Mens en dier zijn (intrinsiek) evenwaardig in hun recht op vrijheid

Alle levende wezens zijn verschillend maar evenwaardig in het recht op vrijheid op een natuurlijk leven.
Een dier is (net als een mens) geen ding of een object.
Mensen moeten kunnen ingrijpen wanneer mensen dieren misbruiken of onrecht aandoen.
Posts tonen met het label drogredenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label drogredenen. Alle posts tonen

05 november 2013

Moeten dierenactivisten terug het hok in?

In Trouw heeft VVD-er Helma Lodders de volgende opinie laten afdrukken:

Fanatieke organisaties die dier en milieu beschermen, brengen de agrarische sector schade toe. Dat moet stoppen, vindt Tweede Kamerlid Helma Lodders.
Het beeld dat de Nederlandse samenleving over de Nederlandse land- en tuinbouw heeft, wordt in grote mate bepaald door actiegroepen zoals Wakker Dier. Wie kent de schrijnende beelden niet op tv over de plofkip die niet meer kan lopen.

Ik wil de ernst van deze beelden niet bagatelliseren, maar deze voorstelling van zaken doet geen recht aan de werkelijke situatie van onze land- en tuinbouwsector. Namelijk dat de land- en tuinbouw in Nederland de beste is in de wereld. Wij zijn wereldkampioen in hoogproductieve, efficiënte en duurzame landbouw. De sector krijgt die eer echter niet. Als het in Nederland over de landbouw of over de boer gaat, dan hebben we het over de plofkip en megastallen. We praten over wat er allemaal niet mag en niet over wat er allemaal kán.
Tot zover de inleiding van haar opinie.

Haar opinie is typisch voor iemand die het dier als een productiefactor (ding) ziet zonder rechten. De argumentatie die zij aandraagt zit vol drogredenen en onwaarheden. De bijdrage van Nederlandse veehouderij aan onze economie is, wanneer de nadelen worden meegenomen, eerder negatief dan positief. Er is op de wereld geen echt tekort aan hoogwaardige voeding. Het probleem is dat we het beschikbare voedsel eerst aan dieren geven en mensen dieren laten eten. Dat kan efficiënter en met minder bezwaren.
Alle argumenten van mevrouw Lodders zijn en worden al jaren weerlegd, maar dan moet je wel bereid zijn ze willen te horen. Meer lezen over tegenargumenten voor de drogredenen, klik hier. Voor relativering economisch belang agrosector, klik hier.

Dit is de reactie van Wakker Dier.

21 juni 2013

De leugen van het land

De VPRO zendt meer dan eens de documentaire The Lie of the Land uit. Regisseuse Molly Dineen volgt drie agrariërs op het Engelse platteland. Ian Williams en collega Paul Hancock in Cornwall zijn in hun dagelijkse leven dierendoder en jachtmeester, Glyn Pearman is veehouder en - voor extra geld - nu ook nog fazantenfokker. Alle drie worstelen ze om te overleven in een veranderende agrarische samenleving, die gevangen zit in de verstikkende commerciële armen van de supermarkten. Dineen verschaft met een scherp oog voor detail en een onbevangen manier van vragen een gedeeltelijk inzicht in de huidige mechanismen van de voedselindustrie en de gevolgen ervan voor de Engelse landbouwers.
Dineen had zich oorspronkelijk niet verdiept heeft in de agrarische omstandigheden. Het was haar plan om een documentaire te maken over de vossenjacht en de vraag waarom mensen uit de stad meer om vossen geven dan om landbouwhuisdieren. Dat gebrek aan inzicht in alle motieven van boeren is wel te merken in het kritiekloos accepteren van de verklaringen die de drie hoofdpersonen aandragen. Het is niet zo dat de boeren liegen, maar ze vertellen ook niet de hele waarheid. In die zin is de titel goed gekozen, want de documentaire laat open wie er liegt.
Sommige beelden zullen bij kijkers hard aankomen. De boeren kiezen ervoor om gezonde stierkalveren te laten doden, nadat ze hun taak als opwekker van de melkgifte hebben verricht door geboren te worden. Het alternatief voor de vroege dood is een miserabel leven als meststier, mogelijk in een beperkte ruimte en na transport naar het buitenland (ons land). Ze zouden ook in de wei kunnen leven, maar volgens de boeren levert het te weinig geld op.

Melkveehouder Glyn Pearman fokt als bijverdienste fazanten die hij kortwiekt, in kratten stouwt en verkoopt aan jagers als gemakkelijk doelwit. Hij vindt het waanzin, maar niemand dwingt hem om fazanten te houden als bio-industrie. Ian Williams doodt koeien en paarden, die te lang ziek zijn. Is dit humaan of is dit een leugen?

Voor wie meer wil lezen over de spraakverwarring tussen Nederlandse boeren en burgers, klik hier.

02 april 2013

Pauline de Bok schiet voor haar plezier dieren

Pauline de Bok werkt aan een roman, getiteld De jaagster en beschrijft in de Volkskrant van 2 april dat zij een maand geleden haar eerste everzwijn heeft geschoten.

Een citaat:
Ik ben een 'plezierjager'. Een maand geleden heb ik mijn eerste everzwijn geschoten. Met droge ogen. Sterker nog, ik was vervuld van een geluksgevoel dat ik niet kende. Hij had een schreeuw gegeven, één sprong gemaakt. Bij het licht van de maan was ik naar hem toe gelopen, zag de eerste rode druppels in de sneeuw, dacht, raak, raak, helder bloed, góéd raak, en zag hem liggen. Morsdood, godzijdank, hij was meteen dood geweest. Bij het ontweiden bleek dat ik hem recht door zijn hart had geschoten. Hij was nog geen jaar oud. 'Ach, wat een hummeltje,' zei de beroepsjager die me vergezelde.
Maar hummeltjes doden vinden beroepsjagers goed, het is het meest rationele. Everzwijnen vermeerderen zich met 300 procent per jaar. Dus voor ze een plaag worden voor veld en bos, voor ze zelf als plaag door epidemieën worden geveld en zo ellendig aan hun eind komen... Maar daar gaat het me nu niet om, anderen zijn veel meer thuis in die argumenten.
Tot zover het eerste citaat.

Pauline schiet dieren in hun kracht van hun leven. Zou ze wachten tot de dieren minder krachtig zijn, bijvoorbeeld door ziekte of honger dan zou dat een vorm van verwaarlozing zijn?

