder lijkt op een gokverslaafde, die zijn geweten onderdrukt.

Frank Kalshoven, directeur van de Argumentenfabriek schrijft in de Volkskrant:
Wie investeert er nu miljoenen euro’s in stallen, rechten, mestverwerking, afzuiginstallaties et cetera, om daar vervolgens zeven dagen in de week druk mee te zijn, voor een beloning die lager ligt dan een modaal salaris? Een beloning die dat ook nog eens als een malle fluctueert in de tijd, om redenen waar je als ondernemer helemaal niets aan kan doen. De varkensprijs, die het jaarresultaat bepaalt, komt tot stand op een wereldmarkt waarop je als individuele boer nul invloed hebt.
Joris Driepinter

Een vergelijkbaar fenomeen als de varkenscyclus treedt op bij de publieke opinie in reactie op elke melding van dierenleed in de veehouderij, maar dan gespiegeld. De agrosector weet dat en heeft er al decennia geleden voor gezorgd dat er in de hoofden van het publiek ingehamerd wordt dat de agrosector onmisbaar is. Van tijd wordt de aandacht voor dierenleed gevangen door dierenactivisten. De sympathie voor de underdog staat in het onderbewustzijn gebeiteld en de underdog is afwisselend het leed van het dier in de veehouderij of zijn eigenaar. Helaas is er weinig oog en compassie voor het gebrek aan natuurlijke omstandigheden in de afgesloten stallen. En dat leed duurt het grootste deel van het korte leven van een dier in de veehouderij. Iedereen is tegen dierenleed en tegen de tijd dat de consument de relatie heeft gelegd tussen het leed en het eigen koopgedrag is de aandacht alweer verschoven naar de stress van alledag. De consument is verslaafd aan haar/zijn koopgewoonten en wil niet gokken of het leven er zonder vlees beter van wordt. De prijs om de moeite te doen het eigen geweten te volgen is (te) hoog.

Citaat uit de Volkskrant:
"Vraag een doorsneeconsument in een willekeurige supermarkt waar hij of zij op let bij het kopen van varkensvlees en je krijgt antwoorden als: ‘Dat er niet te veel vet aan zit.’ ‘Dat het er fris uitziet.’ En belangrijk: ‘Het moet niet te duur zijn.’
Het belang van dierenwelzijn wordt pas genoemd als daar expliciet naar wordt gevraagd."

De consument kiest op de korte termijn op basis van wat hij/zij ziet. Het in de stallen op- en verborgen dierenleed kan de consument niet inschatten. Wat is dierenwelzijn? Geen pijn lijden? Of zitten er meer aspecten aan? Het zal de consument worst zijn.

Zal er dan nooit een einde komen aan de bio-industrie? Vermoedelijk wel, doordat de markt van de vleesvervangers het tij kan keren. Het is de andere kant van de onverschilligheid van de consument: wanneer het vlees niet meer van een dier afkomstig is en het smaakt bijna hetzelfde en het heeft nog veel meer voordelen, waarom niet?

Omdenken, maar dan anders
Eigenlijk interesseert het de burger in de stad weinig wat er echt gebeurt in de veehouderij op het platteland en in de natuur. Kleurschakeringen die hij ervaart, rijdend over de snelweg langs de groene woestijn dat vroeger weide was, verwart hij met natuurbeleving. Het gebrek aan interesse zorgt ervoor dat hij/zij afgaat op zijn primaire reactie: de boer moet wel gelijk hebben, waarom zou hij anders klagen?
Vrij naar Opland

Twijfelen aan wat er gezegd wordt door de boer doet de consument niet want hij meent er toch geen verstand van te hebben en het helpt dat de meeste protesten algemeen en indirect worden geformuleerd. "We hebben 25 jaar geleden onder druk van de overheid al zo veel gedaan om de ammoniakuitstoot te verminderen". De boer is standvastig in zijn weerstand en zelfs de (drog)redenatie “ik ben het er niet mee eens en daarom kunnen deze feiten niet kloppen” wordt door de burger braaf geslikt. Stemmenkanon Annie Schreijer-Pierik van het CDA appelleert, net als boer Koekoek vroeger, aan een soort underdog-gevoel bij een deel van de Nederlandse kiezer. Het praten met een regionaal accent en dialect suggereert authenticiteit. Wie kritisch nadenkt, prikt het zo door.

In een serie van vijf verhalen onderzoekt de Volkskrant Nederland varkensland.

Citaat vanuit het perspectief van de varkenshouder:

Stiphout (49), met 365 zeugen en 3.000 vleesvarkens de gemiddelde ­Nederlandse varkenshouder, lacht om die industriële interpretatie van zijn werk. ‘Ik verzorg ze ’s ochtends en ’s avonds, geef ze te eten, speeltjes en ik heb ze in hun leven zeker twee keer in mijn handen gehad’, zegt de varkensboer, die ook bestuurslid is van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). ‘Ik zie dat niet als een industrie.’

