Mens en dier zijn (intrinsiek) evenwaardig in hun recht op vrijheid

Alle levende wezens zijn verschillend maar evenwaardig in het recht op vrijheid op een natuurlijk leven.
Een dier is (net als een mens) geen ding of een object.
Mensen moeten kunnen ingrijpen wanneer mensen dieren misbruiken of onrecht aandoen.

Leeswijzer


Thema's of steekwoorden vindt u via de labels onderaan de pagina of op Animal Freedom.
Klik hier voor de laatste bijdragen op dit blog
.
Klik hier voor het beleid om uw privacy te beschermen.
Kijk op ook Facebook voor onze reactie op de actualiteit.
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

20 juni 2024

Het dilemma van AI-filmpjes over dieren

Een risico voor de dierenrechtenbeweging

In de wereld van sociale media verschijnen steeds meer AI-gecreëerde filmpjes waarin wilde dieren in nood dankbaar reageren op menselijke hulp. Deze filmpjes worden vaak gedeeld door mensen met compassie voor dieren, en hoewel de intentie lovenswaardig lijkt, roept dit fenomeen een fundamenteel dilemma op voor de dierenrechtenbeweging. Helpen deze video's daadwerkelijk dieren, of brengen ze de strijd voor dierenrechten juist schade toe?

Positieve intenties, complexe gevolgen

Op het eerste gezicht lijken AI-filmpjes een krachtig middel. Ze wekken empathie, vergroten bewustwording en maken ingewikkelde kwesties toegankelijk. Maar deze voordelen hebben een keerzijde. De emoties die AI-filmpjes oproepen, zijn gebaseerd op fictieve situaties en kunnen een vals beeld schetsen van dieren en hun behoeften. Dit ondermijnt niet alleen de authenticiteit van de empathie, maar maakt het ook moeilijker om aandacht te vragen voor de werkelijke realiteit van dierenleed.
Daarnaast riskeren deze filmpjes dat de focus verschuift van echte problemen naar een versimpelde, gecreëerde werkelijkheid. Dit kan ertoe leiden dat mensen een onrealistisch beeld krijgen van wat dieren voelen en nodig hebben, waardoor de beweging voor dierenrechten minder serieus genomen wordt.

Wantrouwen en interne verdeeldheid

Een bijkomend gevaar is dat organisaties die gebruikmaken van AI-filmpjes of erop reageren, zichzelf kwetsbaar maken voor kritiek. Tegenstanders kunnen beweren dat dierenrechtenorganisaties vooral bezig zijn met hun eigen voortbestaan en fondsenwerving in plaats van met het daadwerkelijk helpen van dieren. Dit voedt het wantrouwen dat zulke organisaties zich meer richten op marketing dan op hun missie.
Bovendien leidt de discussie over AI-filmpjes binnen de beweging zelf tot verdeeldheid. Kritiek op het gebruik van deze middelen kan worden opgevat als een aanval op de inzet van andere activisten, terwijl de intentie juist is om de beweging te versterken. Deze interne conflicten verzwakken de gezamenlijke kracht en spelen tegenstanders, zoals belanghebbenden achter de bio-industrie in de kaart.

De val van overreactie

Misschien wel het meest zorgwekkende is dat dierenbeschermers die AI-filmpjes bekritiseren, het risico lopen in een val te trappen. Door de filmpjes te ontmaskeren of de gevaren ervan te benoemen, kunnen zij zelf worden weggezet als overgevoelige activisten die zich druk maken om details. Tegenstanders kunnen dit aangrijpen om het stereotype beeld van ‘wereldvreemde idealisten’ te versterken, en pijnlijk genoeg zouden ze daarmee deels gelijk kunnen krijgen.

Het grotere plaatje: authentieke verhalen en bewustwording

Het dilemma van AI-filmpjes vraagt om een kritische maar doordachte aanpak. In plaats van zich te verliezen in discussies over de filmpjes, kan de dierenrechtenbeweging ervoor kiezen om zich te richten op authentieke verhalen en concrete acties. Door het delen van echte beelden en informatie over dieren in nood, blijft de boodschap dichtbij de realiteit en wordt het risico op misleiding geminimaliseerd.
Tegelijkertijd is het van belang om binnen de beweging een open dialoog te voeren over de ethische grenzen van campagnevoering. Alleen door samen een koers te bepalen, kan verdeeldheid worden voorkomen en de focus blijven liggen op wat echt belangrijk is: het verbeteren van het leven van dieren.

Ieder voordeel heb zijn nadeel (Cruijff)

Het gebruik van AI-filmpjes over dieren is een krachtig voorbeeld van hoe technologie zowel een hulpmiddel als een risico kan zijn. Voor de dierenrechtenbeweging is het essentieel om zich bewust te zijn van de gevaren en valkuilen die deze filmpjes met zich meebrengen. Alleen door transparantie, authenticiteit en samenwerking kan de beweging haar geloofwaardigheid behouden en effectief blijven strijden voor een wereld waarin dieren echt worden geholpen.

Zie ook: De ethiek van AI-gebruik in tekst en beeld.

En: Een dialoog over dierenrechten met een chatrobot.

18 juni 2024

Het bouwen van een veestapel als piramidespel

Het gaat een keer fout

De Nederlandse veehouderij staat al jaren onder druk door schaalvergroting, stijgende grondprijzen en strengere milieuregels. Veel veehouders zien hun toekomst met zorg tegemoet, omdat zij grote investeringen deden in hun bedrijven. In dit artikel trek ik een parallel tussen de veehouderij en een piramidespel, waarin slimme timing, afhankelijkheid van anderen en het afwentelen van risico's op derden centraal staan. De vergelijking mag verrassend lijken, maar er zijn opmerkelijke overeenkomsten.

Het kunstje van instappen en op tijd uitstappen

In een piramidespel is het de kunst om op tijd in te stappen en snel uit te stappen voordat het systeem instort. De eerste deelnemers profiteren van de inleg van nieuwe spelers, maar naarmate er minder instappers komen, raakt het systeem verzadigd en blijft een groot deel van de deelnemers met lege handen achter.
Voor melkveehouders geldt iets vergelijkbaars: zij moeten strategische keuzes maken over het opschalen van hun bedrijf, het aankopen van grond en het investeren in technologie. Boeren die op het juiste moment uitbreiden en later hun bedrijf verkopen, kunnen winst maken. De uitdaging is echter dat de sector steeds minder toekomstbestendig lijkt, met toenemende kosten en milieuregels die schaalvergroting moeilijker maken. Net als in een piramidespel is er een moment waarop het systeem voor veel spelers onhoudbaar wordt.

Voorzichtig met informatie: timing en transparantie

Zowel in de melkveehouderij als in een piramidespel is het van belang hoeveel je prijsgeeft aan anderen. In beide systemen geldt: wie te open is over de risico's of zijn eigen winstbejag, verliest het vertrouwen van anderen. Een boer kan zijn collega's of investeerders niet te veel laten weten over zijn zorgen over de toekomst van de sector, omdat hij daardoor kwetsbaar kan lijken. Tegelijkertijd moet hij wel inspelen op veranderingen in de markt en regelgeving.
Deelnemers aan een piramidespel spelen een soortgelijk spel. Ze moeten het vertrouwen winnen van nieuwe instappers, maar kunnen niet te veel waarschuwen voor de instabiliteit van het systeem, omdat dit anderen zou afschrikken. In beide gevallen blijft een zekere mate van schijnzekerheid en het "uitstralen van vertrouwen" noodzakelijk.

Het afwentelen van risico's en kosten op anderen

Een belangrijk kenmerk van zowel de melkveehouderij als een piramidespel is de afwenteling van kosten en risico’s op anderen. Melkveehouders kunnen, om hun kosten te drukken, nadelen afwentelen op het welzijn van hun dieren, het milieu en de biodiversiteit. Dieren worden vaak gehouden onder intensieve omstandigheden, mest spoelt uit en wordt in sommige gevallen illegaal gedumpt, en monoculturen schaden de biodiversiteit door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Net als bij een piramidespel zijn de uiteindelijke kosten van dit systeem voor een groot deel verschoven naar anderen, met name de natuur en de samenleving. Wanneer de negatieve gevolgen zich manifesteren, zoals vervuilde grond of verlies van biodiversiteit, moet de overheid vaak ingrijpen om de schade te herstellen — met belastinggeld. Dit lijkt op hoe in een piramidespel de kosten van de laatste deelnemers, die hun inleg nooit terugzien, uiteindelijk worden afgewenteld op de maatschappij, bijvoorbeeld via schuldsanering of andere sociale vangnetten.

Winst voor enkelen, kosten voor velen

In zowel de melkveehouderij als in een piramidespel profiteert een selecte groep op korte termijn. In de melkveehouderij zijn het de boeren die hun bedrijf op tijd kunnen verkopen of opschalen en profiteren van subsidies of gunstige marktomstandigheden. In een piramidespel zijn het de vroege instappers die de winsten opstrijken. De kosten van beide systemen worden echter gedragen door een grotere groep mensen: de boeren die te laat zijn met opschalen, de natuur die lijdt onder intensieve landbouw, en de samenleving die voor de ecologische of financiële schade moet opdraaien.

Een doodlopend systeem?

Net als een piramidespel lijkt de melkveehouderij op een systeem dat op termijn vastloopt. De economische en ecologische grenzen worden steeds zichtbaarder. De grondprijzen stijgen, regelgeving wordt strenger, en er is simpelweg niet genoeg land om de mestproductie duurzaam te kunnen verwerken. Bovendien kan de intensieve landbouw op termijn onhoudbare schade aan de biodiversiteit toebrengen. In een piramidespel komt het moment onvermijdelijk dat er geen nieuwe instappers meer zijn om het systeem draaiende te houden.
Zowel boeren als deelnemers aan een piramidespel zijn zich er vaak van bewust dat hun systeem niet eeuwig houdbaar is. Toch hopen ze er op tijd uit te kunnen stappen met winst, voordat het systeem instort.

Wie betaalt de rekening?

De vergelijking tussen de Nederlandse melkveehouderij en een piramidespel werpt een nieuw licht op de strategische keuzes en afhankelijkheden van boeren. In beide systemen draait het om timing, het beheersen van risico’s en het winnen (of behouden) van vertrouwen. Op korte termijn kunnen slimme spelers winnen, maar uiteindelijk zullen de kosten door een grotere groep moeten worden gedragen. De retorische vraag is niet alleen hoe lang dit systeem kan blijven bestaan, maar ook wie uiteindelijk de prijs betaalt.
Het antwoord is: wij allemaal, mens en dier.


15 juni 2024

Van veestapel naar plantaardige voedselfabriek

Een pleidooi voor duurzame transitie

Nederland staat voor een fundamenteel dilemma: we hebben een onnodig grote veestapel die een onevenredige belasting vormt voor onze leefomgeving, terwijl tegelijkertijd structurele oplossingen uitblijven. De individuele boer bevindt zich in een klassiek prisoners dilemma: collectief erkennen velen de noodzaak tot krimp, maar individueel wil niemand de eerste zijn die economisch nadeel ondervindt. Sterker nog, wanneer één veehouder ruimte maakt door te krimpen, wordt deze (stikstof)ruimte vaak direct ingenomen door een andere boer die hiermee zijn inkomen vergroot.

De impasse in de Nederlandse veehouderij

Dit mechanisme, waarbij individueel rationeel gedrag leidt tot een collectief onwenselijke uitkomst, wordt in stand gehouden door politieke verdeeldheid en korte-termijnbelangen. Politici werken onder invloed van lobbyisten structurele oplossingen vaak tegen, terwijl oppositiepartijen het complexe spel van economische belangen en drogredeneringen niet altijd doorgronden. Het resultaat is een lappendeken van herhaald aangedragen deeloplossingen die inefficiënt en duur zijn, maar de kern van het probleem niet aanpakken.

