Er is een wezenlijk verschil tussen waarde en waardigheid
Voor Kant heeft ieder mens waardigheid, een eigenschap die geen prijs kent en die nooit tot middel mag worden gereduceerd. Ieder mens is moreel relevant simpelweg door zijn bestaan als rationeel en autonoom wezen. Zijn beroemde morele wet luidt: handel zo dat je het menszijn, zowel in eigen persoon als in de persoon van ieder ander, altijd tegelijk als doel en nooit louter als middel gebruikt. Deze formulering legt de verantwoordelijkheid bij de handelende mens. Het vraagt reflectie: gebruik ik dit wezen voor mijn gemak, of respecteer ik diens waardigheid als doel op zich?
Filosofen zoals Tom Regan hebben geprobeerd dierenrechten te baseren op hun “intrinsieke waarde”. Het probleem van dit begrip is dat het beschrijvend blijft: het erkent dat dieren belangrijk zijn, maar vertaalt zich nauwelijks in concrete zedelijke verplichtingen voor de mens. Het richt de aandacht op het wezen zelf, niet op het handelen van de mens.
Door Kants idee van waardigheid door te trekken naar dieren ontstaat een ethiek die wél gedragsverandering oproept. Dieren zijn geen mensen en bezitten geen rationaliteit zoals Kant die definieert, maar ze zijn wél subjecten van een leven. Ze hebben belangen, gevoelens en voorkeuren die ertoe doen. Vanuit deze kantiaanse geest kunnen we daarom stellen: behandel dieren altijd met respect. Gebruik ze niet alleen voor jouw gemak, maar let op wat ze nodig hebben om te leven, gezond te zijn en vrij te bewegen. Wie hun welzijn negeert, handelt tegen hun waardigheid.
Op deze manier verschuift de ethiek van een theoretische erkenning naar concrete zedelijkheid. Het gaat niet om abstracte waarde, maar om de grenzen van het handelen van de mens. Dieren mogen nooit louter als middelen worden gebruikt. Net zoals er geen boven- of ondermensen bestaan, zo bestaan er geen boven- of onderdieren wat betreft hun intrinsieke waardigheid.
Het resultaat is een krachtige morele richtlijn: waardigheid is niet iets om te erkennen, maar iets om te respecteren in ons handelen. Waar het begrip “intrinsieke waarde” stil kan blijven staan, daagt “waardigheid” ons uit om werkelijk na te denken over onze verantwoordelijkheid. Het nodigt uit tot zelfbeperking, reflectie en zedelijk handelen, precies zoals Kant het bij mensen beoogde, maar nu uitgebreid tot alle levende wezens die gevoelig zijn voor hun eigen welzijn.