Vleesvarkens met speelketting als enige afleiding
Vleesvarkens met speelketting als enige afleiding

Citaat vanuit het perspectief van de consument:
Bij het zien van de nauwe kooien waarin zijn zeugen hun pasgeboren biggen voeden of de raamloze hokken waar vleesvarkens iets meer dan een vierkante meter hebben, zullen veel getuigen tot een andere conclusie komen. Zij schrikken als zij zien hoe varkens in hun ogen als productie-eenheden worden behandeld. Terwijl de boer oprecht in de overtuiging leeft dat hij er naar eer en geweten alles aan doet om de voedselveiligheid op een nette manier te waarborgen. Stiphout: ‘Je doet het goed, dat mogen mensen ook best eens tegen de boer zeggen.’

Citaat uit aflevering 2:
Biologische varkensboer Overesch is sceptisch over het varkensgeluk in de gangbare veehouderij. ‘De vraag is niet of het kan, maar of we het moeten willen’, zegt hij. ‘We moeten eens af van die wedloop naar steeds meer, steeds groter, steeds efficiënter, steeds goedkoper. Nederland hoeft de wereld niet te voeden. Ik geloof in kleinschalige kringlooplandbouw, waarbij de varkens met hun mest in dienst staan van de akkerbouw, net als vijftig jaar geleden. Waarom zouden wij als klein land varkensvlees aan China moeten leveren en daarvoor ook nog eens veevoer uit Zuid-Amerika halen?’

Meer lezen? Volg de Volkskrant of lees de opzettelijke spraakverwarring tussen boer, burger en ambtenaren.

Voor wie direct een oplossing zoekt voor zichzelf en een knagend geweten: Welke toekomstvaste beslissing kun je nu al nemen?

Kalfjes bij de koe



Kalfje-bij-de-koe is voor Zuiver Zuivel melkveehouder Armando Kok een stap in de richting van een zo natuurlijk mogelijke melkveehouderij. Hij legt het uit:
“Bij ons lopen de kalfjes bij de melkkoeien in de kudde. De eerste twee maanden mogen ze onbeperkt bij hun eigen moeder melk drinken. Voor de moederkoe is het fijn om haar kind bij zich te houden: daarmee kan ze haar natuurlijke moederinstinct uitleven. Bovendien zorgt zij veel beter voor het kalfje dan ik dat kan. Dankzij die moederzorg groeien de kalfjes ontzettend goed en zijn ze kerngezond. Het levert mij werkplezier op waardoor ik vrolijk ben en nog beter voor de koeien kan zorgen. Naast de jonge kalfjes heb ik ook graag wat koeienwijsheid – oudere koeien – in de kudde staan. Door die verschillende leeftijden vormen onze koeien een evenwichtige kudde: ik zie sterke sociale banden en ze helpen elkaar. Op een kalf in nood reageren ze allemaal. Die zorg voor elkaar zit er al vroeg in: als ik de koeien uit het land ophaal om ze te melken, wachten de oudere kalveren op de jongere kalfjes. Vervolgens is het speelkwartier en rennen ze keihard met z’n allen het pad op en af. Dat is fantastisch om te zien, daar word ik echt vrolijk van. Als biodynamisch boer probeer ik zo dicht mogelijk bij de natuur te staan. Kalfje-bij-de-koe is voor mij een stap in de richting van een zo natuurlijk mogelijke melkveehouderij.”

De koe mag niet alleen haar kalfje bij zich houden, het mag ook haar hoorns houden.

CO2 reductie makkelijk te halen, maar we willen niet

Vandaag maakt het Planbureau voor de leefomgeving dit bekend:



Als we de rundveestapel halveren, halen we de CO2 reductie met gemak, want alle koeien stoten net zoveel CO2 uit als alle kolencentrales in Nederland.

Dit stond in het Financieele Dagblad van 20 april 2019:
"Boter, kaas en kolen
Met 1,3 kilo voor een kilo melk is het CO2-equivalent van zuivel vrij laag,’ stelt Graham Lawton (FD, 13 april). Dat lijkt iets te kort door de bocht. De Nederlandse melkveehouderij produceerde vorig jaar 13,9 miljard kilo melk. Vermenigvuldigd met 1,3 kilo levert dat een CO2 uitstoot op van ruim 18 megaton (18 miljard kilo).
Een groot deel van de Nederlandse melk komt van de veenweide. Door verlaging van het waterpeil stoot die volgens het CBS ruim 7 megaton uit. Dat maakt samen 25 megaton, en dat is net zoveel als de uitstoot van alle kolencentrales in Nederland bij elkaar. Daar komt dan nog de uitstoot voor de verwerking van de melk bij en die is alleen al bij Friesland Campina ruim 5 megaton. Kortom, de productie van melk in Nederland is voor het klimaat slechter dan het stoken van kolen."


De krant meldde niet dat er nog veel meer voordelen zijn als we van de koeien af zijn. Om te beginnen is in 1 klap het stikstofprobleem opgelost. Er kunnen weer huizen gebouwd worden en wegen aangelegd zonder dat vergunningen bij de Raad van State worden vernietigd. Omdat dan minder koeien zijn, komt er ook heel veel weiland vrij. Dat zorgt er weer dat de idioot hoge grondprijzen een flink stuk zullen dalen. Samengevat: minder koeien betekent meer en goedkopere huizen.