De mythe van de onmisbare veehouderij

Een belangrijk obstakel in het debat is de misinformatie over het belang van de veehouderij. Het romantische beeld van de traditionele boer die van zijn dieren houdt, verhult de economische realiteit van de moderne intensieve veehouderij. Veel veehouderijen zijn tegenwoordig industriële ondernemingen waar dieren primair als productie-eenheden worden beschouwd.
De mythe van onmisbaarheid –het idee dat Nederland niet zonder de huidige omvang van de veestapel kan– verduistert het feit dat we vooral voor de export produceren. De economische bijdrage van de intensieve veehouderij wordt vaak overschat, terwijl de maatschappelijke kosten van milieuvervuiling en gezondheidsproblemen worden genegeerd.
Deze misleidende narratieven maken een rationeel, op feiten gebaseerd gesprek over de toekomst van onze voedselproductie vrijwel onmogelijk. Ze creëren een valse tegenstelling tussen boeren steunen of natuur beschermen, terwijl duurzamere vormen van landbouw beide belangen kunnen dienen.

Wachten op crisis of nu handelen?

De huidige situatie illustreert een pijnlijk patroon in onze omgang met complexe maatschappelijke problemen: pas wanneer een crisis onomkeerbaar wordt, zijn we bereid tot fundamentele verandering. Het Nederlands gezegde "als het kalf verdronken is, dempt men de put" is hier letterlijk van toepassing.
Problemen die zich geleidelijk manifesteren worden uitgesteld, vooral wanneer sterke economische belangen op korte termijn zwaarder wegen dan abstracte ecologische risico's voor de toekomst. De ironie is dat wanneer de situatie zo ernstig wordt dat ingrijpen onvermijdelijk is, de oplossingen vaak drastischer, duurder en pijnlijker zijn dan wanneer eerder was ingegrepen.
De vraag is of we willen wachten tot de natuur bijna niet meer te redden is, voordat we de werkelijke veroorzaker –een te grote veestapel– aanpakken.

Een toekomst zonder dierlijke productie

Een fundamentele oplossing voor deze problematiek ligt in een radicale herziening van onze voedselproductie. In plaats van te blijven investeren in een systeem dat inherent inefficiënt en vervuilend is, kunnen we ons richten op plantaardige voedselproductie onder strikt gereguleerde omstandigheden.
Moderne technologieën maken het mogelijk om voedsel te produceren zonder dieren en zonder kans op vervuiling van grondwater en natuurgebieden.

  1. Verticale landbouw biedt de mogelijkheid om in gecontroleerde binnenomgevingen gewassen te verbouwen in lagen, met minimaal gebruik van water en zonder pesticiden.
  2. Plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel worden steeds geavanceerder en aantrekkelijker. Zij kunnen de voedingsbehoeften vervullen zonder de ecologische voetafdruk van dierlijke productie.
  3. Precisie-fermentatie maakt het mogelijk om specifieke eiwitten en andere voedingsstoffen te produceren, bijvoorbeeld via microbiële processen, zonder dieren.

Deze voedselfabrieken van de toekomst zouden niet alleen milieuvriendelijker zijn, maar ook minder kwetsbaar voor klimaatverandering, ziektes en andere verstoringen die de traditionele landbouw bedreigen.

Ook akkerbouw kent bezwaren

De grond en het water op, onder en rond het platteland is niet meer betrouwbaar. Door de vervuiling van het oppervlakte water en grondwater met PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) door de industrie en door vervuiling met ammoniak via het mestoverschot wordt ook op land geproduceerd plantaardig voedsel minder gezond. Ook de biodiversiteit neemt door het intensieve landgebruik af tot een niveau dat ecosystemen dreigen in te storten.

Naar een eerlijk gesprek en duurzame transitie

De transitie naar een duurzamer voedselsysteem vereist allereerst een eerlijker gesprek zonder obscure lobbyisten. We moeten de economische drijfveren achter de veehouderij openlijk erkennen, zonder dit te verhullen achter nostalgische beelden. We moeten de werkelijke kosten van goedkoop vlees en zuivel in kaart brengen, inclusief de milieueffecten en maatschappelijke kosten.

Vervolgens is politieke moed nodig om structurele veranderingen door te voeren die individuele boeren niet benadelen, maar de sector als geheel in een duurzamere richting sturen. Dit betekent bindende afspraken met handhaving, economische prikkels die verduurzaming belonen en platforms waar boeren gezamenlijk aan oplossingen kunnen werken.

De natuur zal zich uiteindelijk herstellen als we de druk verminderen, maar de vraag is of we bereid zijn om nu te handelen, of pas wanneer het kalf verdronken is. Een toekomst met plantaardige voedselproductie onder gecontroleerde omstandigheden biedt niet alleen ecologische voordelen, maar ook economische kansen voor een land dat bekend staat om zijn innovatieve landbouwsector.

Het is (al decennia) tijd om voorbij de misinformatie en belangenverstrengeling te kijken en te bouwen aan een voedselsysteem dat werkelijk toekomstbestendig is: voor onze natuur, onze gezondheid en uiteindelijk ook voor onze economie.

02 juni 2024

De ethiek van AI-gebruik in tekst en beeld

Verspreid niet zo maar AI beelden van wilde dieren

Met de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) als instrument voor creatieve expressie worden we geconfronteerd met nieuwe ethische uitdagingen. Van AI-geïnitieerde teksten tot gegenereerde beelden van dieren, de vraag naar wat verantwoord gebruik is, wordt steeds prangender. In dit essay verkennen we hoe AI-gebruik verschilt tussen tekst en beeld en waarom transparantie bij beeld belangrijker lijkt dan bij tekst.

De impact van AI op beeldvorming

Recentelijk verschijnen op sociale media AI-gecreëerde filmpjes waarin dieren worden afgebeeld op een manier die niet strookt met hun natuurlijke gedrag. Wilde dieren worden bijvoorbeeld getoond als buitengewoon vriendelijk en vreedzaam in contact met mensen, of vogels worden afgebeeld die hun jongen beschermen met vleugels als een paraplu. Hoewel deze beelden op het eerste gezicht onschuldig lijken, kunnen ze bijdragen aan misvattingen over dieren en hun werkelijke aard.
Het risico van dergelijke beelden ligt in het idealiseren of humaniseren van dieren, een fenomeen dat antropomorfisme wordt genoemd. Het kan leiden tot schadelijke praktijken, zoals het stimuleren van de vraag naar exotische huisdieren of onrealistische verwachtingen over interacties met dieren in het wild. Dit roept de vraag op: waar ligt de ethische grens bij het gebruik van AI om beelden te maken die de werkelijkheid vervormen?
Bovendien kan dit probleem worden versterkt door series en films waarin dieren vaak op een vergelijkbare manier worden afgebeeld. Mensen kunnen hierdoor ten onrechte de indruk krijgen dat dieren, wanneer ze vriendelijk worden benaderd, automatisch vriendelijk terug zullen reageren. AI-video’s versterken dit beeld mogelijk nog verder. Dit kan leiden tot het schadelijke idee dat dieren in de vrije natuur er op staan te wachten om met mensen in contact te komen. In werkelijkheid vermijden wilde dieren over het algemeen contact met mensen, tenzij er iets aan de hand is. Bijvoorbeeld, wanneer ze eerder door mensen zijn gevoerd of in uitzonderlijke gevallen wanneer ze hulp verwachten, zoals bevrijding uit een beklemmende situatie. Het is daarom cruciaal om te voorkomen dat AI-beelden deze misvattingen verder in stand houden.

Transparantie als ethisch kompas

Een belangrijke overweging is de intentie en context waarin AI-beelden worden gepresenteerd. Wanneer AI-beelden authentieke opnames suggereren, is er een duidelijke kans op misleiding. Dit kan voorkomen worden door expliciet te vermelden dat het om AI-gegenereerde beelden gaat. Transparantie voorkomt niet alleen verwarring, maar helpt ook bij het behouden van respect voor dieren in hun eigenheid en natuurlijke gedrag.
Interessant genoeg geldt dit bezwaar minder voor strips of animaties, waar de kijker zich doorgaans bewust is van het fictieve karakter. Het verschil ligt in de context: strips beogen entertainment en worden niet als realistisch ervaren, terwijl AI-beelden vaak een illusie van realiteit oproepen.

De rol van AI in tekstproductie

Bij teksten is de situatie anders. Het gebruik van AI bij het genereren van teksten hoeft niet expliciet te worden vermeld, omdat teksten doorgaans minder direct als authentiek of emotioneel geladen worden ervaren. Hier ligt de nadruk op de inhoud en functionaliteit. Zolang de informatie correct en betrouwbaar is, maakt het minder uit of een mens of een machine de tekst heeft geschreven. De kans op misleiding is bij teksten bovendien kleiner, omdat de focus ligt op wat er wordt gezegd en niet op wie het zegt.
Daarnaast is het gebruik van technologie bij tekstcreatie niets nieuws. Schrijvers maken al jaren gebruik van hulpmiddelen zoals spellingcontrole en thesauri. AI kan worden gezien als een natuurlijke uitbreiding hiervan, die inhoud sneller en efficiënter kan produceren zonder dat de bron per se relevant is.

Een balans tussen ethiek en technologie

Het onderscheid tussen tekst en beeld toont aan hoe belangrijk context en intentie zijn bij het gebruik van AI. Waar teksten vooral worden beoordeeld op hun accuraatheid en waarde, hebben beelden een sterkere impact op emoties en percepties. Daarom moet de kijker bij AI-beelden altijd weten dat het om gegenereerd materiaal gaat, terwijl bij teksten transparantie minder noodzakelijk is.

04 januari 2024

Natuurbehoud versus veehouderij: de onderschatte prijs van verwaarloosd eigenbelang

Snel veel geld willen verdienen

Op het platteland speelt een onderschatte strijd tussen economische belangen en natuurbehoud. De veehouder, als beheerder van zijn land, staat voor een uitdaging: het voeden van zijn veestapel en het behouden van de natuurlijke omgeving. Wanneer grote investeringen zijn gedaan om met een grotere veestapel meer inkomen te verwerven, verschuift de balans naar inkomenszekerheid. Dit creëert een disbalans die de politiek te vaak over het hoofd ziet.
Het hart van deze kwestie ligt in de prioriteiten van de veehouder. Begrijpelijk genoeg ligt zijn focus op het terugverdienen van investeringen en het handhaven van een rendabele veestapel. De mogelijkheid van grote productie, samenhangend met gerichtheid van de verwerkende sector op export, leidt tot intensivering van landbouwpraktijken, wat monocultuur, verlies van biodiversiteit en achteruitgang van habitats van weidevogels tot gevolg heeft.

Onzekere toekomst

Het grote publiek bepaalt zijn beeld van de motivatie van wat boeren beweegt op basis van romantische verhalen van vroeger en uit hun kindertijd. Ondertussen heeft de economisch realiteit een totaal ander soort motivatie en bedrijfsvoering in de landbouw opgeleverd. Boeren hebben jaren gewerkt aan steeds grotere productie, waarbij boeren elkaars bedrijf opkochten en de een comfortabel ging rentenieren en de ander aan de slag ging om een stevig belegde boterham  te verdienen.
Zo werd het aantal boeren steeds kleiner, de veestapel en mestproductie per bedrijf werd steeds groter, terwijl de financiële vooruitzichten steeds gunstiger, maar ook meer onzeker werden door het belang van de export (vrijhandel), internationale samenwerking (EU) en afhankelijkheid van de voedsel verwerkende industrie.
Marketing en beeldvorming werd steeds belangrijker. Agressieve assertiviteit werd steeds meer gewoonte en de poging van de overheid om met steeds strengere regelgeving kwetsbare dieren en natuur te beschermen leidde tot grootschalig verzet tegen overheidsinmenging. Er werd voorlopig electoraal succesvol steun gezocht bij het welwillende grote publiek waarbij soortgelijke onzekerheden resoneren en dat uit een welbegrepen maar misplaatst eigenbelang ook bereid lijkt de belangen van de natuur naar achteren te willen schuiven.
"Erst das fressen und dann die moral".