Tweede citaat:

Dat geluk dat ik voelde heeft me verbaasd, en al snel kreeg het gezelschap van het besef dat ik definitief een grens had overschreden: van een mens, die geen vlieg kwaad doet -het hedendaagse ideaal-, naar een mens die over het leven van een dier beschikt, heel individueel, ik dood dat dier, dat ene. Dat is een ernstig gevoel. Meer dan de helft van mijn leven heb ik me zonder voorbehoud solidair gevoeld met de zwakkeren op deze aarde. Nu kan ik dat in de ogen van de meeste mensen niet meer staande houden, want ik ben jager. En het is alsof ik nooit anders ben geweest.
Wij mensen doden dieren en daar lijkt me -met mate- niets op tegen, het is overmoed onszelf boven de natuur te verheffen, ónze natuur, in ons schuilt ook een jager. Ik zeg niet dat iedereen dus moet gaan jagen, die natuur hoeft helemaal niet in elke mens tot wasdom te komen, maar het is een kwalijke vorm van social engineering haar bij ons allen uit te willen roeien.
We accepteren zelfs dat we meer dieren doden dan ooit eerder in onze geschiedenis, als we het maar industrieel en verdoofd doen, of kleinschalig en 'humaan', hoofdzaak is dat het gebeurt achter de schermen, ontdaan van wat het is: het ene levende wezen staat het andere naar het leven. Van die strijd willen wij mensen ons uitzonderen. We doden niet een op een, de ene soort de andere, de vrije mens het dier in de vrije wildbaan, waardoor je als mens genoodzaakt bent je door en door in je buit, zijn levenswijze en gedrag te verdiepen, nee, we besteden het uit aan de enige beroepsgroep, die niet voor zijn plezier naar zijn werk mag gaan.
Tot zover het tweede citaat.

"Het is overmoed om ons boven de natuur te verheffen?" Zou het beheersen van onze agressieve neigingen niet eerder een vorm van beschaving kunnen zijn?

De cursieve tekst hierna is van mij.
Een derde citaat:

Ik heb het over de noodzaak ons aan de materiële wereld om ons heen te scherpen, zodat wij niet verkommeren en Pauline schiet daarom dieren. Zodat onze rijkdom aan instincten, zintuigen en behendigheden, aan driften, lusten, intelligentie, toewijding en moraal niet verschraalt maar tot bloei blijft komen en Pauline schiet daarom dieren. Ten diepste jagen wij niet om te heersen over de natuur, maar omdat wij natuur zijn. Onze bijzondere positie wordt omschreven door de Duitse filosoof Schelling: Die Natur schlägt im Menschen ihre Augen auf und bemerkt, dass sie da ist. (In de mens opent de natuur haar ogen en merkt dat ze er is. zijn en dat kan ook met een camera) En wij met ons bewustzijn stellen ons alleen dán niet heerszuchtig op en werken alleen dán vervreemding en verschraling niet in de hand als we elke soort de manier van leven laten die bij haar hoort. En dat geldt evengoed voor ons mensen. En de manier van leven die bij dieren in de natuur hoort is dat zij gedood worden door roofdieren, niet door mensen met geweren die dit doden voor het plezier doen.
Je kunt je ook met de natuur verbinden zonder de levende wezens van hun levens en dus van hun vrijheid te beroven.


14 december 2012

Is diervriendelijke veehouderij moreel aanvaardbaar?

De universiteit van Utrecht kondigde mei 2011 een merkwaardige promotie aan. Het thema is door het verzet van de nertsenhouders tegen de afschaffing van hun sector opnieuw actueel. Zij betogen dat afschaffing de overheid veel geld gaat kosten vanwege schadevergoeding voor inkomstenderving; dat afschaffen zinloos is omdat de business wordt overgenomen door het buitenland en dat dan de nertsen minder diervriendelijk worden gehouden.

In haar proefschrift zet Tatjana Visak de implicaties en vooronderstellingen van twee versies van het utilisme op een rij, de morele theorie die traditioneel het meeste heeft bijgedragen aan het herkennen van dierenleed als moreel relevant. Het utilisme wordt over het algemeen als volgt ingevuld. Onnodig leed moet worden voorkomen, maar met het houden en doden van dieren als zodanig is niets mis. Bijvoorbeeld Peter Singer, de wereldberoemde utilist en dierethicus, accepteert een versie van het utilisme die inhoudt dat een dier in principe pijnloos gedood mag worden. Als het gedode dier vervolgens vervangen wordt door een ander dier dat anders niet zou hebben bestaan en dat net zo veel welzijn ervaart als de toekomst van het gedode dier zou hebben bevat, dan tast het doden van het dier de totale hoeveelheid welzijn niet aan. En daar is het de utilist om te doen.
In dezelfde lijn van argumentatie wordt er gezegd, overigens niet alleen door utilisten, dat praktijken als de veehouderij zelfs goed zijn voor de dieren, mits de dieren een goed leven hebben. Anders zouden die dieren namelijk helemaal niet hebben bestaan, en een kort en gelukkig leven is beter voor het dier, zo de argumentatie, dan helemaal niet bestaan. Op deze argumentatie valt veel af te dingen, aldus Visak, óók binnen het utilisme.
Een alternatieve versie van het utilisme accepteert niet dat dieren vervangbaar zijn, en biedt dan ook geen rechtvaardiging voor praktijken als de zogenaamd diervriendelijke veehouderij.

Tot zover de beschrijving van het proefschrift van Visak. Wat worden we van deze tautologieën wijzer?

“Als het gedode dier vervolgens vervangen wordt door een ander dier dat anders niet zou hebben bestaan en dat net zo veel welzijn ervaart als de toekomst van het gedode dier zou hebben bevat, dan tast het doden van het dier de totale hoeveelheid welzijn niet aan”.

en

“Praktijken als de veehouderij zijn goed voor de dieren, mits de dieren een goed leven hebben. Anders zouden die dieren namelijk helemaal niet hebben bestaan, en een kort en gelukkig leven is beter voor het dier, zo de argumentatie, dan helemaal niet bestaan. Op deze argumentatie valt veel af te dingen, aldus Visak, óók binnen het utilisme”.

Met het proefschrift wil Visak blijkbaar aantonen dat ook diervriendelijke vee- of nertsenhouderij niet ethisch valt te verdedigen. Maar is het dan niet veel zinvoller om de vraag te onderzoeken waarom het houden van dieren onethisch is? Dat het houden van dieren inhoudt dat zij in hun grondrechten worden geschonden, namelijk dezelfde grondrechten als bij mensen wanneer zij onschuldig gevangen worden gehouden. Vrijheid is een grondrecht voor mens en een dier.

Zie ook het overzicht van drogredenen voor het houden van nertsen.

27 april 2012

Slappe argumenten voor het eten van vlees

The New York Times heeft een wedstrijd uitgeschreven voor de beste argumenten om vlees te eten. Het resultaat leverde geen staal van sterke argumenten op. Voor wie het wil nalezen is hier de link.
Het dagblad Trouw maakte een verslag.
De conclusie is vooral dat vlees eten als lekker wordt gezien. Wanneer je daar iets plant-aardigs tegenover wilt zetten is het zaak om lekker te koken. En dat is een kleine moeite, het is meer een kwestie van open staan.

Voor meer slappe argumenten voor vlees eten, klik hier.

15 april 2012

Humaan doden?