Ook interessant:
Melk net zo slecht als vliegen of kolen.

wat dacht je hiervan?
De landbouwmythe en haar sprookjes.

Naast de CO2 uitstoot is de landbouw de grootste bron van stikstofuitstoot en bedreigt daarmee de natuur.

Actie is reactie

De Partij voor de Dieren is eind 2002 opgericht omdat dierenbeschermers een definitieve plek aan tafel van de bestuurders wilden hebben. In navolging van het succes dat de PvdD inmiddels heeft willen de boeren nu ook een partij oprichten en deelnemen aan de komende verkiezingen.
Weliswaar heeft de agrosector al decennia een stevige lobby-apparaat dat de gevestigde politieke partijen als CDA, CU, SGP en VVD influistert hoe te stemmen, maar men is niet langer zeker van een belegde boterham in de naaste toekomst.

Misschien wordt er zelfs -zo vrezen de boeren- wel een einde gemaakt in Nederland aan de landbouw. En die gedachte is zo gek nog niet, want waarom zou je planten laten groeien in de volle grond terwijl ze van alle kanten belaagd worden door insecten en loslopend wild? Liever een plantenflat dan een varkensflat, uiteraard niet gericht op de export. Het succes van de gewasbeschermingsmiddel is doorgeslagen: insectenpopulaties zijn 70% gekrompen met allerlei ongewenste gevolgen van dien. Voedsel kan veel milieuvriendelijk binnenskamers worden gekweekt. Planten maken geen misbaar wanneer ze in een kamer staan en er is ook nog nooit overwogen om een politieke partij op te richten om kas- en kamerplanten te beschermen.
De dieren in de veehouderij zijn al bijna allemaal naar binnen verbannen en leven in afgesloten stallen. De maatregelen die daarbij worden genomen om ziektes te voorkomen en mestoverlast te verkleinen werken niet goed en de trucjes en de drogredeneringen die worden verzonnen om dit te maskeren worden door steeds meer partijen doorzien.

Het gelijk van de PvdD kent haar evenknie in het gelijk van de boeren, met dat verschil dat een boer ook gelijk wil hebben wanneer de feiten anders laten zien. Ewald Engelen in de Groene over dubbelhartigheid van boeren: "Meten met twee maten: het botst met alle principes van rechtsstatelijkheid."

Boeren hebben tractoren en een dunne laag sympathie bij een groot deel van de bevolking, die ook wel door heeft dat het leven veel duurder wordt wanneer ze de boeren niet hun gang laten gaan. Een consument ziet er geen tegenstelling in om te gruwen van dierenleed in de bio-industrie en tegelijk sympathie te voelen voor een boer. Ook allerlei rechtse politici willen een graantje mee willen pikken van de onvrede onder de plattelanders en staan in de rij om hun electoraat te vergroten.

Hoe zal dit aflopen? Veel bestuurders en wetenschappers zullen eieren voor hun geld moeten kiezen en bewijzen dat zij hun functie waard zijn door ruggengraat te tonen. Uiteindelijk bepaalt de markt of boeren bestaansrecht hebben. Via subsidies kan een zieltogend agrarisch bestaan nog wat gerekt worden, maar subsidies zouden moeten aangewend worden om toekomstbestendige ondernemers een steuntje in de rug te geven. Laten we ervoor waken om het begrip "toekomstbestendig" niet ook een hol woord te laten worden, zoals "duurzaamheid" misbruikt werd en wordt om op een schadelijke manier geld verdienen groen te wassen.

Het is tijd om wereldwijd onze energie en creativiteit in te zetten in het tegengaan van klimaatopwarming, het beëindigen van onnodig leed bij mens en dier en zo nog veel onderwerpen meer die het gevolg zijn van het kortzichtig en ongebreideld ruimte geven aan gewetenloze ondernemers.
De schaarse ruimte op aarde kunnen we veel beter op een rechtvaardige manier verdelen onder mens en dier wanneer we ons bewust worden van de gevolgen van overvloedig consumeren in de vorm van vlees eten en snel en ver reizen. Dat vraagt doordenken van het begrip "evenwaardigheid". Mens en dier zijn voor mij evenwaardig in het recht op vrijheid. Laten we ons in die gedachte verbinden en zo ruimte vrij geven om zonder gewetensnood opgelucht adem te kunnen halen. Meerderwaardigheidsgevoelens zijn ook een vorm van stikstof: schadelijk wanneer het zich verbindt met ongewenste andere elementen.

Hoe slecht gaat het nu echt in de landbouw?

In de nasleep van het boerenprotest van 2 oktober op het Malieveld komen veel deskundigen aan het woord over de mist en nevel die landbouwpolitici al tientallen jaren over de waarheid van (de toegevoegde waarde van de intensieve veehouderij op) het platteland verspreiden. Voeren we de discussie over de meerwaarde van de landbouw wel op de juiste cijfers? 60% van de boeren behoort tot de bovenste 20% van de inkomens. 18% van de Nederlandse boeren is miljonair. Tweederde van ons landoppervlak wordt gebruikt voor 2% bijdrage aan ons BNP.

