Over klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit wordt vaak in beelden gesproken. Die beelden zijn niet onschuldig. Ze bepalen hoe we een probleem zien en of we denken dat we er iets aan kunnen doen. In dit stuk bespreek ik een aantal veelgebruikte metaforen, waarom sommige ervan verlammen en welk beeld volgens mij past bij de Nederlandse veehouderij.
Metaforen die angst aanjagen
Een bekende metafoor voor het verlies aan biodiversiteit is het spel Jenga. De spelers halen om beurten een blok uit een toren en leggen het bovenop, waardoor de toren steeds hoger en wankeler wordt. Elke uitgestorven diersoort is in dit beeld een blokje dat verdwijnt, tot de hele toren instort.
Een ander beeld komt uit de Gaia-hypothese, die James Lovelock en Lynn Margulis in de jaren zeventig ontwikkelden. Zij beschreven de aarde als één zelfregulerend systeem, als een soort levend organisme. De hypothese heeft wetenschappers geïnspireerd, maar wordt door anderen gezien als te beeldspraakachtig. Wie de aarde als organisme ziet, denkt al snel verder: een organisme kan ook sterven en dan sterven wij mee.
Ook het vlindereffect wordt vaak aangehaald: de vleugelslag van een vlinder zou elders een storm kunnen veroorzaken. Het beeld is bedoeld om te laten zien hoe onvoorspelbaar complexe systemen zijn. Het effect op de lezer is vaak dat elke kleine ingreep een onvoorzienbare ramp lijkt te kunnen veroorzaken.
Wat deze beelden gemeen hebben, is dat ze een onafwendbare ineenstorting suggereren. Dat trekt aandacht, maar vergroot ook het gevoel van machteloosheid. Wie denkt dat de toren toch wel valt, ziet weinig reden om nog iets te doen. Of het verlies aan biodiversiteit en de opwarming van de aarde werkelijk tot de ondergang van de mensheid leiden, is bovendien allerminst zeker.
Het beeld van evenwicht
Er is ook een ander beeld mogelijk. Levende systemen hebben het vermogen om zichzelf stabiel te houden, ondanks verstoringen van buitenaf. Het menselijk lichaam houdt zijn temperatuur op peil en ecosystemen herstellen zich na een brand of een overstroming. Biologen noemen dat homeostase.
Dit beeld ontkent de problemen niet. Een systeem kan uit balans raken en er kunnen flinke schommelingen optreden voordat een nieuw evenwicht is bereikt. Maar het legt de nadruk op herstel in plaats van op ondergang. Het maakt de vraag concreet: wat verstoort het evenwicht en hoe nemen we die verstoring weg?
Van ramp naar uitdaging
Wie de situatie niet als een onafwendbare ramp maar als een uitdaging ziet, komt eerder in actie. Een uitdaging vraagt om samenwerking, om het zoeken naar oplossingen en om het aanwijzen van de oorzaken. Daarmee verschuift de aandacht van een abstracte dreiging naar concrete keuzes die mensen zelf maken.
De veehouderij: uitmelken
Een van die keuzes betreft de Nederlandse veehouderij. De omvang ervan is zo groot en zo sterk gericht op de export van vlees en zuivel dat een gezond ecologisch evenwicht vrijwel onmogelijk is. Er wordt zoveel land gebruikt, zoveel gewasbeschermingsmiddel gespoten en zoveel mest geproduceerd dat natuur en milieu nauwelijks de kans krijgen om te herstellen.
Hier past geen beeld van een wankele toren of een stervende godin, maar een beeld dat de sector zelf aanreikt: uitmelken. Van het land, van het water en van de dieren wordt zoveel mogelijk gevraagd, terwijl de gevolgen buiten beeld blijven. Het is het beeld van hebzucht en van het ontlopen van verantwoordelijkheid. Anders dan Jenga wijst dit beeld ook direct de oplossing aan: minder vee betekent minder overbemesting en minder druk op de natuur.
Conclusie
De keuze van een metafoor is geen kwestie van stijl alleen. Angstbeelden verlammen, terwijl beelden van evenwicht en verantwoordelijkheid uitnodigen tot handelen. Mensen zijn niet goed in het aanspreken van elkaar op onethische motieven, maar een helder beeld maakt dat gesprek eenvoudiger. Uiteindelijk gaat het om de vrijheid van mens en dier. Hoe we die vormgeven, vraagt voortdurend onderhoud en evaluatie.