In de Leeuwarder Courant van 6 april bepleit Peter van Kempen, jager – pardon, ik bedoel natuurlijk faunabeheerder! – het doodschieten van overzomerende ganzen, nota bene terwijl ze op hun nest zitten te broeden!! Dat zou volgens hem – in navolging overigens van directeur faunabeer Remco Bakker uit Nijmegen – dé oplossing zijn voor het ganzenprobleem(?). Allemaal voordelen volgens Van Kempen. De populatie wordt uitgedund, het is prima vlees en het levert, potjandorie, ook nog arbeidsplaatsen op!
En is die snelle(?) dood niet veel humaner dan alle andere manieren die zijn bedacht? Het achter rasters laten verhongeren van kuikens en het laten broeden op loze eieren, dá’s pas inhumaan!
Humaan doden bestaat niet. Net zo min als humaan verkrachten bestaat! Het doden van levende wezens is onethisch en hoort ieder beschaafd mens met afschuw te vervullen. Slechts in uiterste gevallen, zoals bij zelfverdediging kan doden gerechtvaardigd zijn. Het gemak waarmee veel mensen – onder wie Van Kempen – de dood als eerste en vaak enige optie kiezen is iets wat mij elke keer weer verbijstert.
Iedereen die een beetje heeft doorgeleerd weet intussen dat het ganzenprobleem, voor zover je van een probleem wilt spreken, niet door de ganzen zelf wordt gecreëerd, maar door de mens en zijn agrarische activiteiten. Het is daarom dubbel verbijsterend de dieren slachtoffer te maken van een situatie waar ze in feite part noch deel aan hebben. Bekend is ook dat de jacht – hè, nu vergis ik mij wéér…. het populatiebeheer – naast het ethische bezwaar geen structurele oplossing biedt voor het vermeende overschot. De populaties herstellen zich met verbazend gemak!
Van Kempen gebruikt ook weer de truc die ik vaker signaleer. Het doodschieten van de ganzen is ‘beter te accepteren dan de martelgang die slachtkippen voor ons kipfiletje moeten doormaken’. Ik ben bang dat ik nu in herhaling val door te stellen dat iets wat fout is niet minder fout wordt door op iets te wijzen wat even fout of nog fouter is! Natuurlijk is de vee-industrie een beschamend voorbeeld van hoe de mens met het leven op deze planeet omgaat. Het is – net als het aan flarden schieten van dieren die even in de weg zitten of een probleem (dreigen te) vormen – symptomatisch voor het speciësistisch denken van de mens. De wereld behoort aan ons en alles wat daarop verder nog aan leven voorkomt heeft zich te schikken naar menselijke belangen en behoeften. Goedschiks en anders – meestal - kwaadschiks.

Herman Gallé

15 maart 2012

Waarom moet de bontfokkerij wel worden verboden?

Door het toenemende gebruik van bont in de mode gaat het de Nederlandse pelsdierfokkers voor de wind. Er is dan ook weer wat geld om een poging te doen om het imago op Internet wat op te krikken. Wie een kijkje neemt op de site van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierhouders (NFE) vindt dan ook veel achtergrondinformatie over de manier waarop nertsen worden gehouden.
Vele tegenstanders van de pelsdierhouderij gruwelen van het moment dat de nertsen gedood worden om van hun pels te worden ontdaan. Anderen vinden de karige levensomstandigheden een groter bezwaar. Kijk maar eens naar de povere manieren waarop de nertsenhouder poogt het leven in de kooi van een nerts wat te “verrijken”.

Er is zelfs een ethicus G. de Jonge bereid gevonden om ethische bezwaren van tegengas te voorzien. Het moet gezegd: de heer de Jonge heeft het niet moeilijk om een aantal ethische bezwaren te ondergraven. De reden daarvan is de historische naïviteit waarmee dierenbeschermers menen de rechten van dieren te moeten onderbouwen. Zo zijn er nog steeds velen die denken dat het indruk maakt om aan te voeren dat een nerts een intrinsieke waarde heeft. Voor een pelsdierhouder is de economische waarde van de pels veel indrukwekkender dan de intrinsieke waarde van het levende dier.

Een pelsdierhouder mishandelt zijn dieren niet actief. Hij kijkt wel uit, want hij wil een mooie pels. Het moment dat de nertsen vergast worden om hen van hun mantel te ontdoen is voor veel mensen een vreselijke gedachte, omdat zij de dood eng vinden.
Vele mensen realiseren zich niet dat het leven van een nerts oersaai is en dat daarin het eigenlijke bezwaar ligt. Deze dieren worden in gevangenschap geboren en krijgen nooit wat in de vrije natuur al miljoenen jaren normaal is: de mogelijkheid tot natuurlijk gedrag in vrijheid.
Dat is de ethische grens die de nertsenhouder overschrijdt en daarop heeft de heer de Jonge geen antwoord.

07 januari 2012

Slechte argumentatie rondom belangen van dieren in de Volkskrant

De Volkskrant van 7 januari bevat drie dieronvriendelijke artikelen. In het Magazine wordt domweg gesteld dat bont weer in zou zijn en wordt kritiekloos verslag gedaan van een bijeenkomst van valkeniers in Abu Dhabi.
Matthea Westerduin bespreekt in de Volkskrant van 7 januari 2012 het boek “De jager - in Vlaanderen en Nederland” van Schneeweisz en Van Dooren en het boek "Mensendier" van Amanda Kluveld.
Volgens Westerduin zou de relatie tussen jager en dier meer een zijn van mededogen en compassie dan de relatie tussen de vleeskoper via de supermarkt en het geslachte dier. Dat is een merkwaardige opmerking want juist de jager die zelf ziet dat het dier niet geschoten wil worden zou zich moeten realiseren dat hij iets doet tegen de wens van het dier in. Ietwat cynisch zou opgemerkt kunnen worden dat de slacht juist voor het dier in de bio-industrie een bevrijding van een ellendig leven is.
Citaat:
Maar ook de redenering van dierenactivisten gaat mank. In navolging van de Australische filosoof Peter Singer pleiten zij voor dierenrechten en dierenbevrijding. Mensen hebben volgens Singer geen enkele reden om zichzelf boven dieren te plaatsen. Daarom verdienen dieren dezelfde rechten als mensen.
Cultuurhistoricus Amanda Kluveld laat in haar boek Mensendier zien dat dit streven onmogelijk is. Dieren kunnen simpelweg hun rechten niet opeisen of aan de daarbij behorende plichten worden gehouden.
Tot zover het citaat.
Wie heeft bepaald dat rechten altijd gepaard zouden moeten gaan met plichten? Een mensenbaby heeft rechten. Is er iemand die aan een baby plichten oplegt? Waarom moeten dieren rechten worden ontzegd omdat ook zij geen plichten kunnen nakomen?
Westerduin vervolgt met:
Hoezeer we dieren ook gelijk willen stellen aan onszelf of onszelf tot het dierenrijk willen rekenen, ons spreken over dieren zal altijd antropocentrisch zijn, aldus Kluveld. Filosoof Thomas Nagel formuleerde het heel simpel: we zullen nooit weten hoe het is om een vleermuis te zijn. Het spreken over dieren zegt daarom altijd meer over mensen dan over dieren.
En wat dat betreft sluit Kluveld beter aan bij Schneeweisz en Van Dooren dan bij Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. In het debat zoals Thieme het voert, wordt de relatie tussen mens en dier gesimplificeerd. De mens wordt volgens Kluveld afgeschilderd als de ultieme dader en het dier als het ultieme slachtoffer. Dieren worden bijna als zielige 'personen' gezien die een aai over hun bol verdienen.
Tot zover wederom het citaat.
Dieren worden bijna gezien als zielige personen. “Bijna” moet hier worden gelezen als “niet”. Dus waarom Thieme daarom verwijten dat zij dieren als mensen zou zien?
Westerduin vervolgt met:
Voor de dood, het geweld en het onbeheersbare in de natuur worden de ogen gesloten. Zo maak je van leeuwen zoete poesjes en van wilde zwijnen aaibare varkentjes. In die zin begrijpen jagers meer van hun prooi. Want hoezeer jagen ook verbonden mag zijn met liefde voor de natuur, de jager trekt er niet alleen op uit om te genieten van de dennen, de blauwe bosbessen en het vochtige gras. Uiteindelijk is het zijn hand die de trekker overhaalt als hij oog in oog staat met zijn prooi. Daar zit een verlangen achter naar strijd of naar de confrontatie met de dood en het doden.
Ik zou hier niet willen pleiten voor een verheerlijking van dat verlangen - die behoeften de vrije loop laten, is even gevaarlijk als ze volledig ontkennen. Maar de jacht herinnert ons wel aan de aanwezigheid van die irrationele behoeften, aan gevoelens van macht en onmacht. Belangrijker nog, die emoties krijgen in de traditionele omgang met dieren een gecontroleerde plaats. Dat geldt niet alleen voor het jagen, maar ook voor bijvoorbeeld het stierenvechten. Zowel de jager als de toreador zijn gebonden aan allerlei regels.
Het doden van het dier vindt publiekelijk plaats en is controleerbaar. Dat is volgens Kluveld de belangrijkste waarde van de jacht en het stierenvechten. In de arena en het jagersveld krijgen dieren betekenis toegekend.
Tot zover het citaat.
Kan iemand uitleggen wat het nut is van waarde toekennen aan dieren via jacht en stierenvechten?
En: de jacht vindt vaak plaats in de vroegere ochtenduren zonder pottenkijkers of jachtopziener. Hoezo publiekelijk en controleerbaar? En is het principe van genieten van dierenleed verdedigbaar omdat er regels zouden kunnen worden toegepast?