Twee interviews over de manier waarop politici met de cijfers aan de haal gaan. Het eerste is met een hoofdeconoom van het CBS en het tweede een interview door Jort Kelder met een oud-hoogleraar uit Wageningen, Jan Douwe van der Ploeg.

Interview 1: ‘Het beeld dat boeren arm zijn en met keihard werken een laag inkomen verdienen strookt niet met de feiten,’ twitterde hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.



Interview2: Ruim tweeduizend tractoren in Den Haag. Kan het zo zijn dat de boeren die daar stonden onderling ook erg verdeeld zijn. Van der Ploeg denkt van wel en dat begint al bij de Minister van Landbouw, Carola Schouten: ‘Alle tegenspraken die inherent zijn aan de Nederlandse landbouw die komen bij deze minister terug. Ze laat het schip doordenderen en elke keer stuit die op een grens. Deze keer is dat stikstof, de volgende keer zal het energieverbruik zijn.’.

Daar onder commentaar van David van der Wilde op Npo1.



Bron: Financieele Dagblad

Wie kijkt naar de feiten, ziet geen zielige boeren. “Boeren zijn boos op Binnenhof, maar lijken vooral bang voor de ongemakkelijke waarheid,” zegt politiek redacteur David van der Wilde.


Gratis advies aan veehouders om meer te verdienen

Minder vee betekent hogere prijzen voor de boer, zegt Tjeerd de Groot van D'66. Dat klopt in ieder geval voor melk. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele verdwaald. En Tjeerd kan het weten want hij was, voordat hij tot de Tweede Kamer toetrad, directeur van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO). In de Tweede Kamer heeft De Groot de portefeuille landbouw en visserij, natuur, dierenwelzijn, voedsel(productie), krimp en toerisme.
Bij de grootste zuivelverwerker van Nederland (zuivelcoöperatie Friesland Campina (FC), waar boeren mede-eigenaar van zijn) wordt meer dan de helft van de aangevoerde melk met verlies verkocht. (Bron: toenmalige bestuursvoorzitter Joosten in het Financieele Dagblad (FD); 19 april 2016 ). Dat moet worden gecompenseerd met dat deel dat wel winst maakt. Het verliesgevende deel duwt dus de totale prijs die de boeren krijgen omlaag.
Als de helft van de melkplas verdwijnt, verdwijnt ook het verliesgevende deel, dat op de prijs drukt. En dus gaat de melkprijs voor de boeren omhoog, zonder dat de consument meer hoeft te betalen.  In het eerste  helft van dit jaar ging de winst van FC omhoog. Vooral omdat de melkaanvoer daalde. (Bron: halfjaar cijfers FC 2019 in het FD).

Dit mechanisme geldt ongeveer ook voor (varkens)vlees.

Wanneer de boeren klagen over lage prijzen, hebben ze dit in de eerste plaats aan zichzelf te wijten.

Dan de uitstoot van stikstof en broeikasgassen door de veestapel.
De melkveehouders komen steeds maar met de mededeling dat het aantal koeien sinds 1990 fors is gedaald. Dat klopt niet voor minstens de laatste 10 jaar, maar los daarvan, de uitstoot van de koe, CO2 en stikstof, is niet gekoppeld aan de koe, maar aan haar melkproductie. Die is sinds 1990 verdubbeld.
Die hoge productie gaat ten koste van dierenwelzijn. Dierenwelzijn zorgt bij koeien voor een langere levensduur. De opfok van een kalf tot melkkoe kost tussen de 1500 en 2350 euro. Dus elk levensjaar dat je het koeienleven verlengt levert geld op. Bij de huidige levensduur van koeien, vervangt de boer elk jaar ongeveer een derde van zijn veestapel. De gemiddelde melkveehouder heeft ongeveer 100 melkkoeien. Dus jaarlijks gaan er 30 koeien naar de slacht. Wanneer je dat een jaar uitstelt, levert dat tussen de 45.000 en 70.000 euro op. Een boer met 200 koeien, en dat zijn er ook nogal wat, bespaart per jaar tussen de 90.000 en 140.000 euro.
En een gezonde koe heeft ook minder bezoek van de dierenarts nodig. Dat bespaart ook weer onnodige kosten.
Een boer die niet systematisch zorgt voor dierenwelzijn van zijn veestapel is een dief van zijn eigen portemonnee.

marien abrahamse

Wat we kunnen leren van planten


Mensen die zich inzetten voor dierenrechten krijgen weleens de flauwe opmerking “straks moeten we nog planten rechten geven, want planten hebben ook gevoelens”.

Nu is een beetje uitzoomen nooit verkeerd voor het grote plaatje, want de verwarrende details raken uit beeld, maar de moderne, jachtige mens kan wel wat oppikken van planten en bomen als soort. Planten vormen de basis van voedsel voor mens en dier. Planten en bomen in een natuurgebied geven ons de nodige rust waar het ontmoeten van de daarin levende dieren weer voor een ontspannend werkende opwinding zorgt.
We zien ze massaal over het hoofd, en dat is zonde, betoogt bioloog Arjen Mulder in zijn boek "Vanuit de plant gezien".

Dominique Prins schreef in het AD een boekbespreking:

Hier de belangrijkste lessen.