Natuurbelangen wegen financieel nauwelijks

Het gebrek aan financieel voordeel uit natuurbehoud versterkt deze trend. Veehouders ontvangen hoogstens minimale subsidies voor specifieke natuurbeheerprogramma's, zoals weidevogelbeheer. Deze subsidies zijn vaak niet toereikend en zonder aandacht voor de belangen van weidevogels kan de veehouder sneller rendement maken.
Deze situatie plaatst de maatschappij en de politiek voor een dilemma. Hoewel grote veestapels en kale weides economisch voordeel bieden voor individuele boeren, zijn de bredere gevolgen voor het milieu en de samenleving aanzienlijk. Verlies van biodiversiteit, achteruitgang van bodemkwaliteit en negatieve impact op de waterhuishouding zijn enkele zorgen die voortvloeien uit een eenzijdige focus op productiviteit. Maar het is niet de vervuiler (overbemester en gifspuiter) die betaalt, terwijl dat wel zou moeten. Het is de belastingbetaler die voor de kosten opdraait.

Wegkijken door kiezer en politiek

De politiek lijkt blind voor deze kwestie en te veel burgers willen de schade (waaronder ook teruggang in kwaliteit) niet onder ogen zien. Beleidsmaatregelen zijn vaak gericht op economische groei in de landbouwsector, zonder oog voor langetermijngevolgen voor milieu en natuur. Subsidies zijn ontoereikend om duurzame landbouwpraktijken te stimuleren. Maar dit is geen pleidooi om subsidies te verhogen.
Een paradigmaverschuiving in het beleid is nodig. De waarde van natuurbehoud reikt verder dan direct financieel gewin. Investeringen in duurzame landbouwpraktijken die biodiversiteit behouden, moeten gestimuleerd en beloond worden. Dit kan bijvoorbeeld door heffingen op productiewijze. Nu heeft een biologische veehouder meer kosten en lagere omzet dan een niet-biologische collega. Dat zou andersom moeten zijn.
Veehouders moeten worden gestimuleerd om rentmeesters van het land te zijn, verantwoordelijk voor zowel gezonde voedselproductie als natuurbehoud. Dit vereist een herziening van subsidiestructuren en beleidsmaatregelen om belangen in evenwicht te brengen. Maar dat hoeft de samenleving niet meer te kosten, een kleinere veestapel is al een goed begin.
Het vraagt politieke moed om verder te kijken dan naar de volgende verkiezingen. Beleid die pijn doet moet zorgvuldig maar consequent en voldoende worden uitgelegd in de media.

Terug naar een gezonde balans

In een tijd van roep om duurzaamheid kan de politiek niet langer het gebrek aan evenwicht tussen veehouderij en natuurbehoud negeren. Het is tijd voor actie om een harmonieuze co-existentie tussen economische belangen en ecologische duurzaamheid te bevorderen, ten goede van zowel de veehouder als de natuur en de samenleving.

29 december 2023

Hoe dieren (willen) zijn in de wereld

Fenomenen interactief waarnemen

Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de fenomenologie. Het is een filosofische stroming of methode die de directe ervaring van verschijnselen en objecten – fenomenen – bestudeert. Daarbij worden vooroordelen, interpretaties of theoretische veronderstellingen opgeschort. 

Het bewustzijn kan gewaarworden op manieren die noch tekst (gedachte) noch beeld zijn. Deze vormen van gewaarwording zijn direct, pre-reflectief en vaak diep verbonden met lichamelijke en zintuiglijke ervaringen. Filosofische tradities zoals fenomenologie, Oosterse filosofie, en mystieke stromingen bieden verschillende inzichten en praktijken om dergelijke ervaringen te begrijpen en te cultiveren. Ze wijzen allemaal naar een fundamenteel ander soort inzicht, een onmiddellijke vorm van kennis die voorbij gaat aan de bemiddeling door taal of visuele representatie.

Merleau-Ponty beschouwt zowel menselijke als niet-menselijke dieren als belichaamde wezens die de wereld ervaren en ermee interageren. Voor dieren betekent dit dat hun lichamen niet louter biologische mechanismen zijn, maar actieve subjecten die de wereld waarnemen en erop reageren. Dieren ervaren hun omgeving door hun zintuigen en bewegingen, net als mensen. Merleau-Ponty zou betogen dat dieren hun omgeving niet analyseren op een abstracte manier zoals mensen dat doen, maar eerder een directe, belichaamde ervaring hebben. Hun perceptie is nauw verbonden met hun actie – zij zien de wereld in termen van mogelijkheden voor handelen.
Merleau-Ponty benadrukt de onafscheidelijke relatie tussen een organisme en zijn omgeving. Voor dieren betekent dit dat hun "zijn-in-de-wereld" een continue uitwisseling en aanpassing aan hun ecologische niche inhoudt. Ze zijn voortdurend bezig met hun omgeving op een manier die zowel hun gedrag beïnvloedt als door hun gedrag wordt beïnvloed.

Zijn in de wereld

Maurice Merleau-Ponty's visie op het "zijn-in-de-wereld" en de belichaamde ervaring is nauw verbonden met het concept van vrijheid, zij het op een meer fundamenteel, existentieel niveau dan de politieke of morele vrijheid die vaak wordt besproken. Hieronder enkele manieren waarop zijn filosofie het belang van vrijheid belicht.

1. Existentiële vrijheid

Merleau-Ponty's begrip van vrijheid is diep geworteld in de existentiële traditie, waar vrijheid wordt gezien als een essentieel aspect van het menselijke bestaan. Voor hem betekent vrijheid niet alleen de mogelijkheid om te kiezen, maar de fundamentele openheid van onze relatie met de wereld. Ons "zijn-in-de-wereld" houdt in dat we altijd in een situatie zijn waarin we betekenis en mogelijkheden ontdekken en creëren.

2. Lichaam en intentionaliteit

In Merleau-Ponty's filosofie is ons lichaam de primaire manier waarop we de wereld ervaren en ermee interageren. De vrijheid die hij beschrijft is een vrijheid van het lichaam, waarin ons lichaam geen mechanisch object is, maar een bron van spontane actie en perceptie. Deze motorische intentionaliteit maakt ons in staat om vrij te bewegen en te handelen in de wereld, wat een vorm van praktische vrijheid impliceert.

3. Creatieve interactie met de wereld

Merleau-Ponty ziet de relatie tussen het subject en de wereld als een creatieve interactie. We zijn niet louter passieve ontvangers van zintuiglijke data; we vormen actief onze ervaring van de wereld. Deze creatieve betrokkenheid betekent dat we de vrijheid hebben om nieuwe betekenissen en mogelijkheden te ontdekken en te creëren binnen onze perceptuele horizon.

4. Situationaliteit en vrijheid

Merleau-Ponty erkent dat we altijd in specifieke situaties handelen die ons mogelijkheden en beperkingen opleggen. Echter, vrijheid is voor hem de capaciteit om binnen deze situaties onze eigen wegen te vinden en betekenis te geven aan ons bestaan. Dit betekent dat vrijheid altijd situationeel is, maar dat we binnen onze contexten toch een zekere mate van autonomie en creativiteit behouden.

5. Vrijheid en authenticiteit

Vrijheid bij Merleau-Ponty is ook verbonden met het idee van authenticiteit. Een authentiek leven is een waarin we onze belichaamde ervaringen en de betekenis die we aan de wereld geven erkennen en omarmen. Dit houdt in dat we vrij zijn om onze eigen weg te vinden en te leven in overeenstemming met onze waarnemingen en ervaringen.

6. Vrijheid in de context van dieren

Hoewel Merleau-Ponty zich voornamelijk richtte op menselijke ervaring, kunnen we zijn ideeën ook toepassen op dieren. Dieren hebben ook een vorm van vrijheid in hun belichaamde interactie met de wereld. Ze navigeren en reageren op hun omgeving op manieren die niet volledig deterministisch zijn, maar die een zekere mate van spontaneïteit en aanpassing tonen. Dit kan gezien worden als een vorm van vrijheid binnen hun eigen ecologische niches.

7. Ethische implicaties

De nadruk op belichaamde vrijheid heeft ethische implicaties. Het benadrukt het belang van respect voor de lichamelijke integriteit en autonomie van zowel mensen als dieren. In de context van dierenwelzijn bijvoorbeeld, impliceert dit dat we moeten zorgen voor omgevingen waarin dieren vrij kunnen bewegen, exploreren en hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen.


28 december 2023

Natuurinclusieve herinrichting van ons land en beleid

Herverkaveling van beleid

Onze samenleving is scheef gegroeid. Er wordt meer rekening gehouden met individuele belangen van boeren dan van de natuur. Mens en dier hebben recht op vrijheid en dat betekent dat er voor alle betrokken voldoende leefruimte moet zijn. De gemeenschappelijke waardes zijn "vrijheid" en "gelijkheid".
En om misverstanden te voorkomen kunnen we het woord "waarde" misschien beter vervangen door gelijkwaardig of evenwaardig.
Woorden als "evenwaardigheid", “waardering” of “waardigheid” helpen te voorkomen dat mensen hun sympathie voor anderen omzetten naar het wegen van ongrijpbare waardes. Het risico van discriminatie ligt dan op de loer en zijn we niets opgeschoten.

Het toepassen van ethiek

Het erkennen van de intrinsieke gelijkwaardigheid en rechten van dieren is een essentieel aspect van een ethische benadering van onze relatie met andere levende wezens en de natuur als geheel. Het is belangrijk om te benadrukken dat dierenrechten intrinsiek evenwaardig zijn aan mensenrechten, zolang we ons beperken tot het recht op vrijheid en dit recht op gelijke wijze toepassen op alle levende wezens.
Door het woord "waarde" te gebruiken, kunnen mensen de neiging hebben om de waarde van verschillende levensvormen te wegen op basis van menselijke maatstaven, zoals nut, bruikbaarheid of economische waarde. Dit kan leiden tot een ongelijke behandeling van dieren en het milieu, waarbij hun intrinsieke rechten worden ondergeschikt gemaakt aan menselijke belangen.

Duurzaam profiteren

Het gebruik van het woord "evenwaardigheid" benadrukt daarentegen de gelijkheid en het inherent zijn van de rechten van alle levende wezens, ongeacht hun nut voor de mens.
Het ontwikkelen van bewustzijn rond deze principes van vrijheid, gelijkheid en evenwaardigheid kan een belangrijke stap zijn naar een meer ethische en duurzame relatie tussen mens en natuur. Dit vereist educatie, bewustwording en actie op individueel, institutioneel en maatschappelijk niveau om beleid en praktijken te bevorderen die recht doen aan de rechten en behoeften van dieren en het milieu. Het is de uitdaging om dit beleid samen te laten gaan met een verantwoord verdienmodel voor alle betrokken menselijke partijen.

Gevolgen voor veehouders

Het is belangrijk om te benadrukken dat het streven naar vrijheid en gelijkheid voor mens en dier niet noodzakelijk betekent dat alle menselijke activiteiten moeten stoppen, maar eerder dat ze moeten worden uitgevoerd met respect voor de grenzen van de natuur en met zorg voor alle levende wezens die erin leven. Dit vereist een verschuiving in ons denken en handelen, weg van een mensgerichte benadering naar een meer inclusieve en ecocentrische visie op onze relatie met de natuur.
Voor boeren wordt dergelijk beleid natuurinclusief werken genoemd: concreet en aantoonbaar rekening houden met de belangen van de natuur. Niet alleen met dieren en planten die op de landerijen leven, maar ook langs de grenzen daarvan op het land en in het water.

20 december 2023

Een gezonde mix van vrijheden

Vrijheid heb je in soorten en maten

Mens en dier zijn intrinsiek evenwaardig in hun recht op vrijheid. Dat is op deze manier nog niet vastgelegd in de grondwet, maar is een effectievere manier om de rechten van mens en dier op gelijk voet te baseren dan het tot nu toe wordt gepoogd. Mensen hebben in gelijke mate recht op vrijheid. Dat zou voor dieren ook zo moeten gelden. Het maakt het denken en praten over de inrichting van de samenleving een stuk duidelijker en gemakkelijker.