Westerduin vervolgt met:
Het doden gaat niet onopgemerkt voorbij en er is altijd kans dat de dieren winnen. Dat is een minder eendimensionale verhouding dan het dader-slachtofferverhaal van Marianne Thieme. Bovendien gaat het juist op die plekken over de menselijke maat en dat wat mens en dier verbindt: een confrontatie met het onbeheersbare.
Tot zover het citaat.
Dit is een vreemde bewering. Dieren ontkomen weleens aan de jacht en een substantieel deel daarvan moet verder met hagel in het lijf. Wie dat winst noemt, die heeft geen hart in haar lijf.
Westerduin vervolgt met:
Onze omgang met dieren zou daarom niet alleen bepaald moeten worden door een rationele morele overweging. Uiteindelijk is de afwezigheid van emoties gevaarlijker dan de aanwezigheid ervan. Van de jager en de stierenvechter hebben dieren minder te vrezen dan van gerationaliseerde productieprocessen. Alleen het laatste heeft geleid tot de bio-industrie.
Tot zover het artikel.
Voor wie meer wil lezen over relevante overwegingen is hier een link naar een artikel over dierenrechten en hier een link naar het hanteren van drogredenen bij het negeren van dierenrechten.

08 september 2011

Vleeseters gelukkig niet hufterig

Hoogleraar psychologie Diederik Stapel blijkt de cijfers voor een onderzoek met als conclusie, dat vleeseters hufterig zouden zijn, te hebben verzonnen.
Zijn collega Roos Vonk meldt op haar website:
'Vandaag (7 september) hoorde ik dat collega Stapel op grote schaal fraude heeft gepleegd. Dat is ontdekt naar aanleiding van ander onderzoek. Ik moet aannemen dat ook de 'vlees-data' berusten op fraude. Bij het bespreken van de resultaten vond ik het wel vreemd dat Diederik de naam van de assistent niet noemde, maar de gedachte aan fraude is geen moment in me opgekomen,'.
Zij schrijft ook:
We kunnen niet zeggen dat het denken aan vlees mensen hufterig of eenzaam maakt (zoals we zeiden), maar ook niet dat het omgekeerd is. We weten het niet. De vragen die we hierover hadden moeten we alsnog onderzoeken en dat zullen we ook doen.
Tot zover Vonk. Zo ben je als Stapel een cum laude gepromoveerde hoogleraar en het volgende moment ben je een sukkel en wordt je op non-actief gezet.
Terecht, want hoe frustrerend het ook is dat vleeseters zo langzaam hun gedrag aanpassen aan de werkelijkheid van de dier in de bio-industrie, het aloude adagium is eeuwigdurend: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.
Eerlijkheid duurt het langst en dat betekent niet alleen dat je het met eerlijkheid het langst uithoudt, maar ook dat het langer duurt voordat je jouw zin of gelijk krijgt.
Een geluk bij dit publicitaire ongeluk is dat deze principes ook gelden voor de varkensboeren, die op dit moment vermoeid zijn van het gebrek aan inkomen en zuchten onder een slecht imago. En omdat mogelijk vleeseters toch geen hufters zijn, is er nog hoop mogelijk dat ook zij (op hun tijd) zullen inzien dat minder bio-industrievlees eten voor vele zaken goed is. Er was toch al geen mens die minder hufterigheid als hoogste belang daarbij genoemd had. Het gaat en ging om dierenwelzijn, milieu, duurzaamheid en leefbaarheid in het algemeen. Ook deze concepten worden uitgehold met drogredenen en geclaimd door ondernemers die belang hebben bij een positieve imago. Het weinige dat overblijft is geduld, zelf blijven denken en positief handelen.
Een troost, tenslotte, is dat minder bio-industrie de consument en de vleeseter veel in zijn portemonnee scheelt en zijn gezondheid minder schaadt.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf (met een smakelijke vegetarische maaltijd).

18 juni 2011

Schmieren bij de discussie over het ritueel slachten en de bio-industrie

De discussie over het verbod van onverdoofd ritueel slachten doet denken aan de discussie die de laatste decennia wordt gevoerd over de legitimiteit van de intensieve veehouderij. In beide discussies wordt kwistig gestrooid met drogredenen. De veehouders gebruiken non-argumenten om hun vee-industrie overeind te houden, joodse en islamitische geleerden om het onverdoofd slachten in stand te houden ("schmieren"). Niet alle argumenten van de voorstanders van onverdoofd slachten hebben een tegenhanger bij de voorstanders van de vee-industrie. Maar de overeenkomsten zijn er niet minder opmerkelijk om.