1. Werk met elkaar, in plaats van tegen elkaar

“Ze wisselen informatie en voedsel uit en helpen elkaar zo in leven te blijven. In (vooral oudere) bossen vind je ‘moederbomen’, die zich ontfermen over de jonge aanplant in hun schaduw. Via wortels en schimmeldraden sturen ze stofjes naar de jonkies om de groei in goede banen te leiden. ,,Planten concurreren niet met elkaar om het licht, zoals wel eens wordt beweerd, ze steunen elkaar juist.

Zouden wij ook eens moeten proberen: elkaar de ruimte geven

2. Maak ruimte voor anderen

Insecten, vlinders, vogels; ze kunnen slechts leven bij de gratie van de plant. Zouden wij ook eens moeten proberen: elkaar de ruimte geven.

3. Geef nooit op

“Planten laten hun kopje nooit lang hangen”. Als individu geven ze het gemakkelijk op, als soort verspreiden ze hun zaden, die wachten op betere tijden.

4. Denk anders over rijkdom

,,Planten hebben een heel ander idee over rijkdom dan wij mensen. Ze zijn slechts geïnteresseerd in een rijk en gevarieerd landschap. Rijkdom betekent voor de plant: een landschap waarin zo lang mogelijk leven kan bestaan.”

Planten hebben net als wij zintuigen

5. Leer samenwerken met planten

Om de nuchterheid en logica van de plant optimaal te benutten, en zo bijvoorbeeld klimaatproblemen aan te pakken, zouden we meer moeten samenwerken met planten, meent Mulder. Daarbij is het belangrijk om planten niet als dode objecten te beschouwen, maar als intelligente wezens. ,,Planten hebben net als wij zintuigen. Ze weten waar ze staan, ze horen en ruiken of er water in de buurt is en weten altijd precies hoe ze zichzelf moeten opbouwen. Elke plant is een architectonisch hoogstandje.

Een beetje respect zou dus niet misstaan.




Mulder weet de onbaatzuchtigheid van planten mooi om te denken. Al eeuwen verzamelen mensen bomen en planten van over de hele wereld om ze in eigen land in arboretums en tuinen verder te kweken. In onze huizen verzorgen we kamerplanten die in verre streken in het wild groeien. Van honden wordt weleens gezegd "wie laat wie nu uit"? Maar dat de planten ons mensen voor hen laten werken valt niemand op.

Embryonale stadia vergeleken van vissen, varkens en mensenEen observatie uit het boek dat op mij veel indruk maakte was de vergelijking van Arjen Mulder van de evolutie van de plant met het groeien van een embryo in de baarmoeder. Het is al bekend dat de ontwikkeling van embryo’s van vissen, zoogdieren en mensen in de eerste weken in grote lijnen gelijk verloopt en uiterlijk grote overeenkomsten vertoont. Maar de vergelijking van het “nestelen” van bevruchte eicellen in de baarmoederwand met het wortelen van zaden in vruchtbare grond was nieuw voor mij.

Wanneer de mens het ooit mogelijk zou verpesten voor het leven op aarde voor zichzelf en de dieren zullen planten daarna de aarde weer leefbaar maken. Laten we het niet zover laten komen en proberen te leren van de intelligentie van planten.

"Alles wat leeft heeft een intrinsieke waarde" betogen dierenbeschermers. Omdat dat element niet onderscheidend werkt, maakt het op beleidsmakers en rechters geen indruk. Maar op soortniveau is het wel degelijk van belang om de intrinsieke waarde van planten te (h)erkennen en te respecteren. Planten en bomen in kwetsbare natuurgebieden hebben als soort letterlijk grondrechten. Dieren hebben naar mijn mening als individu grondrechten.

Het gebrek aan ethiek in de veehouderij

In de veehouderij worden twee universele ethische waarden geschonden: ‘Gij zult niet stelen’ en ‘Gij zult niet doden’. De consument, die de relatief goedkope zuivelproducten afneemt, is zowel medeplichtig als belastingbetaler een onwetende melkkoe. Het doden van de dieren wordt uitbesteed aan de slachterij. De boer beperkt zich tot het steken van het energie in verzorging tot het dier of het gewas niet meer groeit en afgevoerd kan (moet) worden.
Wat er wordt gestolen is de vrijheid van het dier om natuurlijk te leven. Omdat het merendeel van de Nederlandse agroproductie wordt geëxporteerd moet het houden van dieren in ons land zo goedkoop worden uitgevoerd dat het product kan concurreren op buitenlandse markten. Om de kostprijs laag te houden, wordt bezuinigd op dierenwelzijn. Daarmee steelt de veehouderij dierenwelzijn en concurrentiepositie. Wij dwingen boeren in het buitenland om hun wijze van werken met dieren te versoberen om in hun eigen land concurrerend te kunnen blijven.
Veevoer wordt geïmporteerd uit gebieden in Zuid-Amerika waar de bossen worden gekapt en platgebrand en zo gebied wordt gestolen van de oorspronkelijke inwoners en dieren. Na ons de zondvloed als gevolg van klimaatopwarming en zeespiegelstijging.