In 1979 heeft de Farm Animal Welfare Council (FAWC), een onafhankelijk adviesorgaan van de Europese Commissie (Brambell), vastgesteld dat dieren in de veeteelt recht hebben op de volgende 5 "vrijheden".

  1. Vrijheid van honger en dorst - direct toegang tot vers water en voedsel om gezond te blijven.
  2. Vrijheid van ongemak - door een comfortabel onderdak en rust te bieden.
  3. Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte - door dit te voorkomen of snel te diagnosticeren en te behandelen.
  4. Vrijheid om normaal gedrag te vertonen - door voldoende ruimte, mogelijkheden en gezelschap van soortgenoten.
  5. Vrijheid van angst en spanning - door voor omstandigheden te zorgen die lijden vermijden.

Vrijheid in de stal en daarbuiten

In de bio-industrie hebben dieren een deel van deze vrijheden. In de vrije natuur minder, maar wel een minimaal niveau van vrijheid op elk van de vijf vrijheden.
In de vrije natuur die door de mens niet al te zeer beperkt is leven dieren in principe in habitats die geschikt zijn voor die diersoort. Die habitats zijn geschikt wanneer ze de omstandigheden hebben die overlevering van de soort kunnen garanderen.

Balans

De balans van roofdieren en prooidieren is er in de natuur op gericht om beide populaties gezond te houden.
In de bio-industrie met slachtvee krijgen dieren voer die hen hongerig maakt zodat ze veel eten en snel volgroeid zijn. Wanneer ze volgroeid zijn, gaan ze naar de slacht omdat nog langer in de stal houden alleen maar geld kost. De manier waarop dieren gehouden worden is gemotiveerd om productie te maken en geld te verdienen. Geld verdienen doet een boer door te proberen een goede prijs te maken voor het vee en te besparen op kosten. Er is enig verschil in aanpak tussen boeren omdat sommige boeren ook proberen om kosten te besparen door de dieren op een gezondere manier te laten leven. Dan verdienen ze misschien iets minder, maar hebben ze ook minder stress.

In Nederland is de verhouding tussen productie en afname uit balans omdat het vee wordt gehouden in een veel te grote veestapel, louter en alleen om te exporteren. Daarvan profiteren weinigen en het milieu wordt verpest door overbemesting.

De prioriteit in de politiek zou gericht moeten zijn op reductie van de veestapel. Dat werkt op alle terreinen goed uit, ook voor het verdienmodel van boeren wanneer eindelijk de veroorzaker wordt gehouden aan het principe dat de vervuiler betaalt en niet de belastingbetaler.

Een dergelijke politiek is ook een voorbeeld van een gezonde mix van vrijheden.
Ook stoppen met vlees eten is kiezen voor vrijheid.

11 december 2023

Onze morele verantwoordelijkheid tegenover mensen, dieren en de natuur

Hoever reikt onze plicht naar anderen?

In een wereld waarin ethische keuzes steeds belangrijker worden, staan we voor een fundamentele vraag: hoe ver strekt onze verantwoordelijkheid zich uit ten aanzien van de vrijheid en het geluk van anderen? Traditioneel wordt vaak gesteld dat we verantwoordelijk zijn voor elkaars vrijheid, maar niet voor elkaars geluk. Deze opvatting roept vragen op, vooral wanneer we de reikwijdte van onze morele verantwoordelijkheid uitbreiden naar dieren en de natuur.

Vrijheid en geluk: twee fundamentele en grijpbare waarden

Vrijheid is een kernwaarde in veel ethische systemen. Het gaat om het respecteren van de autonomie van individuen, hun recht om eigen keuzes te maken, en hun vermogen om hun leven naar eigen inzicht vorm te geven. Vrijheid is de basis waarop samenlevingen bouwen, omdat het de diversiteit van menselijke ervaringen en perspectieven mogelijk maakt.
Geluk, aan de andere kant, is een meer subjectief begrip. Wat geluk betekent, verschilt van persoon tot persoon. Sommige filosofische stromingen, zoals het utilitarisme, bepleiten dat we moeten streven naar het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. Dit roept echter complexe vragen op over hoe we geluk definiëren, meten en verdelen.
In de discussie over ethiek is een belangrijke notie naar voren gekomen: de verantwoordelijkheid om elkaars vrijheid niet te belemmeren, en daarmee ook om niet actief in te grijpen in elkaars geluk. Dit betekent dat we een plicht hebben om de keuzes en autonomie van anderen te respecteren, terwijl we niet direct verantwoordelijk zijn voor hun subjectieve ervaring van geluk.

De reikwijdte van onze morele verantwoordelijkheid

Hoewel deze ethische benadering duidelijkheid biedt in intermenselijke relaties, wordt de vraag ingewikkelder wanneer we dieren en de natuur erbij betrekken. Dieren en de natuur hebben geen stem in menselijke samenlevingen, maar ze ondervinden wel de gevolgen van menselijk handelen. Hoe moeten we omgaan met hun vrijheid en geluk?

  1. Intrinsieke evenwaardigheid met mensen in het recht op vrijheid van dieren.

    Heel veel diersoorten hebben net als mensen een natuurlijke behoefte aan vrijheid. Denk aan dieren in het wild die vrij rondzwerven in hun natuurlijke habitat, of aan huisdieren die een zekere mate van autonomie genieten. Wanneer we deze vrijheid beperken, bijvoorbeeld door dieren in kooien te houden of hun natuurlijke leefgebieden te vernietigen, nemen we hun vermogen weg om naar hun aard te leven. Hier komt een morele verplichting naar voren: wanneer we de vrijheid van dieren respecteren, moeten we onze acties zo aanpassen dat we hun autonomie niet onnodig beperken.
  2. Het geluk van dieren.

    Hoewel geluk een moeilijk te definiëren concept is voor dieren, kunnen we wel nadenken over hun welzijn. Dieren kunnen lijden door slechte behandeling, gebrek aan vrijheid of door slechte leefomstandigheden. Terwijl we misschien niet verantwoordelijk zijn voor het geluk van dieren op dezelfde manier als we dat zijn voor mensen, hebben we wel een morele plicht om hun lijden te minimaliseren. Dit betekent dat we zorgvuldiger moeten omgaan met onze interacties met dieren, zoals het bieden van diervriendelijke leefomstandigheden en het voorkomen van onnodig leed.
  3. De natuur en vrijheid.

    De natuur heeft haar eigen cycli en systemen die ooit miljoenen jaren vrij zijn (geweest) van menselijke interventie. Wanneer we deze systemen verstoren, bijvoorbeeld door ontbossing, vervuiling of klimaatverandering, belemmeren we de "vrijheid" van de natuur om haar eigen balans te behouden. Hier ligt een verantwoordelijkheid om de natuurlijke wereld te respecteren en te beschermen tegen onnodige en schadelijke menselijke invloeden.
  4. De natuur en geluk.

    Het geluk van de natuur kan worden gezien in termen van haar gezondheid en duurzaamheid. Een gezonde natuur biedt voordelen voor alle levende wezens, inclusief mensen. We hebben de verantwoordelijkheid om de natuur te beschermen tegen vernietiging en uitbuiting, zodat toekomstige generaties ook kunnen genieten van de voordelen die een gezonde planeet biedt.

Een uitgebreide ethiek van vrijheid en respect

Wanneer we onze verantwoordelijkheid beperken tot het handhaven van vrijheid, komen we al snel tot het besef dat deze plicht zich niet alleen uitstrekt tot mensen, maar ook tot dieren en de natuur. We zijn verplicht om de vrijheid van anderen –zowel menselijk als niet-menselijk– niet te belemmeren en zorgvuldig om te gaan met de impact van ons handelen. Hoewel we misschien niet verantwoordelijk zijn voor het geluk van anderen in de traditionele zin, hebben we wel een plicht om onnodig leed te vermijden en een omgeving te bevorderen waarin zowel mensen, dieren als de natuur kunnen gedijen.
In een wereld die steeds meer geconfronteerd wordt met ethische dilemma's op het gebied van milieu, dierenrechten en sociale rechtvaardigheid, is het cruciaal dat we onze verantwoordelijkheid begrijpen en ons gedrag daarop afstemmen. Dit betekent dat we niet alleen moeten nadenken over onze plichten ten aanzien van elkaars vrijheid, maar ook over onze verplichting om respectvol om te gaan met al het leven en de wereld om ons heen. Zo kunnen we een meer rechtvaardige, duurzame en mededogende samenleving creëren.

09 december 2023

Heeft de natuur rechten?

Belangenafweging

Er zijn veel initiatieven overal in de wereld om delen van de natuur of soms de natuur van een heel land (Ecuador) rechten te geven. Er wordt daarbij gezocht naar argumenten om dat geaccepteerd te krijgen. In mijn ogen wordt daarbij op een eigenlijke manier via taalspelletjes een machtsspelletje gespeeld. Zo wordt beargumenteerd dat de natuur rechten heeft omdat natuur een intrinsieke waarde heeft. Niemand definieert wat intrinsieke waarde heeft en niemand spreekt het tegen, want niemand weet hoe daarover een dialoog te voeren. In mijn ogen is de natuur een plek waar (over) niet gedebatteerd wordt over rechten en eigenlijk vind ik dat dat ook zo zou moeten blijven. In de vrije natuur vinden we rust, vooral wanneer we ook de natuur met rust (kunnen) laten. Dus natuurgebieden zouden beschermd moeten worden met zo weinig mogelijk inmengingen (beheer) en belangenverstrengeling.

Het grote kader

Het debat maakt deel uit van een bredere discussie over milieurechten, ecologisch behoud en duurzaamheid.
Aan de ene kant zijn er voorstanders van het toekennen van rechten aan de natuur. Ze betogen dat dit nodig is om ecosystemen te beschermen en te behouden, aangezien de huidige benadering van het beschermen van natuurlijke hulpbronnen vaak ontoereikend is. Het idee van intrinsieke waarde van de natuur komt voort uit het idee dat de natuur waarde heeft los van het feit dat het nuttig is voor de mens. Hierbij wordt gesteld dat de natuur inherent waardevol is en het recht heeft om te bestaan en zich te ontwikkelen, onafhankelijk van menselijke belangen.
Aan de andere kant zijn er mensen, die geloven dat de natuur beter beschermd kan worden door zo min mogelijk menselijke inmenging en belangenverstrengeling. Dit is vaak gebaseerd op het idee dat de natuur zelf al een evenwicht heeft en dat menselijke interventie schadelijk kan zijn.

Over het algemeen wordt natuur beschouwd als een ongerepte omgeving die niet of nauwelijks door menselijke activiteit is beïnvloed. Natuurlijke ecosystemen hebben over het algemeen een rijke verscheidenheid aan planten, dieren en micro-organismen. Een hoge biodiversiteit kan wijzen op een gezond en natuurlijk ecosysteem. Zo’n gebied wordt op een natuurlijke manier in balans gehouden en hoeft niet te worden beheerd. De natuurlijke aanwezigheid van ecologische processen, zoals predatie, concurrentie en symbiose dragen bij aan het evenwicht en de dynamiek van het ecosysteem. In het zuiverste geval hebben ze hun oorspronkelijke staat behouden en zijn ze niet verstoord door menselijke introductie van niet-inheemse soorten. Dergelijke natuur roept de neiging en de wens op om te beschermen en dat te doen met het beroep op rechten.

Het debat over rechten van de natuur wordt vaak gevoerd binnen een juridisch kader, waarbij definities en termen belangrijk zijn. Sommigen kunnen dit zien als een manier om een agenda door te drukken, terwijl anderen het als een noodzakelijke stap beschouwen om juridische bescherming te bieden aan natuurlijke ecosystemen.