In de onderstaande tabel worden deze argumenten naast elkaar gezet:
Argumenten tegen verbod op onverdoofd slachten Argumenten voor het verdedigen van de bio-industrie
Met het verbod jaagt Nederland de joden naar het buitenland Als de Nederlandse boer niet mag uitbreiden dan gaat hij emigreren
Het dierenleed bij onverdoofd slachten is niet groter dan bij verdoofd slachten Het dierenwelzijn hoeft er in een megastal niet op achteruit te gaan
Als halal slachten wordt verboden dan doen we het wel illegaal of importeren we het vlees uit het buitenland. Als antibiotica niet meer legaal te verkrijgen is, dan halen we het wel van de zwarte markt
Het dierenleed in de bio-industrie is veel groter dan bij het ritueel slachten Het dierenleed in sommige landen is veel groter
Dieren die halal of koosjer worden geslacht, hebben een beter leven gehad dan varkens in de bio-industrie De bedrijfsvoering in de intensieve veehouderij moet voldoende aan de hoogste welzijnseisen ter wereld
Ook bij verdoofd slachten worden fouten gemaakt Nederland stelt de hoogste welzijnseisen ter wereld
Met het verbod van ritueel slachten startten de nazi’s de onderdrukking van de joden Gelukkig hanteert men in de bio-industrie zo’n abject, “Godwin” argument niet


Of de argumentatie bij de politici indruk maakt zal afhangen of zij in staat zijn om drogredenen te herkennen en of zij inschatten of hun (potentiële) kiezers deze ook serieus nemen. Daarnaast kan de angst bestaan dat wanneer het onverdoofd ritueel slachten wordt verboden dat dan het voortbestaan van de bio-industrie ter discussie komt te staan.

Zie ook de "Babylonische spraakverwarring tussen boeren, burgers en ambtenaren".

10 juni 2011

Waarom wil staatssecretaris Henk Bleker een dialoog over megastallen?

Hoogleraar psychologie te Nijmegen, Roos Vonk, heeft met honderd andere hoogleraren het initiatief gestart om te protesteren tegen de Nederlandse intensieve veehouderij.
In een e-mail aan de ondertekenaars van een pleidooi voor duurzame veeteelt meldt zij:
Inmiddels hebben drie van de hoogleraren een gesprek gehad met staatssecretaris Bleker. Tijdens dit gesprek zijn helaas onze aanbevelingen niet aan de orde gekomen. Ook wilde de staatssecretaris niet ingaan op ons verzoek om alle werkelijke kosten van de veesector in kaart te brengen. Wel heeft hij voorgesteld dat wij een actieve rol krijgen in het maatschappelijk debat over megastallen dat nu wordt gevoerd. Hij zei dat dit debat in feite breder is en gaat over verduurzaming van de veesector. Komende zomer worden de resultaten in kaart gebracht en op basis daarvan zal Bleker in september met beleidsvoorstellen komen.

Tot zover de e-mail. Zij concludeert dat de “gevestigde belangen groot zijn en de weerstand tegen verandering immens”.
Het is de heer Bleker naar eigen zeggen vooral te doen om erachter te komen wat de argumenten zijn die de tegenstanders van de megastallen naar voor brengen. Vermoedelijk wil hij dit weten zodat zijn PR-afdeling zich met de gebruikelijke drogredenen daarop kan richten. De heer Bleker vertegenwoordigt in de eerste plaats de belangen van de banken, de voedingsindustrie en de grootschalige boeren. Dat dierenwelzijn daaraan ondergeschikt is, daarvoor hoef je niet gestudeerd te hebben.

12 mei 2011

Nederlandse intensieve veehouders spreken niet de waarheid over waarom vlees zo goedkoop is

Nederlandse veehouders voelen zich niet gewaardeerd door de Nederlandse samenleving, zo blijkt uit het onderzoek naar de megastallen door bureau Veldkamp.

De veehouders vinden een debat over megastallen een goed initiatief mits er voor wordt gezorgd dat de uiteindelijke beslissing op rationele argumenten wordt genomen. Een belangrijke voorwaarde voor een debat is volgens hen: ‘... eerst zorgen dat iedereen dezelfde kennis heeft.’ Volgens hen zou bijvoorbeeld onder de aandacht van de burger moeten worden gebracht dat een kilo heel goedkoop vlees alleen maar zo goedkoop kan zijn, omdat het is ingevoerd uit landen waar de regelgeving veel minder streng is dan in Nederland.

Dat is een merkwaardige opvatting. In ons land worden drie keer zoveel dierlijke producten geproduceerd dan in ons land wordt geconsumeerd. Twee derde is bedoeld voor de export en kan op buitenlandse markten in prijs concurreren omdat het in ons land grootschalig wordt geproduceerd tegen slechte dierenwelzijnsomstandigheden. Er zijn in ons land veel regels tav dierenwelzijn, maar omdat deze in de praktijk vrijwel niet gecontroleerd worden, drukken deze regels nauwelijks op de kostprijs van vlees en zuivel. Hoe zou een Nederlandse boer anders kunnen concurreren met zijn buitenlandse collega’s waar de voorwaarden om goedkoop en verantwoord te produceren vaak beter zijn?
Verstaat een Nederlandse boer zijn vak dan beter? Hij zou het de consument wel graag doen geloven met de universiteit van Wageningen achter zich, maar helaas: niets is minder waar.
Omdat er in ons land zoveel vlees en zuivel wordt geproduceerd is er een grote verwerkende industrie die ook vlees en zuivel uit het buitenland importeert. De supermarkten kunnen dus kiezen welk vlees zij aan de consument aanbieden. Veehouders produceren voor het buitenland en Nederlandse consumenten krijgen goedkoop vlees aangeboden uit eigen en buitenland.
Er wordt gewoon langs elkaar heen gepraat. Zelfs wanneer alle Nederlanders vegetariër zouden worden dan zou dat de Nederlandse intensieve veehouders niet raken zolang dit ook niet geldt voor de buitenlandse consument want hun producten worden in het buitenland afgezet. Waarom zouden de veehouders dan klagen, want de buitenlandse consumenten weet vrijwel niets over de Nederlandse omstandigheden van het vlees en zuivel dat zij kopen.
Hoe kan een Nederlandse veehouder waardering verwachten voor een ondernemer die geld verdient ten koste van de eigen omgeving door het milieu te belasten, het aanzicht van het platteland te verzieken met megastallen en ook nog geen kwaliteit te geven aan het welzijn van dieren in de afgesloten stallen?
Laat de overheid de Nederlandse agrosector ook de kosten van de bedrijfsvoering (vervuiling) doorberekenen in plaats van af te wentelen op de Nederlandse belastingbetaler en te ondersteunen met EU subsidie. Dan is het gauw gedaan met de oneerlijke concurrentie van de intensieve veehouderij met de goedwillende kleinschalige ondernemer die zijn dieren buiten wil laten lopen in natuurlijke omstandigheden.

07 maart 2011

Desinformerende megaboeren: brutalen claimen de halve wereld

Hollandse veehouders laten zich er op voorstaan dat zij moeten voldoen aan de hoogste dierenwelzijnseisen. Een zinnig gesprek daarover is lastig omdat er altijd wel een land te vinden is waar het er slechter aan toegaat dan in ons land. In de praktijk is er weinig controle en de EU wordt te pas en te onpas erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Wat ook lastig is, is dat Nederlanders competitief zijn ingesteld, zo van “Onze bio-industrie is erg, maar als we op de wereldmarkt meer vlees kunnen verkopen, dan voorkomen we dat een ander land dieren produceert onder nog ergere omstandigheden.”
De burger profiteert van die internationale concurrentie want goedkoop geproduceerd vlees in eigen land is ook hier tegen lage prijzen beschikbaar. Zou het hele Nederlandse volk uit weerzin tegen de vee-industrie vegetariër worden, dan zou de vaderlandse productie toch doorgaan, want die is gericht op de export.
Nu het economisch wat tegenzit in Europa, zijn wat meer mensen gevoelig geworden voor het argument dat de agrosector bijdraagt aan de Nederlandse economie. Die bijdrage wordt dan ook opgeklopt tot het vier- tot zesvoudige, afhankelijk van wat je nog meerekent onder de sector.
Ook het politieke klimaat verandert. De liberale partijen winnen zienderogen terrein. Persoonlijke vrijheid wordt ook vertaald in het recht om ongestraft allerlei onzin te verkopen. Dat is de keerzijde van het recht op vrije meningsuiting en van de al jaren geldende praktijk dat het niet gaat om de waarheid maar om het imago. De markt produceert niet voor de behoeften van de consument, maar behoeften worden gecreëerd. Vlees en zuivel zijn niet nodig voor de gezondheid, maar wie durft te twijfelen als gezondheid in het geding is?
Dierenwelzijn was vroeger niet geborgd bij de kleinschaliger boeren en die situatie wordt niet per se slechter in de grootschalige megastallen. Maar deze negatieve situatie wordt omgebogen door te betogen dat dierenwelzijn beter geregeld kan worden in stallen waarbij in principe meer ruimte per dier zou kunnen zijn. Megastallen van melkveehouders zijn niet altijd gevuld in afwachting van het vrijlaten van het melkquotum. Naïeve consumenten denken dan de koeien kunnen scharrelen over de gehele ruimte. In werkelijkheid laat de boer een deel van zijn stal ongebruikt, want dan hoeft hij dat deel ook niet schoon te houden.
Ook de kiezer laat zich bedotten door het argument dat in megastallen de mestproductie veel beter valt op te vangen en zelfs is te benutten voor energieproductie. En dat alles zonder verlies aan dierenwelzijn. Uit onverschilligheid en onnadenkendheid gaat deze argumentatie erin als koek.
Vlees werd oorspronkelijk geproduceerd om de lokale bevolking te voeden en mest werd gebruikt om de grond vruchtbaar te houden en dieren werden zo veel mogelijk buiten gehouden uit efficiency gecombineerd met werkelijke compassie met dierenwelzijn. Wie zich dat realiseert en ook dat de huidige situatie van efficiënte overproductie puur en alleen nog maar gaat voor het spekken van de agro-industriële ondernemer zou zich ook kunnen realiseren dat de oplossing kan zitten in het weer beperken van de veestapel. Dan zijn alle door de agrobusiness veroorzaakte problemen opgelost en rest slechts het gemor van ondernemers die klagen dat zij veel meer hadden kunnen verdienen als hun geen strobreed in de wordt.
Van oudsher waren boeren als werkgevers gewend dat zij niet werden tegengesproken en ook bij het hanteren van drogredenen kregen zij door hun slecht opgeleide arbeiders weinig tegenspel. Het gevolg is dat zij gewend zijn geraakt aan het debiteren van allerlei onzin zonder daarvoor rekenschap te hoeven af te leggen. Varkenshouders liepen bij de laatste verkiezingen met T-shirts met de opdruk “Megastallen …. is dat de vraag? Wij kiezen voor vernieuwing!”. NAJK-jongeren pleitten voor het verbod op ministallen. Allemaal voorbeelden van flauwe pogingen om te laten zien dat zij zich door niets en niemand en zeker niet door rationele argumenten laten tegenhouden als er geld valt te verdienen. Dat brutalen de halve wereld hebben, is helaas nog steeds het geval.
Wie het daarmee niet eens is, rest ook maar één ding: verbeter de wereld en begin bij jezelf met verminderen van gebruik van dieren. Laat het oplossen van problemen niet alleen aan anderen over, maar vertrouw er wel op dat de eerste stap de belangrijkste stap is op weg naar een betere samenleving.

10 januari 2011

Geitenboer Frank vertelt vegetariër Berber onzin over broeikaseffecten

In de uitzending van Boer zoekt Vrouw van 9 januari 2011 heeft geitenhouder Frank 3 vrouwen op bezoek. Eén daarvan is de Groningse vegetariër Berber. Hij hoopt haar hart te winnen voor de bio-industrie, waar zijn geitenhouderij een voorbeeld van is. Hij zegt haar dat de biologische veehouderij meer CO2 uitstoot heeft dan de bio-industrie. Mogelijk dat Frank verliefd was en daarmee wat minder helder van geest. Maar het lijkt er meer op dat Frank geen verstand van de milieugevolgen van de intensieve veehouderij heeft.
De biologische veehouderij onderscheidt zich op een aantal punten van de intensieve veehouderij. Zo krijgen koeien en geiten geen voedsel dat verbouwd is met kunstmest en insecticiden. Daar zit de eerste milieuwinst. Verder laten veel biologische boeren hun dieren buiten lopen. Daarmee is het moeilijker om de mest te verzamelen. D e broeikasgassen die meekomen met de mest zijn het overvloedigst aanwezig bij dieren die op een speciaal eiwitrijk dieet worden gezet om zoveel mogelijk melk te geven. Biologische boeren melken hun dieren vaak wat minder uit, maar die grondhouding is niet wat het verschil is met de intensieve veehouderij. Het verschil zit ‘m soms in de hoeveelheid ruimte per dier, maar vooral in het voer. Het voer uit de intensieve veehouderij is vaak afkomstig van de soja die geproduceerd wordt in de tropische regenwouden. Het hierheen transporteren kost veel CO2.
Wat Frank bedoelde is dat het effect van de biologische veehouderij op zich niet gunstiger voor het voorkomen van de opwarming van de aarde is. Vleesproductie en -consumptie is de grootste veroorzaker daarvan. Overstappen op biologisch vlees is voor dat doel nauwelijks effectief. Daarvoor is de oplossing van Berber veel effectiever: zij is gestopt met vlees eten.

07 januari 2011

Een zeehond is geen huisdier en vlees is niet wat u denkt

Bij de Venlose visboer Roy G. zijn twee zeehonden in beslag genomen die hij (tijdelijk?) hield in een koelcel.
De dieren werden door de Voedsel en Waren Autoriteit dinsdag 4 januari bevrijd en zijn overgebracht naar het Dolfinarium. De visboer vraagt zich af waar mensen zo moeilijk over doen. 'Een Deense dog op een balkon mag wel en dit niet? Nergens staat dat ik geen zeehondjes mag houden. Ik wil ze terug. Vis heb ik genoeg voor ze.' ‘Daarin was ruimte genoeg, ze kregen goed te eten en er is ze niets overkomen.'
Sinds wanneer kunnen mensen eigenaar zijn van dieren die in de vrije natuur horen? Ook de argumentatie van Roy is ronduit zwak.
Het enige punt dat visboer heeft is dat het in de wet niet goed genoeg beschreven staat dat mensen geen “wilde” dieren zouden mogen houden. Maar wat is wild?
Met Kerst willen mensen wild eten, terwijl het vlees van die dieren in de regel gewoon afkomstig is van gehouden dieren en slechts een klein deel afkomstig is van de plezierjacht.
Gelukkig is er Wouter Klootwijk van voorheen de Keuringsdienst van Waarde die donderdag 6 januari zijn kritische serie is gestart met de Wilde Keuken.
Klootwijk vraagt zich in de eerste aflevering af waar de koeien blijven die geen melk meer geven. Hij ontdekt dat het rundvlees in menig Nederlandse supermarkt niet van een koe en niet van een stier afkomstig is. Het vlees komt van runderen uit Ierland (waar ruimte zat is) en wel van ossen. En waar blijft het Nederlandse topvlees? Dat gaat naar Spanje, ontdekt Klootwijk, die met zijn reisverslag het kritische combineert met het aangename.

15 september 2010

Het schemergebied voor vleeseters die zich comfortabel dom houden

In de Volkskrant bijlage het Vervolg van 28 augustus 2010 filosofeert Roos Vonk over de vraag waarom de consument maar niets wil doen aan het voortbestaan van de dubieuze vee-industrie.
Zij schrijft:
In onze ‘beschaafde’ samenleving zijn de dieren volledig aan het oog ontrokken, en onze relatie tot de andere gedupeerden – de mensen in de derde wereld en de generaties na ons – is diffuus.
Dit betekent dat je niet noodzakelijk asociaal en immoreel hoeft te zijn om vlees te eten. Mensen kunnen immers ook gewoon onwetend of onintelligent zijn, waardoor ze de gevolgen van hun keuzes niet ten volle beseffen - zeker zolang de voorlichting over de gevolgen van vleesconsumptie op het huidige armzalige niveau blijft. Maar er is een groot schemergebied tussen dom zijn en jezelf dom houden door niet even stil te staan bij ongemakkelijke waarheden.
….
De vleeseters zeggen tegen zichzelf: ‘Wat kan ik eraan doen? De boeren en de politiek bepalen hoe ons eten wordt geproduceerd. Als het echt zo erg was, zou de overheid wel ingrijpen’ Op hun beurt denken de boeren en leveranciers dat de consument het zo wil, omdat dier- en milieuonvriendelijk vlees en zuivel goed verkopen. De overheid grijpt evenmin in omdat kiezers hun koopkrachtplaatjes veel belangrijker lijken te vinden dan dieren, milieu en derde wereld. Dat is wat hun koop- en stemgedrag laat zien.
Zo leven we met z'n allen in een staat van pluralistic ignorante (meervoudige onwetendheid): we hebben allemaal het idee dat als het echt zo erg was, iemand anders er wel iets aan deed. Als iedereen het accepteert, dan zal het toch wel meevallen?
….
In het geval van de vee-industrie komt daar nog het gevoel bij dat je als individu machteloos staat tegenover iets dat zo alomtegenwoordig is. Veel mensen plaatsen wel sluimerende vraagtekens bij hun vleesconsumptie, maar hebben niet het idee dat hun eigen gedrag iets uitmaakt: het druppel-op-gloeiende-plaatgevoel. Om gevoelens van machteloosheid te vermijden proberen ook welwillende, betrokken mensen er maar liever niet aan denken.
Zo zetten de diverse miskleunen van de mensheid zich onbelemmerd voort, want `er is maar één ding nodig om het kwade te laten zegevieren: goedwillende mensen die niets doen' (Edmund Burke). Ik denk niet dat de meeste miskleuners zo ongelooflijk dom of asociaal zijn. Ik denk dat veel mensen die sluimerende vraagtekens op de achtergrond wel kennen. Maar meestal wandelen we daaroverheen, gemakshalve meedeinend in de vaart der volkeren. Dat is buitengewoon jammer, want mensen zijn diep in hun hart vaak niet zo stom en hufterig als ze zich gedragen. Ook vleeseters niet.
Tot zover Roos Vonk.
De conclusie lijkt haar gerechtvaardigd dat al deze mensen hun persoonlijk comfort belangrijker vinden dan de hoge en onomkeerbare kosten die hun keuzes voor anderen teweegbrengen.

Meer lezen over het heen en weer schuiven van de verantwoordelijkheid voor dierenleed?

09 september 2010

Dit jaar wordt stier banaantje gedood

CAS International demonstreert tegen stierenfeest 'Toro de la Vega'
Zesde protest tegen doodmartelen van stieren in Tordesillas, Spanje

Persbericht Valladolid, 9 september 2010 - Op 14 september 2010 vindt het festival 'El Toro de la Vega' plaats in de Spaanse gemeente Tordesillas (Valladolid, Castilla y León). Tijdens dit festival wordt een stier door honderden mannen te paard en te voet doodgestoken met lansen. Dit jaar organiseren dierenbeschermingsorganisaties CAS International en PACMA, met steun van AnimaNaturalis, voor de zesde keer een demonstratie tegen dit 'stierenfeest'. Het protest vindt plaats op 12 september in Tordesillas en Valladolid.

Tijdens Toro de la Vega wordt een stier losgelaten net buiten de gemeente Tordesillas, waar het dier wordt opgejaagd door honderden mannen te paard en te voet. Deze mannen zijn bewapend met lansen, waarmee ze de stier keer op keer steken, totdat het dier door zijn poten zakt. Dit ritueel kan uren duren. Als de stier stervend op de grond ligt, snijdt men zijn staart en testikels af als trofee voor de persoon die de stier de doodsteek toediende. Daarna wordt de stier gedood door met een dolk zijn ruggenmerg door te snijden.

Dit jaar wordt de stier Platanito ('banaantje') gedood. Het dier zal niet ouder worden dan vier jaar.

PACMA, CAS International, AnimaNaturalis en andere dierenbeschermingsorganisaties organiseren op zondag 12 september een demonstratie in Tordesillas. Zij protesteren daarna in Valladolid, waar de regionale overheid is gevestigd ('Junta de Castilla y León'), om hun aandacht te vragen voor de wreedheden die worden begaan jegens stieren en paarden in Tordesillas.

Spaanse organisaties willen nu meer dan ooit aantonen dat dit soort "primitieve vieringen" niet representatief zijn voor Spanje, vooral omdat deelstaat Catalonië het stierenvechten onlangs verbood. PACMA en CAS International: "We begrijpen werkelijk niet waarom liefhebbers het martelen en doden van weerloze dieren 'kunst' durven te noemen. Toro de la Vega is een anachronistische en gewelddadige traditie die in contrast staat met de huidige maatschappij, waarin mensen eisen dat dieren op respectvolle wijze worden behandeld".

Activisten uit heel Spanje nemen deel aan het protest, evenals activisten uit andere landen, waaronder 12 Nederlandse en Belgische vrijwilligers die CAS International vertegenwoordigen.

23 december 2009

Nederlanders hypocriet over dieren en boeren?

Citaat uit Het Vervolg van de Volkskrant van 19-12-2009:

CDA-politicus Ger Koopmans: De PvdD vertolkt "wel een gevoel dat leeft". Nederlanders vervreemden steeds meer van boeren. "Mensen zijn ook wel hypocriet. Met een parkiet in een kooi naast de bank, zitten ze af te geven op het feit dat slachtkippen te weinig ruimte hebben".

Bij wijze van uitzondering heeft Koopmans hier gelijk.

Meer lezen over inconsequente redeneringen, waarbij de rechten van dieren over het hoofd worden gezien? klik hier.

04 september 2009

Vossenjacht in de duinen op basis van onzinnige argumenten

Er mag volgens de minister van LNV, Gerda Verburg weer gejaagd worden op vossen in de duinen. De onlogische redenering is als volgt: "Vossen eten meeuwenjongen en –eieren. Om dit te voorkomen gaan de meeuwen broeden in de stad. In de stad vinden zij ook hun voedsel. Dit levert overlast op in de stad. Door de vossen te bejagen gaan de meeuwen meer broeden in de duinen. Gevolg is minder overlast in de stad."
Tot zover de redenering. Maar de redenering is nog niet af. Meeuwen die in de duinen broeden, leveren inderdaad tijdens dat broedseizoen geen overlast in de stad. Maar wanneer de aanwas van de meeuwen niet door de vossen worden gedecimeerd, komen er steeds meer meeuwen, die hun voedsel in de stad gaan zoeken. Het is overigens maar de vraag of de meeuwen naar de duinen komen om te broeden, want in de stad is er ook minder gevaar van vossen.
Wil je de overlast van meeuwen tegengaan, dan moet je ervoor zorgen dat er geen voedselresten in de stad zwerven en dat vossen de omvang van de meeuwenpopulatie in bedwang kan houden. Het resultaat van de jacht op vossen is dat er niet minder overlast van meeuwen zal komen.

Jagers verzinnen zulke halfslachtige redeneringen omdat zij uit plezier willen jagen. Het is treurig dat het publiek dat thuis overlast ondervindt van meeuwen, maar graag een natuurlijke ervaring (vossen kijken) tijdens een duinwandeling wil, zich een oor laat aannaaien omdat het meewerken aan een schonere stad te veel moeite lijkt.

24 januari 2009

Het gaat bij kweekvis en de koks gewoon om de centen

Op de site Misset Horeca wordt ingegaan op:

Zeven vooroordelen over kweekvis

Bij het reageren op deze vooroordelen wordt geen sterke argumentatie gevoerd. We sommen de vooroordelen op en laten die gedeelten in de reactie staan die duidelijk de onverschilligheid van de auteur Bianca Roemaat laten zien over het welzijn van de kweekvis en haar gebrek aan betrokkenheid bij de ernst van de problematiek.

Op de site:


Kweekvis komt steeds vaker op het restaurantbord terecht. De achteruitgang van de natuurlijke visstand maakt kweekvis het op één na beste alternatief. Koks blijven hun vooroordelen. We laten er een zevental passeren.

1. 'Kweekvis zit vol medicijnen'
Zolang de kwekers open communiceren over wat ze met hun vissen doen, is enigszins te controleren of het veilig gebeurt

2. ‘Kweekvis is groter’
Wie een gekweekte kabeljauw naast een wilde legt, komt al gauw tot de slotsom dat de kweekvis groter is. ‘Ze hebben vast groeihormonen gekregen’, is één van de vooroordelen. Of dat de reden is, laten we hier buiten beschouwing, omdat daarover niet zomaar een uitspraak is te doen zonder wetenschappelijk onderzoek.

3. ‘Kweekvis eet vis’
‘In de brokjes die de vissen in bassins krijgen, zit vaak eiwit en soja. Maar ook restproducten van wild gevangen vis en schaaldieren. Dat riekt naar ‘kannibalisme’, maar dat is in de natuur gebruikelijk.

4. 'Kweekvis is minder lekker'
Het is een cliché, maar smaken verschillen.

5. ‘Kweekvissen hebben geen ruimte'
Wie een bassin ziet waarin het krioelt van de vissen, krijgt snel dat idee. Toch is de diepte vaak niet meteen waar te nemen, dus dat kan schelen.

6. ‘Visteelt is belastend voor het milieu'
Berichten over vervuild water haalden de pers. Inmiddels is heel wat werk verzet door de kwekers. Logisch, want ze zijn niet gebaat bij negatieve geluiden in de media.

7. ‘Biologisch kweken klinkt tegenstrijdig'
Hoe dan ook, biologisch gekweekte vis klinkt net iets positiever dan ‘gewoon’ geteelde. Dus waarschijnlijk heeft het potentie.

Tot zover de site Misset Horeca.


Ook hier is de conclusie duidelijk: het gaat in de intensieve veehouderij, intensieve visserij en in de horeca om de centen en echt verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van dat denken ontbreekt.

Leeswijzer


Thema's of steekwoorden vindt u via de labels onderaan de pagina of op Animal Freedom.
Klik hier voor de laatste bijdragen op dit blog
.
Klik hier voor het beleid om uw privacy te beschermen.
Kijk op ook Facebook voor onze reactie op de actualiteit.

Waarom dit blog?

De Nederlandse veehouderij is vooral gericht op zoveel mogelijk voor de export te produceren onder het motto “meer, meer, meer en groot, groter, grootst”. Dit heeft negatieve gevolgen voor zowel de dierenwelzijn, biodiversiteit, het milieu, het klimaat, de portemonnee en de gezondheid van burgers en ook voor welwillende boeren.
Dit blog verzamelt kritische artikelen die de wurggreep beschrijven waarin de veehouderij zichzelf heeft vastgezet. Zo willen we niet alleen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het leven voor alle belanghebbenden, maar ook aan een schone, gezonde omgeving en een beter dierenwelzijn.

Ook de argumentatie dat dieren grondrechten hebben kan beter en meer aansluiten op hoe mensen voor zichzelf vinden dat recht moet gelden. Alle dier(soort)en kunnen in hun recht op vrijheid als (intrinsiek) evenwaardig aan mensen beschouwd worden. Dierenrechten zijn mensenrechten, die mensen de kans geeft om voor dieren op te komen.
Dieren, bijv. in de intensieve veehouderij, worden behandeld als een object in plaats van een subject met gevoelens en rechten.

De snelheid en het aantal dier(soort)en dat we voortdurend gebruiken is immens. De bijdrage aan onze welvaart en economie van de agrosector is gering. De oplossing is simpel en van niemand anders dan van ons zelf afhankelijk.

Dierenrechten in woord en beeld

Vrijheid is ook een intrinsiek grondrecht voor dieren. Dieren zijn geen dingen Dierenrechten zijn mensenrechten. Mensen moeten voor dieren kunnen opkomen wanneer hun grondrecht wordt geschonden.
logo van Animal Freedom yin en yang
Lees hier over de redenen waarom dieren recht op vrijheid hebben. Lees hier waarin mens en dier evenwaardig zijn.