De Nederlandse consument profiteert van de lagere, binnenlandse prijs van landbouwproducten die het gevolg is van de export. De burger profiteert ook van de werking van de gewasbeschermingsmiddelen omdat het aantal insecten boven het asfalt zo drastisch wordt verminderd dat auto’s praktisch schoon blijven. Weilanden veranderen in groene woestijnen waaruit de meeste bloemen en kleuren zijn verdwenen. Weidevogels die als bodembroeders kwetsbaar zijn worden vervangen door vogels die in bomen, gebieden of gebouwen buiten de groene woestijn broeden. Bijvoorbeeld ooievaars, ganzen, roeken en reigers. De enkele weidevogel die buiten reservaten tot broeden komt kan zijn jongen niet meer grootbrengen omdat zij als enkeling niet meer samen kunnen werken met soortgenoten om hun jongen te beschermen tegen predatoren en omdat boeren vroeg en veelvuldig het weiland maaien zonder rekening te houden met haar bewoners. Brachten koeien vroeger buiten de wintermaanden zelf de mest op het land en raakten mest en urine niet vermengd zodat het geen ammoniak vormde, met het verzamelen en uitrijden van gier wordt ook een uniform en overbemest landschap gecreëerd.
De ammoniakneerslag in de natuurgebieden werkte als een bemester zodat die er nog groener uit gingen zien, wat bij het publiek wordt geassocieerd met gezonde natuur. Welke niet biologisch geschoolde wandelaar heeft er nu weet van dat er nauwelijks unieke planten en dieren voorkomen?

Vlak na de tweede wereldoorlog was de positie van de boer nog niet omstreden omdat hij alleen werkte voor de voedselvoorziening van de eigen omgeving. Door de schaalvergroting, gewasbeschermingsmiddelen en de automatisering kwam er de verleiding van het grote geld bij dat verdiend kon worden door de wereldmarkt op te gaan. Stapje voor stapje voor stapje werd de boer losgeweekt van zijn natuurlijke manier van werken. Zijn geweten werd gesust door banken, bouwbedrijven, loonwerkers, pr-medewerkers en agro-organisaties die veel meer mogelijkheden zagen om markten te vergroten en om geld te verdienen."Onze boeren zijn toppers die de wereld voeden". Zonder onderbouwing worden beweringen gedaan als "hoogste graad van dierenwelzijn en laagste graad van milieu-impact". Vervuiling wordt niet gemeten en gecheckt, maar berekend met modellen.
Het werken met grote bedragen, productie en omzet gecombineerd met demagogische mediasteun maakte de boer ijdel. Hij werd manager en grote ondernemer en in principe (als hij het goed aanpakte) miljonair. Boeren die niet meer mee wilden en/of meekonden, werden opgekocht en hun verbruiksruimte gebruikt om nog meer te groeien. Met de grote aantallen dieren (onzichtbaar) in de stallen was het individuele leed van zieke dieren een kwestie van statistiek. Zij waren lastig en geneeskundige hulp was kostbaar. Door de dieren sneller te laten groeien en meer te laten produceren en korter te houden werd de kans op uitval door ziekte als gevolg van stress verkleind.

Hoe deze ontwikkeling verder gaat is mede afhankelijk van het publiek. Zullen zij relatief onverschillig blijven voor wat er gebeurt op ongeveer 50% van ons landoppervlakte met (exclusief schade) slechts 3 tot 4% bijdrage aan het BNP (alleen veehouderij 0,5%, samen met bosbouw en visserij: 1,5%) of zal op tijd het inzicht doorbreken dat een gezonde balans tussen werken vanuit ethische waarden, gezonde ecologie en duurzame economie een aantrekkelijker en gezondere samenleving opleveren? Kan voedsel ook zo worden geproduceerd dat er geen slachtoffers (mens en dier) vallen?

Afzien van diergebruik is geen teken van morele superioriteit, maar een vorm van innerlijke beschaving waarmee je laat zien dat je evenwaardigheid niet alleen met de mond belijdt.

Overzicht

Inleiding

Op dit blog staan artikelen over de omstandigheden die van invloed zijn op het dierenwelzijn van dieren in de veehouderij en in het wild. Vi...

De actualiteit rond dierenwelzijn via Facebook

Doorlezen en verdieping?

Voor selectie van een artikel over een bepaald onderwerp, klik op het label hieronder, bijvoorbeeld "agrarisch (87)".
Voor verdieping en verwante artikelen van Stichting Animal Freedom, Wakker Dier, Compassion in World Farming, Comité Anti Stierenvechten, Varkens in Nood, De Landelijke Dierenbescherming en het Belgische GAIA en EVA kies een label met onderwerp dat u zoekt en dat ook het label "cse zoekresultaten dierenrechtensites" heeft.
Na lezing van het blog klik op de link onderaan in het artikel bij "Klik hier om meer te lezen over ....." om naar de zoekresultaten te gaan.