Vaak wordt de natuur die reeds verloren is gegaan niet meer betrokken in de vraag of het beschermd moet worden. Jongeren die natuurgebieden niet hebben gekend in hun oorspronkelijke staat zullen niet snel geneigd zijn om mee te helpen die gebieden terug te krijgen. Het zogeheten shifting baseline syndroom maakt dat mensen geen oog meer hebben voor (de rechten van) dat wat er niet meer is.

Wie wordt betrokken in de beslissingen?

Uiteindelijk is dit een kwestie van ethiek, filosofie en maatschappelijke waarden. Er zijn geen eenduidige antwoorden, en verschillende culturen en samenlevingen kunnen verschillende benaderingen hebben. Het belangrijkste is dat er open en inclusieve dialogen worden gevoerd, waarbij diverse perspectieven worden overwogen om tot duurzame oplossingen te komen die zowel de natuur als de mensheid ten goede komen. Onderdeel daarvan is hoe mensen worden betrokken in de besluitvorming wat er binnen en vlak buiten de natuurgebieden kan en mag gebeuren. Wie heeft daarover beslissingsrecht? Zijn dat deskundigen, omwonenden, belanghebbenden of mag iedereen zijn zegje daarover doen en wordt daar dan ook naar geluisterd en gehandeld?

Hoe ver ga je met rechtsbescherming?

Misschien is er nog redelijk gemakkelijk overeenstemming te bereiken over rechtsbescherming van natuurgebieden, lastiger wordt het wanneer je ook de bewoners (planten en dieren) van zo'n gebied rechten wilt geven. Is ook een doortrekkend of dier welkom? Dat kunnen grote dieren als wolven zijn, maar ook kleine wezentjes als micro-organismen. Hoe ga je om met rechten van planten? Heeft een boom rechten en geldt dat dan anders voor aangeplante bomen? Ook bomen en struiken (vogelkers) koloniseren natuurgebieden. Volstaat dan een goede afspraak over (minimaal) beheer of is een appèl op respect voldoende?

Zie ook het pleidooi van Bruno Latour voor een ethische benadering waarbij zowel mensen als niet-menselijke actoren, zoals dieren en ecologische systemen, als evenwaardige deelnemers worden beschouwd in ecologische processen.

07 december 2023

Jonge boeren nemen onnodig veel financiële risico

Eenzijdige gerichtheid op groei

Jonge boeren staan bij bedrijfsopvolging voor grote investeringen. Dat is niet een noodzaak, dat is cultureel en economisch zo gegroeid. Terwijl de Nederlandse intensieve veehouderij niet of nauwelijks bijdraagt aan de vaderlandse economie gaat er door de bulkproductie veel geld in om. Onder jonge boeren leeft een sterke competitieve inslag die ervoor zorgt dat ze gericht zijn op een voortdurende groei in omzet.

Vrijheid om snel te kunnen werken

Wie grote investeringen wil terugverdienen moet veel omzetten en kosten reduceren. Boeren zijn afhankelijk van weersomstandigheden. Er moeten soms lange dagen worden gemaakt om het werk op het land op tijd af te krijgen. Rekening houden met dieren op het land vertraagt het werken dan. Wie zijn grasland met Engels raaigras onaantrekkelijk maakt voor vogels om in te broeden en voor dieren om hun jongen er in onder te brengen hoeft ook niet zich schuldig voelen of er jonge dieren sneuvelen bij het maaien en oogsten. Ze leven domweg nauwelijk in een groene woestijn. En met gewonde insecten en muizen hebben weinig mensen compassie en er zijn vogels zat die de slachtoffers in het overzichtelijke gemaaide grasland willen opruimen. Dat een klein deel van ons land een groene woestijn is, kan ecologisch nog wel in balans te houden zijn, maar samenhangend met de gerichtheid op de export is zowel de te grote veestapel en daarmee het ammoniakoverschot een probleem als de hoeveel land waarop de veehouderij beslag neemt.
Welke sector zou een lang leven beschoren zijn wanneer deze bijna de helft van land bestrijkt en minder dan 2% bijdraagt aan de economie?

Internationale afspraken en verplichtingen

Nederland heeft als onderdeel van de EU de verplichting op zich genomen om de achteruitgang in biodiversiteit te stoppen en te keren en de omvang van de natuur te vergroten.
De weg van groei naar steeds grotere landbouwbedrijven is een doodlopende weg. Maar daar is nog niet iedere burger en betrokkene binnen de agrosector van overtuigd. De tactiek van met trekkers over de snelweg de zaak blokkeren en politieke besluitvorming vertragen en afhouden van noodzakelijke ingrepen heeft al decennia gewerkt en het lijkt erop dat het nog een tijdje zal blijven doorgaan.
Wil de overheid en de regering om te voldoen aan internationale verplichtingen en uit oprechte zorgen voor de natuur en het milieu toch ingrijpen en voorkomen dat Nederland steeds verder internationaal klem komt te staan, dan moet er bereidheid komen om onorthodoxe maatregelen te nemen.

Minder ambitie en minder zorgen

De angst van jonge boeren dat zij bij voortgaande regelgeving niet meer toe zullen komen aan het afbouwen van hun schulden kan worden weggenomen door met hun een ruil te doen. Miljonair zullen ze dan niet snel meer worden, maar armlastig ook niet wanneer de overheid garant zal staan voor voldoende cashflow om het huishouden draaiende te houden. De sector is al jaren afhankelijk van subsidie, daar mag tegenover staan dat een duurzaam werkende sector zich ook aan de regels en aan de afspraken houdt. Doet een boer(in) dat, dan mag die ook blijven wonen waar die nu zit. Wil een boer vrije ondernemer blijven dan zal hij of zij een andere invulling moeten zoeken voor hun bedrijf. Er is een veel minder gestrest leven denkbaar wanneer gewerkt wordt aan kwaliteit in plaats van kwantiteit.

Grotere marges

De afnemers, verwerkers en exporteurs van agroproducten en het bankwezen dat de leningen verstrekt zullen niet staan te juichen bij in het ingrijpen in de agrosector. Maar zij weten als geen ander hoe het gaat met marges. Wanneer de veehouderij gedwongen wordt om ecologisch verantwoord te werken, dan maakt een kleinere omzet met grotere marges ook een winstgevend verdienmodel.

Welk imago is belangrijk?

De Nederlandse voedselsector is bekend om de relatief grote export op basis van doorvoer. Maar dat is een imago waaraan de burgers in het land geen boodschap hoeven te hebben. 

Er is onder burgers een historisch neiging om bij verkiezen te gaan voor politici die bestaanszekerheid beloven te garanderen. Maar de situatie van tegenwoordig is doorgeslagen. Dit gecombineerd met de onwetendheid van burgers hoe de ecologische verhoudingen in de landbouw echt liggen maakt dat bij verkiezingen veel winst gemaakt kan worden door populisten. Het is verkeerde solidariteit.

08 november 2023

Van veroveren naar zelfbeheersing in het omgaan met de natuur

Een stapje terug doen 

In de loop der eeuwen heeft de mensheid de aarde verkend, veroverd en gevormd naar haar behoeften. Van uitgestrekte territoria tot diepe oceanen, we hebben de grenzen van de beschikbare ruimte op aarde opgezocht en vaak overschreden. Nu staan we op een keerpunt, waarbij we moeten erkennen dat er geen onontdekte landen meer zijn om te veroveren. In plaats daarvan moeten we onze inspanningen richten op het beheer van de ruimte die we hebben, met een speciale nadruk op het behoud van biodiversiteit en het toekennen van rechten aan dieren en de natuur zelf. 
Ons welzijn en zelfs onze gezondheid zijn nauw verbonden met de gezondheid van onze planeet. De biodiversiteit, die de verscheidenheid aan levende organismen en ecosystemen omvat, speelt een cruciale rol in het in stand houden van de balans van de natuur. Helaas is de menselijke activiteit in de loop der jaren een bedreiging geworden voor deze biodiversiteit. Ontbossing, vervuiling, overbevissing en klimaatverandering hebben geleid tot een dramatisch verlies van soorten en verstoring van ecosystemen. 
Het is nu essentieel dat we onze benadering van de aarde transformeren naar een meer harmonieuze samenleving met de natuur. Dit betekent niet alleen het behouden van wat overblijft, maar ook actieve inspanningen om biodiversiteit te herstellen en te bevorderen.

Rechten uitbreiden naar natuur en dieren

Het is tijd om de natuur en dieren te betrekken in onze morele cirkel. Dat betekent dat we de ethiek die we op elkaar betrekken doortrekken naar dieren: doe dieren niet aan wat je mensen ook niet wilt aandoen.
Een sleutelrol hierbij is het erkennen van de rechten van dieren en de natuur zelf. Net zoals mensen rechten hebben, zouden andere levende wezens het recht moeten hebben om vrij en ongehinderd te leven in hun natuurlijke omgeving. Het toekennen van rechten aan dieren en de natuur impliceert niet alleen het voorkomen van schade, maar ook het actief beschermen en herstellen van hun leefgebieden. Het betekent dat we moeten afstappen van een puur utilitaire benadering van de natuur, waarin het alleen waardevol is voor wat het ons kan bieden, en overgaan naar een meer holistisch begrip van onze plaats in het web van het leven.
Niet alleen afstappen maar ook een stapje terug doen. Niet meer de economie laten groeien om het groeien.
Concrete acties omvatten het instellen van beschermde gebieden, het verminderen van vervuilende activiteiten, duurzaam bosbeheer, en het aanpakken van de klimaatcrisis. Het betekent ook het stimuleren van duurzame praktijken in landbouw en visserij, waarbij de gezondheid van ecosystemen prioriteit krijgt boven kortetermijnwinsten. 
Nog beter is minder vlees en vis te gaan consumeren. De overgang naar een samenleving die de rechten van dieren en de natuur respecteert en beschermt, is niet alleen een morele plicht, maar ook een investering in onze eigen gezondheid en welzijn. Het is een erkenning van de onderlinge afhankelijkheid van alle levende wezens op deze planeet. Als we onze relatie met de natuur herstellen, kunnen we een veerkrachtige en duurzame toekomst creëren voor onszelf en de generaties die na ons komen. Het is tijd om niet langer als overheersers te handelen, maar als rentmeesters van de prachtige en delicate planeet die we thuis noemen.

02 november 2023

Strenger handhaven op akkerrandenbeheer voor biodiversiteit

Cruciaal leefgebied en verbinding

In Nederland staat de landbouwsector bekend om zijn efficiëntie en productiviteit. Echter, deze voorsprong komt niet zonder consequenties. Een van de uitdagingen waarmee de Nederlandse landbouw wordt geconfronteerd, is het vinden van een balans tussen productiviteit, voorkomen van vervuiling en behoud van biodiversiteit. Een van de maatregelen die hiertoe is ingevoerd, is het akkerrandenbeheer - een beleid dat boeren verplicht om een strook langs slootkanten vrij te houden van maaien, spuiten en bewerkingen. Deze strook kan dienen als cruciaal leefgebied voor zeldzame planten en verschillende (jonge) dieren, waaronder weidevogels en hazen.
Het idee achter akkerrandenbeheer is eenvoudig maar krachtig: door een kleine, onbewerkte strook langs de waterkant te behouden, kunnen vogels een veilige haven vinden om te broeden en hun jongen groot te brengen. Dit draagt bij aan het behoud van de biodiversiteit en het herstel van kwetsbare populaties. Bovendien helpt het als een vluchtheuvel om dierenleed te voorkomen, aangezien het voorkomt dat dieren worden vermalen door landbouwmachines tijdens het bewerken van het land. Wanneer de weidevogels overduidelijk meer bescherming en voedsel in de akkerranden kunnen vinden zullen ze ook niet tussen het Engelse raaigras gaan broeden of er hun jongen voedsel laten zoeken.
Hoewel akkerrandenbeheer wettelijk verplicht is, blijkt in de praktijk dat veel boeren zich hier niet aan houden. De reden hiervoor is vaak eenvoudig: omzetverlies. Het behouden van een strook land die niet wordt gebruikt voor productie kan leiden tot financiële verliezen voor boeren, met name in een sector waar winstmarges door de grote investeringen vaak al dun zijn.

Maar ook wordt de akkerrand gebruikt als esthetische afleiding: het wordt ingezaaid met bijvoorbeeld zonnebloemen tegen de achtergrond van maïs. Die zonnebloemen kunnen gewoon worden meegeoogst maar de smalle strook biedt natuurlijk geen bescherming aan dieren.

Handhaving

Om deze uitdaging en kans om natuurinclusief te werken aan te pakken en het akkerrandenbeheer effectiever te maken, is strengere handhaving essentieel. Boeren moeten worden aangemoedigd om zich aan de wet te houden door middel van adequate controlemechanismen en passende sancties voor overtredingen. Tegelijkertijd is het belangrijk om boeren te compenseren voor het omzetverlies dat zij lijden als gevolg van het aanhouden van de akkerrand. Een mogelijke oplossing is het instellen van een compensatieregeling, waarbij boeren een vergoeding ontvangen voor het percentage van de omzet dat zij mislopen door het behouden van de akkerrand
Daarnaast is het belangrijk om de handhaving van het akkerrandenbeheer te verbeteren door middel van regelmatige controles en inspecties. Boeren moeten zich bewust zijn van de verplichtingen die zij hebben en de gevolgen van het niet naleven van de wet. Door strengere handhaving kunnen we ervoor zorgen dat akkerranden daadwerkelijk worden behouden en dat de biodiversiteit wordt beschermd.
Naast het akkerrandenbeheer is het ook essentieel om aandacht te besteden aan andere aspecten van duurzame landbouw, zoals het behoud van waterkwaliteit en -kwantiteit. Het verplicht stellen van een minimale waterstand in sloten en watergangen kan bijdragen aan het behoud van waterleven en ecosystemen.

Verspreiding van ongewenst onkruid voorkomen

Onkruid kan een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van biodiversiteit, met name als voedselbron voor bestuivers zoals bijen en vlinders. Het verzamelen van zaden in de akkerranden om te voorkomen dat ze overwaaien naar akkers is een strategie die kan worden toegepast om de verspreiding van onkruid te beheersen, terwijl de voordelen voor biodiversiteit worden behouden.
Het is ook waardevol om te overwegen hoe een deel van het onkruid kan worden behouden in weidegebieden om het hooi te verrijken. Onkruiden kunnen een diversiteit aan voedingsstoffen en smaken toevoegen aan het hooi, waardoor het voedzamer en aantrekkelijker wordt voor vee. Bovendien kunnen sommige onkruiden medicinale eigenschappen hebben of dienen als natuurlijke habitat voor insecten, wat bijdraagt aan de algehele gezondheid en veerkracht van het ecosysteem.
Door samen te werken met experts op het gebied van landbouw, ecologie en natuurbehoud kunnen boeren strategieën ontwikkelen die zowel economisch rendabel als ecologisch duurzaam zijn. Het is belangrijk om te blijven innoveren en leren van best practices om een evenwicht te vinden tussen landbouwproductie en natuurbehoud in onze agrarische landschappen.

Slimme machines om ongewenst onkruid te weren

Het gebruik van machines uitgerust met beeldherkenningstechnologie voor het detecteren en verwijderen van zaden van onkruid in akkerranden zou een veelbelovende aanpak kunnen zijn. Deze technologie stelt machines in staat om onkruid nauwkeurig te identificeren en te targeten, waardoor het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan worden verminderd en het risico op schade aan gewenste planten wordt geminimaliseerd.

Bovendien kunnen deze machines zo worden ontworpen dat ze tijdens het rijden over de akkerrandstrook geen dieren op de grond verpletteren. Dit kan worden bereikt door middel van geavanceerde sensortechnologieën die de aanwezigheid van dieren detecteren en automatisch de snelheid of route van de machine aanpassen om botsingen te voorkomen. Ook kunnen bijvoorbeeld camera's worden gebruikt om de omgeving van de machine te monitoren en waarschuwingen te geven als er dieren worden gedetecteerd.

Samenvattend, strenger handhaven op akkerrandenbeheer is niet alleen essentieel voor het behoud van biodiversiteit, maar ook voor het imago van boeren en de toekomst van de landbouwsector als geheel. Door de juiste balans te vinden tussen productiviteit en natuurbehoud, kunnen we een duurzame toekomst voor onze landbouw realiseren.

09 oktober 2023

Trek het recht op vrijheid door naar de natuur

Dieren en elementen uit de natuur als gelijkwaardige

Filosoof Bruno Latour benadrukt het idee dat mens en natuur met elkaar verweven zijn in complexe netwerken van relaties. Hij moedigt aan tot een verschuiving in ons begrip van de natuur, weg van het traditionele dualisme waarin de mens wordt gezien als apart en superieur aan de natuur. In plaats daarvan ziet Latour de natuur als een actieve en waardevolle deelnemer in deze netwerken.
Hij pleit voor een ethische benadering waarbij zowel mensen als niet-menselijke actoren, zoals dieren en ecologische systemen, als evenwaardige deelnemers worden beschouwd in ecologische processen. Deze benadering benadrukt het belang van het erkennen van de rol en agency (het vermogen tot handelen) van niet-menselijke entiteiten in het behoud van de ecologie op onze planeet en het welzijn van alle betrokkenen, inclusief dieren. Het kernpunt is dat we moeten streven naar een herziening van onze ethische verplichtingen en verantwoordelijkheden ten opzichte van de natuur en dieren, waarbij we rekening houden met hun evenwaardige rol als actieve deelnemers in ons gedeelde ecosysteem. Dit impliceert het vermijden van schade aan de natuur en het bevorderen van duurzaamheid, biodiversiteit, het welzijn van alle betrokken partijen en het respecteren van hun recht op vrijheid.
 

Frank Westerman schrijft in de Groene Amsterdammer over de opvattingen van Latour.
“Latour rekent af met het idee dat de mens boven de natuur zou staan. Hij wil dat ik minder kortzichtig ga kijken, niet vanuit de onverzadigbare behoeften van de mens, maar vanuit het grotere geheel waar we deel van uitmaken, Gaia. De “dingen” hebben ook belangen en bestaansrecht, én wensen én grieven. Ze doen steeds luider van zich spreken: met overstromingen, bosbranden, lawines. Hun roep om aandacht zwelt aan naarmate het mensdom de temperatuur op aarde opvoert.
‘De geluiden van niet-mensen, lang genegeerd, worden nu oorverdovend’, zegt Latour. Een van zijn essays begint zo: ‘De ecologie noodzaakt ons tot een herbezinning op de wetenschap en de politiek. We drukken deze dubbele herziening uit met de term Parlement der dingen’.
Wie zich een weg kapt door zijn geschriften, komt uit bij een vergezicht. De mens dient zijn geprivilegieerde positie niet alleen onder ogen te komen, maar ook af te staan. Aan de ronde tafel van de besluitvorming moet homo sapiens plaats inruimen voor de Noordzee, de zeehond, de schol, het plankton.
Waarom niet? Waarom eigenlijk hebben wij tweevoeters, luidruchtige rupsjes-nooit-genoeg, meer rechten dan de zwijgzame vissen?”.

Toch waarschuwt Westerman tegen te naïef mensen als wettelijke vertegenwoordigers van dieren en natuurelementen aan te stellen.
“Met rechten komen plichten. Hoe zou je de – beschermde – aalscholver ter verantwoording moeten roepen voor het opslokken van een – ondermaatse – paling?
En wie klaagt Gaia straks aan voor de eerstvolgende overstroming? Of gaan we onszelf dan het verhaal vertellen dat deze godheid de zondaars op aarde straft omdat zij stukken van de zee hebben afgepakt en drooggelegd? Nog even en de Bijbelse Zondvloed krijgt een eigentijdse remake.
Een voogd aanstellen als buikspreker van de natuur is het bewandelen van een geitenpaadje door het politieke dier homo sapiens. Volstrekt legitiem, maar ook: bevoogdend, elitair en de directe democratie omzeilend. De vergelijking tussen Frankrijk en een bos gaat niet op: een bos kan geen boom aanwijzen als spreekbuis of vertegenwoordiger. Het parlement van de dingen zal altijd een parlement van mensen blijven, ook al vermom je de leden als kraaien of schelpen.
Laat mij liever old skool zijn. Als je het mij vraagt zijn mensen niet slechts een deel van het probleem, we zíjn het probleem, en dus onmisbaar bij welke oplossing dan ook. De plasticsoep in de oceaan is ons brouwsel; geen andere diersoort dan de onze kan die troep er weer uit vissen. De can do-houding van Boyan Slat van het megaproject The Ocean Cleanup hoeft geen rekening te houden met wat de zee er zelf van vindt – dát maakt slagvaardig.
Ik stel voor de oproep ‘Rechten voor de Natuur’ te vervangen door ‘Plichten voor de mens’. Doe niet omslachtig. Benader de zorg om de planeet vanuit diegene die de zorg zal moeten leveren – met realiteitszin, urgentie en doortastendheid.”

Westerman voorziet in een positieve rol van techneuten.
“Als boegbeelden van het oude denken dreigen ingenieurs in het verdomhoekje te belanden. De oplossingen die ze aandragen zouden slechts stoplappen zijn die mensen in de waan laten dat ze de dompteur van de natuur zijn. Maar wat nu als de techniek uitkomst biedt?
De Afsluitdijk heeft voor zijn negentigste verjaardag een ‘vismigratierivier’ gekregen: sinds 2022 wordt er gebouwd aan een onderwaterpassage dwars door het keileem heen. De in- en uitlaat van deze vistunnel wordt een brede, meanderende goot met een lengte van vier kilometer. Better safe than sorry, zeggen de afmetingen van deze 24/7 geopende toegangspoort voor de trekvissen.
In navolging van het ecoduct over de snelweg – voor herten, wolven en wilde zwijnen – krijgt de Afsluitdijk een ichtoduct onder de A7 – voor de paling, de zalm, de spiering, de snoekbaars en de baars”.


24 augustus 2023

Vrijlaten van dieren als blijk van compassie

Inleiding voor liefde en vrijheid

Liefde, in al haar vormen, is een kracht die de basis vormt van menselijke relaties en onze band met de natuurlijke wereld om ons heen. Het idee dat liefde wordt gekenmerkt door het vermogen om elkaar vrij te laten, strekt zich niet alleen uit tot menselijke relaties, maar ook tot onze interacties met dieren.

De essentie van ware liefde

Ware liefde gaat verder dan eigendom of controle; het draait om wederzijds respect, begrip en empathie. Dit geldt zowel voor menselijke relaties als voor onze verhouding tot dieren. Liefde voor dieren omvat het erkennen van intrinsieke behoeften en hun natuurlijke gedrag. Ware liefde voor dieren betekent om hen vrij naar hun eigen aard te laten leven, hen in staat te stellen hun natuurlijke omgeving te verkennen en te ervaren, en ze niet te beperken tot menselijke voorwaarden.

Vrijheid als uiting van compassie

Het vrijlaten (N.B. niet illegaal bevrijden of loslaten) van dieren is een daad van compassie en respect voor hun eigenheid. Dieren hebben net als mensen hun eigen instincten, gedragingen en behoeften die in hun natuurlijke omgeving tot uiting komen. Wanneer we dieren gevangen houden, beteugelen we deze natuurlijke uitdrukkingen, waardoor ze fysiek en psychisch lijden. Het vrijlaten van dieren is een uiting van mededogen; het erkent hun inherente recht om te leven volgens hun eigen aard en in vrijheid in een natuurlijke omgeving.

Evenwaardigheid in vrijheid

Het concept van intrinsieke evenwaardigheid tussen mens en dier in hun recht op vrijheid is gebaseerd op het besef dat alle levende wezens een plaats in deze wereld delen en dat ieder individu respect en vrijheid verdient. Het recht op vrijheid is niet exclusief voorbehouden aan mensen; het is een universeel principe dat dieren evenzeer omvat. Ongeacht de soort hebben dieren het recht om te floreren en te leven in harmonie met hun omgeving, zonder onderworpen te worden aan onnodige beperkingen. Uiteraard mogen wij dieren grenzen opleggen wanneer ze anders onze vrijheid zouden schenden en schaden. Ongedierte scherm je af van je huis en jouw voedsel.

Een veranderende samenleving

Het zou mooi zijn wanneer onze samenleving evolueert naar een dieper begrip van onze relatie met dieren en de verantwoordelijkheden die hiermee gepaard gaan. Meer mensen zouden mogen erkennen dat liefde voor dieren betekent dat we ze respecteren en vrijheid gunnen. Initiatieven voor dierenwelzijn, natuurbescherming en bewustwording dragen bij aan een groter bewustzijn van de noodzaak om dieren met compassie te behandelen en hun vrijheid te respecteren.

Conclusie

Ware liefde voor dieren gaat hand in hand met het vermogen om ze vrij te laten. Dit weerspiegelt ons begrip van de universele rechten op vrijheid en een waardig leven. Het idee dat mens en dier evenwaardig zijn in hun recht op vrijheid versterkt ons vermogen om als medebewoners van deze planeet in harmonie te leven. Liefdevol vrijlaten is niet alleen een gebaar van vriendelijkheid; het is een krachtige daad van mededogen die ons allen ten goede komt.

Meer lezen?

Wie meer wil lezen over vrijheid als grondrecht voor dieren, klik hier.
Wie meer wil lezen over ware liefde, klik hier.
Wie meer wil lezen over wat evenwaardigheid tussen mens en dier wel en niet inhoudt, klik hier.
Wie meer wil lezen over wat intrinsieke waarde van een dier wel of niet inhoudt, klik hier.
Wie meer wil lezen over vrijheid en liefde in de relatie met dieren, klik hier.

16 juli 2023

Boeren en de balans tussen export en duurzaamheid

Ongebreidelde groei barst uit zijn voegen

In de Nederlandse veehouderij worden al generaties lang bedrijven door jonge boeren overgenomen en samengevoegd, met de ambitie om te groeien en te floreren. Het levert status op en als miljonair rentenieren lonkt. Het aantal boeren krimpt, in tegenstelling tot de veestapel. De melkproductie per koe stijgt en daarmee de hoeveelheid mest. De drang om te investeren in grotere stallen en meer vee heeft geleid tot een zorgwekkende spiraal van financiële verplichtingen en onzekerheid. De last van deze immense investeringen maakt het voor veel boeren moeilijk om uit de schulden te komen en legt een druk op hun vermogen om kritiek vanuit de samenleving te verdragen. Als gevolg daarvan stellen sommigen zich defensief op en lijken ze schaamteloos en agressief te reageren op tegenstanders.

Tragedie van de meent

Het gebrek aan erkenning van de individuele bijdrage aan milieuproblematiek is een uitdaging die niet beperkt is tot de veehouderijsector, maar in feite veel bredere implicaties heeft in de samenleving. Het fenomeen dat individuele boeren hun eigen rol minimaliseren en de gevolgen van hun handelingen onderschatten, wordt vaak "tragedie van de meent" genoemd. Milieuproblemen door een te grote veestapel zijn vaak complex en hebben wereldwijde, nationale en lokale oorzaken en gevolgen. 

Schaalniveaus overzien

Het is moeilijk voor individuen om hun directe impact op het milieu te meten, vooral als het om kleine bijdragen lijkt te gaan. Dit kan leiden tot een gevoel van machteloosheid en minimalisatie van de eigen rol. In de veehouderijsector is het moeilijk voor individuele boeren om de gevolgen van hun acties op nationaal niveau te zien. Ze hebben meer zicht op hun eigen boerderij en kunnen de gevolgen voor het milieu op nationale en mondiale schaal onderschatten.

Schaamteloos bagatelliseren

Voor sommige veehouders lijkt hun individuele bijdrage aan milieuproblemen misschien klein in vergelijking met andere grote bronnen van vervuiling, zoals de industrie of het verkeer. Dit kan ertoe leiden dat ze hun verantwoordelijkheid bagatelliseren.
Het erkennen van de eigen bijdrage aan milieuproblematiek als sector kan voor sommige veehouders moeilijk zijn, omdat het hen kan confronteren met ethische dilemma's en keuzes die verandering vereisen. Dit kan angst voor verandering of financiële gevolgen veroorzaken.
De druk om te blijven produceren voor de exportmarkt heeft geleid tot de groeiende investeringen in stallen en vee, waardoor jonge boeren vaak hoge leningen en dus schulden moeten aangaan. Deze financiële last brengt onzekerheid met zich mee, omdat boeren jarenlang in de schulden blijven leven zonder zekerheid of ze ooit uit deze situatie kunnen komen.

Een bescheiden economische bijdrage

Hoewel de agrarische sector van oudsher een belangrijke rol speelt in het voeden van de bevolking en na de oorlog in het leveren van exportproducten, moet worden erkend dat haar directe bijdrage aan het bruto nationaal product (BNP) relatief bescheiden is geworden, met minder dan anderhalve procent. Dit en het gebruik van de helft van ons landoppervlak staat in contrast met andere economische sectoren die een grotere impact hebben op en belangrijker zijn voor de nationale economie.

Overmatige focus op export

Ons land is een grote importeur en exporteur van agrarische producten, waarbij 70 tot 80 procent van de productie bestemd is voor buitenlandse markten. Hoewel dit economische voordelen kan opleveren, heeft het ook negatieve gevolgen voor milieu, dierenwelzijn, biodiversiteit, waterkwaliteit etc..

Milieubelasting en overbemesting

Het streven naar een hoog productievolume voor exportdoeleinden heeft geleid tot intensieve veeteelt, wat op zijn beurt heeft bijgedragen aan milieuproblemen, waaronder overbemesting. Overbemesting resulteert in een overschot aan meststoffen, zoals stikstof en fosfaat, die in de bodem en het oppervlaktewater terechtkomen en schadelijke effecten hebben op de biodiversiteit en waterkwaliteit. Dit heeft ook gevolgen voor de volksgezondheid. Met het verlies aan biodiversiteit leidde dit tot vermindering van kwaliteit van beleving van het landschap.

De balans tussen economie en duurzaamheid

Het is van cruciaal belang dat de sector zich bewust wordt van de impact op het milieu en de volksgezondheid en dat er stappen worden ondernomen om duurzamere praktijken te bevorderen en krimp in te zetten.

Diversificatie en duurzame praktijken

Jonge boeren moeten worden aangemoedigd om te diversifiëren en duurzamere praktijken te omarmen. Van kwantiteit naar kwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat ze meer aandacht besteden aan lokale afzetmarkten, biologische landbouwmethoden, of kringlooplandbouw, waarbij het eigen veevoer wordt geproduceerd en de mest op verantwoorde wijze wordt benut. Grondgebonden werken zou standaard en verplicht moeten zijn. Er liggen mogelijkheden om een door de overheid betaalde bijdrage te leveren aan natuuronderhoud en -behoud.

Crisis is ook een kans

De ammoniakcrisis in de landbouw door de overproductie van mest biedt een kans om een nieuwe balans te vinden tussen mens, dier en natuur. Door de krimp van de overmatig mest producerende veestapel te combineren met het verbinden en vergroten van natuurgebieden, kunnen we de duurzaamheid en leefbaarheid van onze samenleving versterken. Wanneer we tegelijk minder vlees en zuivel gaan eten kunnen we tevens klimaatopwarming tegengaan. Voedselzekerheid en kwaliteitsverhoging van landbouw kunnen hand in hand gaan, terwijl de nadruk komt te liggen op dierenwelzijn en natuurinclusiviteit. Tegelijkertijd moeten we de moed opbrengen om de weerstand en desinformatie aan te pakken die de weg naar een duurzame toekomst blokkeren. Het is tijd om vastgeroeste praktijken te doorbreken en te streven naar een landbouwmodel dat in dienst staat van mens en dier, in harmonie met de natuur is en geschikt voor de toekomst.

Overheidsondersteuning en beleidsmaatregelen

De overheid kan een cruciale rol spelen in het faciliteren van de transitie naar duurzamere en natuurinclusieve veehouderij. Dit kan gebeuren door het bieden van financiële steun aan boeren die willen stoppen of overstappen naar meer duurzame praktijken, het stimuleren van onderzoek naar ecologisch verantwoorde en innovatieve oplossingen, en via het aanscherpen en handhaven van wet- en regelgeving om overbemesting en andere milieuproblemen aan te pakken.

Boerenromantiek behoort tot het verleden

Het aan de kant zetten van sleetse romantische beelden en idealen over het boerenleven door burgers is cruciaal om de werkelijke problemen en nadelen van grootschalige veehouderij te erkennen. Het afwentelen van de nadelen op de belastingbetaler is een zorgwekkende situatie. Wanneer er milieuproblemen blijven ontstaan als gevolg van de veehouderij, kan dit leiden tot miljarden extra kosten voor de samenleving, bijvoorbeeld voor het opruimen van vervuilde grond of het behandelen van verontreinigd water. Het is niet rechtvaardig dat de kosten van negatieve externe effecten worden afgewenteld op de maatschappij, terwijl de winsten geprivatiseerd worden, dat wil zeggen toevloeien naar een paar ondernemers in veevoer of veehouders met de grootste veestapel.

Maatschappelijk bewustzijn en dialoog

Het is van groot belang dat de samenleving zich bewust wordt van de belangen waar de veehouderij mee te maken heeft en dat er ruimte is voor een open en constructieve dialoog tussen boeren, beleidsmakers, en maatschappelijke stakeholders. Alleen door samen te werken aan duurzame oplossingen kunnen we een evenwicht vinden tussen economische belangen en het behoud van het milieu voor toekomstige generaties.

Een mentale omslag

De Nederlandse veehouderij staat voor belangrijke psychologische en economische uitdagingen, namelijk een krimp in ego, ambitie en veestapel. De financiële druk en de overmatige focus op export zullen een balans moeten vinden met duurzaamheid en milieuvriendelijke praktijken. Jonge boeren spelen een essentiële rol in deze transitie. Hun ambities moeten worden beteugeld, maar ook het goedwillende deel aangemoedigd en ondersteund bij het omarmen van duurzamere methoden. Een gezamenlijke en nuchtere inspanning van de overheid, boeren, en de samenleving als geheel is nodig om de veehouderij op realistische manier te transformeren naar een toekomstbestendige en verantwoordelijke sector.

 

24 juni 2023

Speelt Nederland een dubbelrol in het landbouwbeleid?

Wie maakt er in ons land de dienst uit?

Uit de NRC van 23 juni

"Een kabinetsvisie mét inspraak van de boeren was cruciaal, zo viel maandenlang te horen, om de rust terug te brengen en de stikstofcrisis op te lossen. Maar volgens de onderhandelaars van LTO eist het kabinet te veel van de boeren, en dus stapten ze eruit.
In dat licht was het veelzeggend wat er diezelfde dag in Luxemburg gebeurde, bij een bijeenkomst van Europese natuurministers. Daar was het juist minister Christianne van der Wal (VVD) die namens Nederland op de rem trapte. Op tafel lag de Europese natuurherstelwet, die lidstaten ertoe moet aanzetten veel meer te gaan doen om hun natuur te herstellen.
Een grote meerderheid van lidstaten stemde ermee in, maar Nederland blijft tegen. „We kunnen niet alles tegelijkertijd doen op dezelfde beperkte ruimte”, zei Van der Wal. In eigen huis geldt Van der Wal misschien als voortrekker in het stikstofdossier, in Europa voerde zij rond de wet het groepje dwarsliggers aan.

Januskop

Een spagaat? In feite zijn de twee kabinetsposities niet zo tegenstrijdig als het lijkt. Na decennia van praktisch onbegrensde groei op een klein oppervlak ziet Nederland zich nu gedwongen keuzes te maken. Het inkrimpen van de veestapel en het tegenwerken van nóg meer dwingende regels om de natuur te verbeteren, vloeien kortom allebei voort uit de conclusie die Johan Remkes in zijn stikstofadviezen aan het kabinet al trok: niet alles kan."
Tot zover de NRC.

Waarom moet de natuur hersteld worden?

In een land waar 50% van het gebied wordt gebruikt voor landbouw en de omvang van natuurgebieden kleiner is dan afgesproken binnen de EU, roept het streven naar natuurherstel onvermijdelijk tegenstand op bij boeren. Het is begrijpelijk dat zij terughoudend zijn, aangezien zij concessies moeten doen en grond moeten opgeven die zij voor hun inkomen nodig hebben. Echter, het is ook redelijk om enige ruimte terug te geven aan de natuur, gezien de dramatische afname van biodiversiteit in landbouwgebieden. Het herstellen van natuurlijke ecosystemen biedt voordelen op zowel materieel als immaterieel vlak voor zowel burgers als de natuur zelf.

Het gebruik van landbouwgrond voor natuurherstel roept een belangrijk maatschappelijk vraagstuk op: hoe vinden we een evenwicht tussen economische belangen en het behoud van biodiversiteit? Landbouw speelde vroeger een cruciale rol in voedselproductie en de economie, en boeren zijn afhankelijk van hun (en van buitenlandse) grond om hun brood te verdienen. Het opofferen van landbouwgrond kan leiden tot verminderde productie en inkomsten voor boeren, wat begrijpelijkerwijs leidt tot weerstand tegen natuurherstel. Maar de bijdrage van de landbouw aan de economie is tegenwoordig met 1.4 procent minimaal. Bovendien kan een boer wat anders gaan doen met en op het land.

Aan de andere kant kunnen we niet negeren dat de biodiversiteit in landbouwgebieden dramatisch is afgenomen. De intensivering van de landbouw heeft geleid tot monoculturen, het gebruik van pesticiden en verlies van natuurlijke habitats. Dit heeft een negatieve impact op planten, dieren en ecosystemen die afhankelijk zijn van een gevarieerde en gezonde omgeving. Het teruggeven van land aan de natuur kan helpen bij het herstellen van biodiversiteit en het behoud van ecosysteemdiensten, zoals bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding.

Naast de materiële voordelen voor de natuur zelf, biedt natuurherstel ook immateriële voordelen voor de samenleving. Natuurgebieden dienen als toevluchtsoorden voor recreatie, ontspanning en het behoud van cultureel erfgoed. Ze bevorderen het welzijn van de burgers door hen de mogelijkheid te bieden te ontsnappen aan de drukte van het stadsleven en te genieten van groene ruimtes. Bovendien dragen natuurlijke ecosystemen bij aan het reguleren van klimaatverandering, het zuiveren van lucht en water, en het beschermen tegen overstromingen en verdroging.

Om het conflict tussen natuurherstel en landbouwgrond op te lossen, is een gebalanceerde aanpak nodig. Het is belangrijk om samen te werken met boeren en hen te betrekken bij het proces, zodat zij actief kunnen bijdragen aan het vinden van oplossingen. Compensatiemechanismen, zoals financiële prikkels of ondersteuning bij het overstappen naar duurzame landbouwmethoden, kunnen helpen om de economische impact voor boeren te verzachten. Daarnaast is het essentieel om te investeren in onderzoek en innovatie om efficiëntere landbouwpraktijken te ontwikkelen die zowel de productie als de biodiversiteit ten goede komen.

Het streven naar natuurherstel op landbouwgrond is een complex politiek vraagstuk waarbij economische belangen en het behoud van biodiversiteit met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht. Het vereist een zorgvuldige afweging van de verschillende belanghebbenden en een langetermijnvisie die zowel economische groei als ecologische duurzaamheid ondersteunt. Door internationaal samen te werken en te investeren in innovatieve oplossingen, kunnen we streven naar een gezonde balans waarin zowel de landbouw als de natuur gedijen en waarde creëren voor zowel de mens als het milieu.
 

21 juni 2023

De weerstand van de veehouderij tegen krimp van de veestapel

De omvang van de veeteeltindustrie in Nederland heeft aanzienlijke gevolgen voor het milieu, de biodiversiteit en het welzijn van dieren. Hoewel het steeds duidelijker wordt dat het noodzakelijk is om de veestapel te verkleinen, blijkt het moeilijk om veehouders in Nederland te overtuigen om hieraan mee te werken.

Economische belangen en export

Een belangrijk argument van veehouders is dat Nederlandse boeren een groot deel (70%) van de geproduceerde zuivel en vlees exporteren, waardoor zij stellen dat zij niet alleen de Nederlandse bevolking voeden, maar zelfs de wereld. Ze zijn trots dat Nederland positie 2 als exportland van landbouwproducten inneemt. De afhankelijkheid van exportmarkten zorgt voor economische druk en veehouders zijn bezorgd dat het verkleinen van de veestapel hun inkomsten zal schaden. Het is echter belangrijk om de duurzaamheid en milieueffecten in evenwicht te houden met economische belangen, zodat er ruimte is voor een geleidelijke transitie naar een meer duurzame veeteeltsector. Voor het voeden van de grote veestapel moet veevoer worden geïmporteerd uit gebieden waar de productie ten koste gaan van de ecologie (kap van regenwoud).

Eigen portemonnee versus duurzaamheid

Hoewel sommige veehouders mogelijk hun eigen financiële belangen boven duurzaamheid plaatsen, is het belangrijk om te benadrukken dat niet alle veehouders op dezelfde manier handelen. Veel biologische veehouders zijn zich bewust van de impact van de veeteelt op het milieu en waren al eerder bereid om duurzamere praktijken te implementeren. Hun marktaandeel in eigen land is nog klein. Echter, de transitie van de intensieve veehouderij naar een duurzamere veeteeltsector kan door de grote investeringen die eerder zijn gedaan complex en kostbaar zijn, waardoor sommige intensieve veehouders terughoudend zijn om snel veranderingen door te voeren. Het is van cruciaal belang om steun te bieden aan goedwillende veehouders bij het implementeren van duurzame praktijken en het vinden van economisch rendabele oplossingen. Echter niet alle veehouders kunnen hun zin krijgen. Zitten ze te dicht bij Natura 2000 gebieden dan zal uitkoop en bedrijfsbeëindiging de snelste oplossing zijn voor zowel verkleining van de neerslag van ammoniak op het natuurgebied als verlaging van de stikstofuitstoot als geheel. Bedrijfsbeëindiging kan ook ruimte geven om te voldoen aan de Europese afspraken die Nederland heeft gemaakt om een minimum deel van het landoppervlakte als natuur te bestempelen. We blijven nu nog onder het minimaal afgesproken omvang van natuur in ons land.

Impact op biodiversiteit en milieu

De huidige omvang van de veestapel heeft nadelige effecten op de biodiversiteit en het milieu. Intensieve landbouwpraktijken leiden tot verlies van natuurlijke habitats, waterverontreiniging en de uitstoot van broeikasgassen. Het verminderen van de veestapel is essentieel om deze negatieve effecten te verminderen en ruimte te creëren voor natuurbehoud. Op basis van Europese afspraken zou er meer ruimte moeten worden gecreëerd voor natuurlijke ecosystemen, waardoor de biodiversiteit kan herstellen en de veeteelt duurzamer kan worden.

Economische bijdrage en prioriteiten

Terwijl de bijdrage van de Nederlandse veehouderij aan de economie (BNP) minder dan 1 procent is, maken veehouders zich zorgen over hun inkomsten (gezond verdienmodel) en bedrijfsvoortbestaan. Het is echter cruciaal om een evenwicht te vinden tussen economische belangen en duurzaamheid, waarbij ook rekening wordt gehouden met de lange termijn consequenties voor het milieu, de biodiversiteit en de volksgezondheid. Een duidelijk landbouwbeleid dat primair gericht is op natuurherstel en niet op exportpositie en het bieden van financiële ondersteuning aan milieubewuste veehouders bij het implementeren van duurzame praktijken kan helpen bij het creëren van een meer evenwichtige en toekomstbestendige veeteeltsector.

Eindeloos en zinloos polderen

De volgende tekst is een uitgebreid citaat uit de column van Raoul du Pré in de Volkskrant van 22 juni 2023.
"het kabinet hóéft geen Landbouwakkoord te hebben om landbouwbeleid te kunnen voeren. Het streven naar een akkoord kwam uit de koker van nationaal bemiddelaar Johan Remkes, die in het najaar zo zijn best deed om de door hem veronderstelde kloof tussen stad en platteland te dichten.

Door alle aandacht voor dat deel van Remkes’ boodschap, raakte het andere deel wat ondergesneeuwd. Remkes drukte toen wederom het land met de neus op de feiten: ‘We zijn aan het einde van de juridische mogelijkheden. De enige manier om het land van het slot te halen is natuurherstel. Dat vereist, op korte termijn, veel minder uitstoot.’ En aangezien er nog altijd geen onomstreden technische innovaties voorhanden zijn die genoeg bewezen effect hebben, is de conclusie onontkoombaar: Nederland zal het met minder vee moeten doen. Maar dat is precies de conclusie waartegen een deel van de boeren zich nog altijd verzet. Daarom wankelde het Landbouwakkoord vanaf de eerste dag van de onderhandelingen.

Nu die zijn mislukt, is er geen reden om bij de pakken neer te zitten. Integendeel. Want weliswaar past het streven naar consensus en inspraak in een lange Nederlandse traditie, maar uitgerekend in de landbouw is de invloed van de sector op het overheidsbeleid in de afgelopen decennia eerder te groot dan te klein geweest. Reeksen ministers van Landbouw stelden zich jarenlang in de eerste plaats op als belangenbehartiger van de boeren.

Dat heeft het land noch de sector veel goeds gebracht. Alle oproepen tot een fundamentele herbezinning op de aard van de Nederlandse veeteelt zijn genegeerd, ook nadat de grote uitbraken van varkenspest, salmonella, gekkekoeienziekte, mond- en klauwzeer en Q-koorts tot groeiende ongerustheid leidden. Een groot deel van de sector is nog altijd gebouwd op te goedkope bulkproductie en wordt gestut door subsidies en ontheffingen die nadelig uitpakken voor het milieu, het dierenwelzijn en het klimaat. De boeren zelf moeten werken met te lage marges en een overvloed aan bureaucratie.

Ook zonder handtekening van Sjaak van der Tak kan de overheid daar veel aan verbeteren, met alle middelen die een overheid nou eenmaal ter beschikking staan: met subsidies voor verduurzaming, met belasting op vervuiling en milieuschade, met hulp en advies voor boeren die willen omschakelen, met de prima uitkoopregeling die sinds kort openstaat en desnoods met dwangmaatregelen tegen de stikstofpiekbelasters nabij de natuurgebieden, als binnenkort onverhoopt blijkt dat vrijblijvendheid niet werkt.

De boeren moeten helemaal niet weg, zoals hun militante actieleiders blijven suggereren. Ze horen er juist helemaal bij. Maar ze moeten wel hun medeverantwoordelijkheid nemen voor het stikstofprobleem. Dan maar zonder akkoord.".

Populaire posts in de afgelopen week

Dierenrechten in woord en beeld

Vrijheid is ook een intrinsiek grondrecht voor dieren. Dieren zijn geen dingen Dierenrechten zijn mensenrechten. Mensen moeten voor dieren kunnen opkomen wanneer hun grondrecht wordt geschonden.
logo van Animal Freedom yin en yang
Lees hier over de redenen waarom dieren recht op vrijheid hebben. Lees hier waarin mens en dier evenwaardig zijn.