Labels / steekwoorden

aalscholvers (3) actie voeren (23) afleidingsmateriaal (4) afmaken (2) afschot (8) agrarisch (87) agressie (1) agrobusiness (11) agrolobby (7) agrosector (21) AID (1) akkerbouwers (2) akkerrand (8) ambivalentie (2) ammoniak (15) antibiotica (30) antropomorfiseren (3) apen (9) bacteriële infectie (11) bank (5) basisbehoefte (1) bedrijfsvoering (4) beheer (6) belanghebbende (2) belastingbetaler (9) belazeren (4) beleid (17) berengeur (1) bescherming (6) besmetting (11) besparing (1) betrokkenheid (4) bever (1) beverrat (3) bewustzijn (23) bezwaren (1) bijdrage (1) bijensterfte (7) bijvangst (4) bio-dynamisch (1) bio-industrie (55) biobrandstoffen (4) biodiversiteit (25) biologische boer (20) biomassa (4) biomassavergisting (4) biotechnologie (1) biotoop (3) blank vlees (1) blauwtong (1) Bleker (39) bloedarmoede (1) bloeddruk (1) bodem (4) boek (51) boeren (28) boerenlogica (4) bonsai kitten (1) bont (9) boombruggen (1) Brambell (1) broedgebied (1) broeikaseffect (4) broeikasgassen (9) broodfokkers (2) bruinvis (2) burger (2) carnisme (1) castratie (8) celgetal (4) circus (11) CITES (2) CIWF (10) Club van Rome (2) CO2 (17) Comfort Class-stal (3) communicatie (2) concentratiekamp (1) consumptie (30) controle (6) crisiswet (1) cse zoekresultaten dierenrechtensites (54) damherten (1) debat (12) demagogie (64) depositie (3) depressiviteit (1) derogatie (6) dierenarts (2) Dierenbescherming (24) dierenleed (110) dierenmishandeling (12) dierenpolitie (1) dierenrechten (67) dierentuinen (9) dierenwelzijn (110) dierenwelzijnscoalitie (2) dierproeven (11) dierrechten (8) diervriendelijk (13) dierziekten (12) ding (2) dioxine (2) Dirk Boon (2) discriminatie (3) documentaire (1) doden (19) dodingsmethoden (4) dolfijn (8) doodknuffelen (1) doping (1) Drenthe (1) drogredenen (43) duiventil (2) dumping (2) duurzaamheid (35) dwangvoedering (2) ecoduct (8) ecoduiker (1) ecologie (33) economie (54) edelhert (5) eendagskuikens (2) eenden (1) eenzaamheid (2) EHEC (10) EHS (28) eieren (14) eiwitconsumptie (5) ekoproducten (2) emancipatie (2) emissie (3) empathie (2) ESBL (4) ethiek (18) etikettering (8) etiquette (1) EU (25) evolutie (4) exoten (3) export (83) fairtrade (1) FAO (4) fauna (5) Faunafonds (1) faunapassage (5) fazant (4) fijnstof (12) filmpje (63) filosofie (11) flora (3) foie gras (4) fokkers (7) fosfaat (5) fourageergebied (2) fraude (4) Friesland (1) fruitariër (1) GAIA (3) gans (25) geboortekrik (1) gedrag (5) geiten (9) geld verdienen (15) gemalen (1) gentech (2) Gerstenfeld (2) geur (1) gevangenschap (8) gevoelens (14) gewasschade (4) geweten (9) gezelschapsdieren (2) gezond verstand (3) gezondheid (23) Gezondheids- en WelzijnsWet voor Dieren (6) gif (13) gigastal (2) Godwin (5) goudvis (1) graan (1) grasland (2) Greenpeace (2) grenzen (4) groeibevorderaars (3) groene energie (4) GroenLinks (7) grondgebonden (5) grondrechten (15) grondwet (3) H1N1 (1) H5N1 (5) H5N8 (2) haantjes (4) Halacha (1) halal (6) handhaving (5) hart- en vaatziekten (2) hazen (4) hengelsport (4) herkomst (1) hitte (1) HLS (1) hobby (1) Hofganzen (1) Holocaust (3) hond (12) honger (11) hoorzitting (1) horeca (1) houden van (2) Hubertuslegende (2) huisdieren (32) huishoudelijk geweld (1) humor (6) hypocrisie (5) idealen (4) imago (15) import (8) inbeslaggenomen (1) infectiedruk (1) inkomensschade (1) inkomenssteun (2) inkomsten (4) innovatie (1) insecten (9) inteelt (2) integriteit (3) intelligentie (7) intensieve veehouderij (48) internationaal transport (11) intrinsieke waarde (30) jacht (29) jagen (9) jagers (18) jongeren (1) joodse wetten (2) justitie (3) kaas (3) kadaver (2) kalkoen (2) kalveren (12) kanker (1) katten (8) kerstdiner (3) keukentafelgesprekken (1) keurmerk (8) kievit (5) kiloknaller (3) kinderboerderij (4) kinderen (6) kippen (31) kippenhouder (3) kippenkooien (3) kippenmest (2) klimaat (32) KNJV (2) KNMvD (1) koeien (19) koeienrusthuis (2) konijn (12) kooihuisvesting (5) koosjer (5) kosten (9) kostprijs (17) kraai (1) kunst (5) kwaliteit (6) kweekvis (1) kweekvlees (1) lacto-intolerant (1) land (5) landbouw (18) landschap (10) leeuw (1) legbatterij (3) letsel (1) levensstijl (2) liefde (6) Limburg (1) linoleenzuur (1) LNV (10) Loesje (2) LOG (1) looprichels (1) LTO (9) luchtvervuiling (2) luchtwasser (5) maaibeleid (2) malafide (1) markt (5) mastitis (4) McDonalds (2) mededogen (2) media (15) meerwaarde (2) megastallen (43) melkprijs (20) melkquotum (16) melkveehouders (53) mensapen (4) mest (24) mestnormen (3) mestoverschot (27) mestverbranding (1) mestvergisting (8) migratie (3) milieu (29) Milieudefensie (16) MKZ (1) mondiale voetafdruk (6) moraal (9) MRSA (13) muizen (4) muskusrat (7) mythen (2) natuur (40) natuurbescherming (11) natuurbrug (5) natuurgebieden (20) natuurlijk evenwicht (14) neonicotinoïden (3) nertsen (18) Noord Brabant (1) NVWA (4) offerfeest (7) olieslachtoffers (1) olifant (6) omega-3-vetzuren (2) onderzoek (30) ontbossing (4) onteren (1) onverdoofd (11) onverschilligheid (2) onwetendheid (3) oor aan naaien (2) Oostvaardersplassen (18) open stellen (3) opheffen (1) ophokken (3) oproep (2) opvang (3) orka (5) otter (1) Ouwehand (4) overbemesting (7) overlast (25) overproductie (15) paarden (6) paling (5) pandemie (1) paradox (1) PETA (4) Peter Singer (5) plantaardige voeding (22) platteland (8) plezierjacht (29) plofkip (11) pluimvee (3) politie (2) politiek (77) populatie (9) positieflijst (2) postduiven (3) preventie (3) prijs (8) prisoner's dilemma (2) productiebos (1) productiviteit (2) proefdieren (7) Proefdiervrij (3) prooidieren (2) protest (14) provinciaal (4) Provinciaal OntwikkelingsPlan (1) provincie (3) puppies (1) PvdD (130) PVV (4) Q-koorts (19) Raad Van State (1) raaigras (3) Rabobank (8) ramp (2) ratten (2) recept (1) Rechten Voor Al Wat Leeft (3) reclame (14) recreatiegebied (5) ree (2) Rekenkamer (1) rekenmodel (1) rendement (3) rentmeesterschap (2) resistent (6) respect (24) ritueel (19) roofvogels (11) ruimen (10) ruimtebeslag (3) saneren (3) schaalvergroting (15) schadevergoeding (12) schapen (4) scharreleieren (3) Schmallenbergvirus (1) seks met dieren (2) sexen (1) shechita (1) slachten (44) slachterij (7) slavernij (3) slow food (2) soja (9) SOVON (1) speciësisme (8) speculatie (1) speelketting (1) spelen (1) spiritualiteit (4) staartknippen (1) stadsboeren (1) stal (3) stierenvechten (6) stikstof (4) stropers (3) subsidie (28) supermarkt (25) symptoombestrijding (1) taal (4) Thieme (27) tijgers (2) toekomst (10) Tom Regan (5) tonijn (1) TV (1) uitspoeling (5) uitstoot (7) uitvalspercentage (4) utilisme (1) vaccineren (2) valorisatie (2) vangstquota (1) varkens (59) varkensflat (3) varkensgriep (3) varkenshouder (8) vee-industrie (27) veehandelaren (3) veemarkt (1) veestapel (33) veevervoer (2) veevoeder (17) veganisme (18) vegetariër (10) vegetarisme (28) verantwoordelijkheid (11) verboden (12) Verburg (19) verdoven (7) vergassen (3) vergiftiging (5) vergoeding (5) vergunning (6) verjagen (3) verkiezingen (20) verloting (1) versnipperen (3) verveling (9) vervuiling (9) verwaarlozing (4) verzorging (3) vestiging (1) virus (13) vis (12) Vissenbescherming (3) visserij (19) vitamine B-12 (2) vleermuizen (1) vlees (86) vleeskuikens (15) vleesvervangers (16) vlieg (1) vlinders (3) voeding (54) Voedingscentrum (2) voedingsvenster (1) voedingswaarde (3) voedselbos (1) voedseloverschotten (4) voedselprijs (10) voedselveiligheid (5) voedselzekerheid (13) Vogelbescherming (11) vogelgriep (16) vos (20) vrijheid (82) vuurwerk (3) VWA (2) Wakker Dier (32) walvis (8) wandelaar (3) WAP (2) waterkrachtcentrales (1) waterkwaliteit (3) waterschap (3) wederkerigheid (2) weidegang (32) weidevogels (19) Wereld Natuur Fonds (1) wereldmarkt (8) werkgelegenheid (1) wild (17) wildbeheereenheden (1) wildroosters (1) wildsignalering (2) wildviaduct (1) wildwissel (2) winstmarge (4) wol (1) wolf (4) WSPA (6) zeehond (3) zeereservaat (1) zeldzame dieren (3) zichtstal (4) ziektedruk (5) zoelen (1) zoönose (5) zorgboerderij (1) zorgplicht (3) zuivel (11) zwanendriften (1) zware metalen (1) zwerfdieren (3) zwijnen (5)

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF